Uitstel Betuwelijn strop Grontmij

DE BILT, 7 APRIL. Het besluit van het paarse kabinet om de beslissing over de Betuwelijn uit te stellen, betekende voor ingenieurs- en adviesbureau Grontmij in 1994 een flinke tegenvaller. Grontmij heeft van de Nederlandse Spoorwegen de opdracht voor technische advisering en begeleiding van het project. Het abrupt stopzetten van de werkzaamheden hield in dat de activiteiten van enkele tientallen medewerkers van de afdeling infrastructuur van Grontmij plotseling wegvielen.

Deze tegenvaller en ook het markante einde aan de groei van de Nederlandse activiteiten op milieu-gebied zorgden bij Grontmij vorig jaar voor enige onderbezetting. Daardoor zijn de resultaten minder gunstig uitgevallen dan eerder was gedacht.

De netto winst steeg niettemin met ongeveer 5 procent van 15,9 miljoen naar 16,8 miljoen gulden. De bedrijfsopbrengsten groeiden met bijna 10 procent tot 545 miljoen gulden. Daarvan was 14 procent afkomstig uit het buitenland. Het dividend gaat omhoog van 1,86 gulden naar 2 gulden. Vorig jaar ging de beursnotering van de aandelen Grontmij over van de parallelmarkt naar de officiële markt. Ongeveer 60 procent van de aandelen bevindt zich in min of meer vaste handen.

President-directeur ir. J. Reneman voorspelde gisteren in een toelichting op de jaarcijfers dat het afvlakken van de Nederlandse milieumarkt een blijvend verschijnsel zal zijn. Het verschijnsel is naar zijn mening deels te wijten aan het inlopen van de achterstand die op het gebied van milieusanering bestond en voor een ander deel aan geldgebrek bij de overheid om hele kostbare saneringsprojecten (bij voorbeeld het schoonmaken van waterbodems) aan te pakken. Maar volgens Reneman speelt ook een rol dat milieu op dit moment niet meer die maatschappelijk prioriteit geniet van een aantal jaren geleden. “Voor een deel versloft de belangstelling voor het milieu. Daarnaast verandert de financiering. Saneringen moeten betaald worden uit de opbrengst van schone terreinen. Overheden hebben steeds minder vooraf een vast fonds beschikbaar voor het opruimen van vervuilde gronden. Dat leidt tot een druk op de markt.”

Via groei in het buitenland, vooral in Duitsland, wil Grontmij de stagnatie van de Nederlandse milieupoot compenseren. De onderneming heeft op korte termijn 5 tot 10 miljoen gulden beschikbaar voor buitenlandse acquisities.

De Grontmij-directie rekent op een spoedig positief regeringsbesluit over de Betuweroute. Ook indien in een later stadium wordt besloten tot ondertunneling van die spoorlijn zal het bedrijf de voorbereidende werkzaamheden kunnen uitvoeren. “Maar laten we er niet al teveel op vooruit lopen. De baten van de Betuweroute zullen in 1995 of later zichtbaar zijn op onze jaarrekening”, zei Reneman.

Kostenbeheersing moet samen met een beter commercieel management het rendement de komende jaren verder opvoeren. Tegen het jaar 2000 streeft Grontmij naar een rendement van 11 procent op het totaal geïnvesteerde vermogen. Dat was vorig jaar 9,5 procent.

Het versterkte commercieel management moet binnen Grontmij ook de geesten rijp maken voor een bredere aanpak, waarbij het ingenieursbureau naast milieu-advisering ook de projectfinanciering voor zijn rekening neemt. Daartoe zoekt Grontmij samenwerking met banken en leveranciers van durfkapitaal. Opdrachtgevers vragen volgens de onderneming steeds meer om een complete aanpak. Dit soort turn-key projecten, waarbij de vragende partij eigenlijk alleen nog de “sleutel” hoeft om te draaien en een partner alle andere zorgen op zich neemt, is financieel uiterst interessant, verzekerde Reneman.

Daarnaast is een bredere aanpak een bedrijfseconomische noodzaak. “Wanneer de overheid minder werk maakt van saneringen moeten we zelf het initiatief nemen voor projecten. Het gaat in toenemende mate om het aanbieden van integrale oplossingen. Dat kan gemeenten of provincies over de streep trekken.”

Via autonome groei en overnames van bedrijven met een gezamenlijke omzet van circa 100 miljoen gulden wil Reneman in het buitenland verder groeien.