Tafelen met een klokkeluider

“'Uit de diepte' van J.-K. Huysmans is het schoolvoorbeeld van een ideeënroman - zonder dat zulks afbreuk doet aan de zinnelijkheid van de beschijvingen of de vaart van de plot.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

J.-K. Huysmans: Uit de diepte. Vert. G. Meijsing en K. Snel. Uitg. De Arbeiderspers, 318 blz. Prijs ƒ22,50 bij De Slegte.

Het is een wrede exercitie om van een schrijver te vragen eens een kijkje te gaan nemen bij De Slegte. Nog wreder wanneer de kans bestaat dat je in deze morgue enkele van je eigen kinderen moet identificeren. Coraggio!

Kun je een titel bedenken die beter in deze rubriek past dan Uit de diepte? Tussen de andere afdankertjes van Joris-Karl Huysmans in Nederlandse vertaling, liggen daar stapels van deze schitterend uitgevoerde uitgave: linnen hardkaft-band met glanzend stofomslag waarop een fragment van Matthias Grünewald - uitgever, drukker en binder hebben hun beste werk geleverd, zou je zeggen.

Het betreft hier de vertaling van een roman die honderd jaar geleden was gepubliceerd als Là-bas (1891) en die een sleutelpositie inneemt in het werk van Huysmans. Deze Franse romanschrijver van Nederlandse afkomst kwam tot ontwikkeling in het klimaat van het naturalisme en is vooral bekend geworden met het boek dat vaak 'de bijbel van de decadentie' is genoemd, A rebours (1884, in de Nederlandse vertaling: Tegen de keer). Daarbij schreef hij beschouwingen over de schilderkunst (o.a. over Matthias Grünewald, maar ook, als een van de eersten, over de impressionisten) die heel wat interessanter en diepzinniger zijn dan die van zijn beroemde voorganger Baudelaire.

Het is altijd weer de vraag wat er met decadent bedoeld kan worden: kwijnend, in neergang, was de romankunst van Huysmans allerminst. Hij droeg juist nieuwe oplossingen voor het medium aan toen hij vond dat het naturalisme op een dood spoor was geraakt. Daarbij is 'de bijbel van de decadentie' nog een puur naturalistische roman, nu eens niet handelend over de 'onderbuik' van de maatschappij maar de case history van iemand die lijdt aan de 'ziekte van de tijd': zenuwen. Huysmans ging daarbij op een bijna wetenschappelijke manier te werk, en volgde, blijkens zijn eigen mededeling in een brief aan Zola van mei 1884, stap voor stap de moderne handboeken van de vers ontdekte neurologie van E.

Bouchut (Du Névrosisme aigu et chronique et des maladies nerveuses, 1860) en Axenfeld (Traité des névroses, 1883). In de diepte is de eerste van een serie grotendeels autobiografische romans waarin de spirituele voortgang van Huysmans' alter ego Durtal wordt beschreven: van sceptisch satanisme, via een fascinatie voor de middeleeuwse devotiekunst, tot een volledige knieval voor het goddelijke mysterie. Het is ook, naar mijn opvatting, de eerste moderne roman (of de eerste roman van het modernisme), en ontwerpt, meteen al in het openingshoofdstuk, een nieuwe poëtica voor de toekomst. Huysmans komt daarop door de beschouwing van de Kruisiging van Grünewald: de beschrijving van de laagheden hier op aarde is niet genoeg voor de kunst - door de intensiteit van die beschrijvingen moet als het ware een spirituele bron ontspringen waarin plaats is voor ideële gebeurtenissen.

Je zou inderdaad kunnen zeggen dat Là-bas het schoolvoorbeeld van een ideeënroman is - zonder dat zulks afbreuk doet aan de zinnelijkheid van de beschijvingen of de vaart van de plot. Integendeel: in geen enkele roman kan men prettiger tafelen dan met de klokkeluider Cairhax van de Saint Sulpice; nergens in die tijd vindt men opwindender (en realistischer) liefdesscènes dan tussen de verstokte vrijgezel Durtal en de ontuchtige Hyacinthe Chantelouve.

Verscheidene onderwerpen worden in dit boek op ingenieuze wijze met elkaar in verband gebracht: de schrijver Durtal, die in zijn romankunst op een dood spoor is geraakt, houdt tweegesprekken over het moderne leven en de moderne literatuur met zijn vriend, de dandy-achtige arts Des Hermies. Om uit het insipide dal van het naturalisme te komen, wil hij een grootser onderwerp aanpakken en komt hij, in zijn zoektocht naar het Kwaad, uit bij de indrukwekkende figuur van Gilles de Rais.

De processtukken met de hysterische bekentenissen van de eerste Maréchal de France - die samen met Jeanne d'Arc de Engelsen had teruggeslagen en zich daarna op zijn Kasteel te Tiffauges terugtrok om de duivel aan te roepen, daarbij in één jaar tijds minstens zeshonderd kinderen verkrachtend en vermoordend, en niet altijd in die volgorde - waren net gepubliceerd door Abbé Brossard en hadden vanzelfsprekend veel opzien gebaard. Huysmans kan zich helemaal uitleven in de schildering van dat proces, waarin elk teken een symbool is, maar ook in de beschrijving van de psychologische Werdegang van de hovaardige alchemist, die het allerhoogste in de diepte zoekt. Tegelijkertijd raakt Durtal betrokken bij het eigentijdse satanisme, via een overspelige bewonderaarster die zich aan de schrijver heeft opgedrongen. Tegenwicht voor deze vaak ijselijke en soms ronduit onsmakelijke verwikkelingen wordt gegeven door de gesprekken over de op handen zijnde komst van de Paracleet rond de tafel van de gezellige Cairhax, in de toren van de Saint Sulpice - onder andere aanleiding tot uitgebreide verhandelingen over religieuze mystiek en de verloren gegane kunst van de campanologie.

In een brief aan Arij Prins van 15 juni 1890 doet Huysmans verslag van zijn moeilijkheden bij het schrijven: '...Het weefsel is te strak, de verknoping van Gilles de Rais en het Satanisme van onze dagen is erg simpel en verloopt vanzelf. Maar... maar... het angstaanjagende aspect is de grauwe toon van het boek. (-) Soms word ik daardoor ontmoedigd. Ik hoop echter dat dit boek, dat geheel episodisch is, een vreemde en eigenaardige eenheid zal bereiken, maar dat zal een kwestie van toeval zijn, want niets is minder zeker! O documentatie! Daarvan zit zo veel in dit boek, dat die onmogelijk kan worden omgesmeed tot kunst!''

We kunnen de schrijver geen gelijk geven. In de diepte is nog steeds een uiterst modern boek, zo fris of het gisteren geschreven is, vol prachtige hoogsels en diepten, allerminst grauw of theatraal, maar levendig en vol contrasten, spannend en zinnelijk, boordevol zinderende ideeën en de meest gruwelijke historische evocaties: carbol voor de ziel!