Sfeertje

De anekdote is de moeder van alle schijnbewegingen. Daarom was het München-referaatje van Rinus Michels voor de casino-kapitalisten van Ajax zo amusant. De oude generaal die in een Pruisisch decor nog één keer mag terugblikken op zijn strategisch vernuft en koude oorlogkunstjes, gezelliger kan een warming-up voor de grote confrontatie niet zijn. Het woord intimidatie is uitgevonden voor Rinus. Terwijl hij het uitspreekt, met een lange adempauze tussen elke lettergreep, is het een woord van liefde geworden. In-ti-mi-da-tie is ineens sterker dan ik hou van jou.

Michels en oorlog: het misverstand wordt lijfelijk tegengesproken. Zoals hij daar nu weer achter dat gesponsorde microfoontje staat, denk ik alleen nog aan avondlijke vuren en meeslepende liederen. Aan barbecue en rode wijn. Een braadworstje is norser dan deze broze man met het masker van de alledaagsheid.

Maar goed, het businessvolk van Ajax wilde van de wedstrijd tegen Bayern München een cultureel dagje maken en dus moesten de ressentimenten worden bovengehaald. Want cultuur hoort voor deze lieden per definitie tot het verleden.

Michels, Lerby en Dorjee werden opgevoerd als triniteit van de anti-Duitse anekdotiek. De primus inter pares van de veteranen liet het gezelschap schateren met een pastorale over Matthäus die er op het cruciale moment in de wedstrijd altijd in slaagde Van Breukelen gek te maken. S⊘ren Lerby mocht, tot groot jolijt, vertellen dat hij op weg naar zijn gehoor als de eerste de beste schlemiel uit Purmerend verdwaald was geraakt in de grote stad. En wat Dorjee te zoeken had in het hol van de moffen heeft niemand ooit begrepen. Of toch: Guus Hiddink was te fatsoenlijk om zich te lenen voor deze barbarij van de slappe lach. Na de sfeervolle referaten was het anti-Duitse sfeertje gezet en begaven de 'boxers' en 'seaters' van Ajax zich onder het volk.

De NOS nam het over.

Van de weeromstuit worden de anekdotes grimmiger. Stemmen als een opgevoerde brommer vullen de huiskamer. Van de pelgrimage die voetbal - zeker voor de wedstrijd - ook is, valt geen toon te bekennen. Sierd de Vos hakt er met zijn punklaarzen stevig in. Alle vragen zijn verkeerd, dubbel, ordinair. Jansma corrigeert het onfatsoen met het enthousiasme van de Ajax-fan. Objectief is het niet, maar de baas van Studio Sport blijft wel integer in zijn opgewondenheid. Gelukkig, bij commentator Evert ten Napel blijft de zwarte laarzen-retoriek helemaal achterwege. Hij sluit Gospodarek, Kuffour en Helmer niet op in de karikatuur van de genetische predestinatie: worst, bier en oorlog. Ten Napel vergeet wel te signaleren dat Frank de Boer eigenlijk meer op een Duitser lijkt dan Mehmet Scholl. Ook in zijn spel.

In de studio in Hilversum ontstaat het echte moment van beschaving. Als een gentleman pareert Hans Kraaij de invasie van grapjes, bijtende spot en smakeloosheid. De gastcommentator laat geen zweempje moffenhaat toe. Hij neemt de Duitsers serieus, taxeert en analyseert het spel van Bayern met de kille precisie van de chirurg. Alsof hij zonder verleden is, zo zit-ie daar in dat Ikea-stoeltje, zo spreekt hij ook. Een verademing. Kraaij heeft deze woensdagavond de eer van de NOS gered.

Tijdens en rond de wedstrijd Bayern München-Ajax is andermaal gebleken dat voor televisie een oorlog nooit mag eindigen. In primitieve blindheid het rauwste verleden tegemoet, zo klonk het wel. Jongetjes van net boven de twintig, in populistische bewelming, het oorlogsverleden van hun voorvaderen blijven aanpraten is nochtans ook een vorm van etnische dan wel culturele zuiverheid. En dat juist in de sport met zijn olympische liturgieën, Europese commercie en intercontinentale pretenties - de enige plek waar statenloosheid als een triomf wordt uitgedragen.

Sutter, Zickler en Schupp stonden woensdagavond even ver van vlag en vaderland als Rijkaard, Overmars en Kluivert. Sterker, ze stonden er met de rug naar toe. Het waren jongens onder elkaar met tegengestelde clubbelangen, eigen spelconcepten en verschil in talent - meer was er niet aan de hand. En dat was kennelijk te weinig voor de heren van Studio Sport. Er is niets op tegen dat sportcommentatoren van de televisie ook een collectief geheugen hebben maar dan graag buiten beeld. Anders maken we het hier op een dag nog mee dat 4 en 5 mei worden herdacht op de penaltystip.

Waarschijnlijk in het stadion Arena.