Roldán maakt dreigementen aan Spanje ruimschoots waar

MADRID, 6 APRIL. Rond Luis Roldán, de voormalige directeur-generaal van de Spaanse politie die tien maanden lang voortvluchtig was, is een openlijke ruzie uitgebarsten tussen verschillende onderzoeksrechters en gerechtshoven over de vraag wie de zaak van Roldáns uitlevering door Laos mag behandelen.

De kwestie, die volgens de Laotiaanse autoriteiten gebaseerd is op vervalste papieren, dreigt daarbij uit handen te worden genomen van Baltasar Garzón, de 'superrechter' die op dit moment de meest spraakmakende terreur- en corruptiezaken in Spanje onderzoekt.

De ruzie tussen de rechters is de nieuwste aflevering in het blijspel/-treurspel met de ex-chef van de Guardia Civil in de hoofdrol. Sinds zijn arrestatie eind februari heeft de van corruptie verdachte Roldán zijn eerdere dreigementen waargemaakt: zijn verklaringen hebben aanhoudend gezorgd voor politieke en juridische onrust, die de positie van de minderheidsregering van premier Felipe González verder onder druk zet. Volgens bekentenissen van Roldán zouden ambtenaren en ministers jarenlang gegraaid hebben in de kassen van de zogeheten fondos reservados, geheime potjes voor de financiering van het bestrijden van misdaad en terreur.

Roldán heeft de voormalige ministers van binnenlandse zaken Barrionuevo en Corcuera beschuldigd van het opzetten van het illegale systeem van extra salarisbetalingen. Het zou hierbij gaan om een “compensatie” voor het extra gevaar dat de ministers en hoge ambtenaren liepen als doelwit voor terreuracties. In het geval van Roldán zou het een extra douceurtje betreffen van ongeveer zeven miljoen gulden in de elf jaar dat hij het politie-apparaat leidde.

Daarnaast legde Roldán in een vrijwillig aangevraagd verhoor bij de onderzoeksrechter Baltasar Garzón verklaringen af in de affaire rond de Grupos Antiterroristas de Liberación (GAL), de groep huurlingen en politie-functionarissen die in de jaren tachtig 26 veronderstelde aanhangers van de Baskische extremisten van de ETA hebben vermoord. Volgens Roldán was de voormalig staatssecretaris Rafael Vera - verantwoordelijk voor elf jaar veiligheidsbeleid van de opeenvolgende kabinetten González - rechtstreeks betrokken bij de akties GAL.

De GAL-affaire raakte vorige maand in een stroomversnelling met de ontdekking van de stoffelijke resten van twee jonge ETA-sympathysanten die reeds in 1983 waren ontvoerd. De skeletten, tien jaar lang anoniem opgeborgen in een vriescel, vertoonden sporen van martelingen. Reeds begin 1985 werden de stoffelijke resten van de jongens bij toeval in een put ongebluste kalk ontdekt. Maar ondanks alle aanwijzingen dat het hier een uitzonderlijke dubbelmoord betrof, werd het onderzoek na korte tijd stopgezet.

Afgezien van beschuldigingen in de richting van voormalige bewindslieden heeft Roldán tevens gezorgd voor het gezichtsverlies van de twee belangrijkste steunpilaren binnen de ministersploeg van González. Zowel minister van binnenlandse zaken en justitie Juan Alberto Belloch als vice-premier Narcís Serra kwamen de afgelopen weken in opspraak.

Belloch, die de arrestatie van Roldán aanvankelijk nog als een persoonlijke triomf presenteerde, zal mogelijk gehoord worden in het onderzoek naar de manier waarop de ex-directeur van politie door Laos werd uitgeleverd. Dit nadat een nadere inspectie van de documenten een aantal opmerkelijke fouten en merkwaardige details aan het licht bracht. Inmiddels heeft Laos officieel verklaard dat de documenten zijn vervalst en er nooit een officiële uitlevering heeft plaatsgehad.

De ex-directeur van politie maakte vervolgens bekend dat er rechtstreeks onderhandelingen over zijn terugkeer zijn geweest met de regering. Als tussenpersoon zou daarbij zijn opgetreden de in Parijs wonende Francisco Paesa. Als geheim agent en wapenhandelaar werd Pasea in de jaren tachtig ingezet bij het opknappen van schimmige karweitjes in de strijd tegen de ETA.

Pasea zou in overleg met Roldán de uitleveringsconstructie hebben verzonnen. Daarbij wordt aangenomen dat Roldán in ruil voor de beperking van zijn gevangenisstraf - als gevolg van het ontbreken van een uitleveringsverdrag tussen Spanje en Laos - de regering verder geen last zou bezorgen in de vorm van belastende verklaringen. Volgens verschillende publikaties zou Paesa 300 miljoen peseta (3,75 miljoen gulden) van de Spaanse regering hebben ontvangen voor zijn bemiddelling.

Onder leiding van rechter Garzón is een uitgebreid onderzoek gestart naar de manier waarop Roldán is uitgeleverd. Daarbij kwam Spanjes 'superrechter' wederom in aanvaring met bewindslieden en hoge ambtenaren van het kabinet-González. Zo dreigt Garzón met maatregelen tegen Roldáns opvolger, de huidige directeur-generaal van politie Ángel Olivares, wegens het achterhouden van informatie over de arrestatie van Roldán. Maar ook met zijn eigen collega's kreeg Garzón het aan de stok. Tussen de magistraten van de Hoge Raad, Garzon's eigen Hooggerechtshof en de Madrileense rechtbank is inmiddels een felle competentiestrijd losgebarsten wie de terugkeer van Roldán mag onderzoeken en berechten. De laatste ontwikkelingen wijzen er daarbij op dat de zaak uit handen wordt genomen van Garzón, hetgeen als een politieke overwinning van de regering wordt beschouwd.

Te midden van de juridische en politieke chaos dreigt Roldán eveneens een nieuw slachtoffer te maken: vice-premier Serra. Die zou de fondos hebben misbruikt voor het huren van een Amerikaans onderzoeksbureau om een belastend dossier aan te leggen over de voormalige topbankier Mario Conde, die de Banesto-bank frauduleus zou hebben leeggemelkt. De vice-premier Serra zou ondermeer de persoonlijke ambities van Conde - ooit beschouwd als een toekomstige concurrent voor het Spaans premierschap - hebben laten natrekken. De vice-premier heeft de beschuldigingen categorisch ontkend.