Privatisering van sociale verzekeringen dwingt tot ingrijpende reorganisatie; Sociaal Fonds bouw in concurrentieslag

AMSTERDAM, 7 APRIL. Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) splitst zich in zes afzonderlijke werkmaatschappijen en gaat op die manier de concurrentieslag aan om de markt die vrijkomt doordat de sociale verzekeringen in toenemende mate worden geprivatiseerd.

“Wij gaan ervan uit dat de tijd van monopolistische aanbiedingen achter de rug is”, zegt SFB-directeur J.J.P. Schouten. “Onze missie wordt dat we financiële en ook andere diensten verlenen aan werkgevers en werknemers, in eerste instantie in de bouwnijverheid. We zullen dat op een concurrerende manier moeten doen.”

Het SFB is sinds 1952 het uitvoeringsorgaan van de bedrijfsvereniging in de bouwnijverheid en verzorgt dus de WW-, AAW/WAO- en Ziektewetuitkeringen voor bouwvakkers. Concurrentie kende het SFB niet, want de wetgever heeft deze taak jarenlang exclusief toebedacht aan de bedrijfsvereniging die in een bedrijfstak opereert. Sommige bedrijfsverenigingen, de 'zelfadministrerende', hebben daarvoor een eigen uitvoeringsorgaan, in het geval van de bouw dus het SFB. De meeste bedrijfsverenigingen hebben hun uitvoeringstaken ondergebracht bij het GAK, het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor.

Aan die jarenlange monopolieposities komt een einde en bovendien wordt het werkterrein van de bedrijfsverenigingen en dus van hun uitvoeringsorganen steeds kleiner, zowel door besluiten van het vorige kabinet als voorstellen van het huidige kabinet die waarschijnlijk volgend jaar praktijk worden. Daardoor broeit en gist het in de ooit zo onwankelbare bolwerken van werkgevers- en werknemersorganisaties die de sociale verzekeringen in handen hadden. Reorganisaties, fusieplannen en allianties met particuliere verzekeraars zijn aan de orde van de dag. De nieuwe structuur die het SFB nu heeft aangekondigd, is daarvan een voorbeeld.

Het vorige kabinet en de Tweede Kamer hebben in de nieuwe Organisatiewet Sociale Verzekeringen de ontvlechting geregeld tussen bedrijfsverenigingen en uitvoeringsorganen. Het gevolg is dat bedrijven of bedrijfstakken niet meer met handen en voeten gebonden zijn aan één organisatie die hun werknemersverzekeringen uitvoert. De uitvoerders moeten straks in onderlinge concurrentie de opdrachten zien te verwerven. De juridische en economische verzelfstandiging van de uitvoeringsorganisaties zou eigenlijk per 1 juli van dit jaar rond moeten zijn; inmiddels heeft staatssecretaris Linschoten deze termijn met een half jaar, dus tot 1 januari 1996 verlengd.

Vreemd is dat niet; het nieuwe kabinet heeft namelijk nog altijd nagelaten aan te geven hoe de uitvoeringsorganen in de toekomst moeten opereren en op welke manier bijvoorbeeld de regionalisering en de samenwerking met arbeidsbureaus en sociale diensten, waarvoor een grote meerderheid in de Tweede Kamer heeft gekozen, in de praktijk moet worden gebracht. Inmiddels heeft de staatssecretaris een beleidsvisie hierop in het vooruitzicht gesteld, die eind deze maand te verwachten is.

Begin vorig jaar hebben de uitvoeringsorganen van de bedrijfsverenigingen al een belangrijk marktaandeel in lucht zien opgaan. De nieuwe Ziektewet schrijft sinds 1994 voor dat bedrijven de eerste weken van het ziekteverzuim hun werknemers zelf moeten doorbetalen. De eerste twee weken (kleine bedrijven) of zes weken (grote bedrijven) keren bedrijfsverenigingen dus geen ziekengeld meer uit. “Dat heeft ons 300 tot 400 arbeidsplaatsen gekost”, schat directeur Schouten van het SFB.

Bovendien moeten bedrijven de controle van het ziekteverzuim geleidelijk in eigen handen nemen dan wel uitbesteden aan een Arbodienst. Die mannen in leren jassen en met bromfietshelmen op, die mannen dus van het GAK of de SFB, raken hun baan kwijt. Tenzij het GAK, de SFB en de andere uitvoeringsorganen zelf een Arbodienst zouden oprichten. Dat hebben ze dus gedaan, in concurrentie met al bestaande of nieuwe Arbodiensten. Dat gebeurde lang niet altijd op de manier zoals het hoorde, stelde de Sociale Verzekeringsraad eind vorig jaar vast. Een voorwaarde was dat er geen colllectieve middelen, premiegelden dus, werden gebruikt voor commerciële activiteiten. Dat zou tot concurrentievervalsing leiden met bedrijven die niet over zulke collectief vergaarde gelden beschikken.

De Sociale Verzekeringsraad tikte onder meer het SFB op de vingers omdat het zich niet hield aan de voorwaarde dat nieuwe Arbodienst die het had opgericht strikt van het uitvoeringsorgaan werd gescheiden. “Dat was tot 1 januari misschien het geval”, zegt Schouten. “Maar daarna niet meer.”Hij denkt met de opdeling van het SFB, dat nu een stichting is, in zes afzonderlijke naamloze of besloten vennootschappen te voldoen aan de eisen van de staatssecretaris. Daarover heeft hij contact gehad met de organisaties die de toezichthoudende en coördinerende taken van de inmiddels opgeheven Sociale Verzekeringsraad hebben overgenomen.

In het NCW-blad De Werkgever liet Linschoten gisteren weten dat de uitvoeringsorganen wel de markt van de aanvullende verzekeringen en de arbodiensten mogen betreden, nadat uitlatingen van zijn topambtenaar Mulock Houwer vorige week op een besloten bijeenkomst voor enige verwarring hadden gezorgd. “Ik wil alleen dat dit soort processen op een ordentelijke manier verloopt”, aldus Linschoten. “Uitvoeringsorganisaties lopen vooruit op mogelijk toekomstige ontwikkelingen. Dat is niet juist. We moeten er geen ratjetoe van maken.”

De SFB loopt juist willens en wetens op die ontwikkelingen vooruit, blijkt uit de woorden van directeur Schouten. “Wij zijn ons ervan bewust dat de privatisering van de Ziektewet op komst is.” Sterker nog; dat voorstel van Linschoten stond vandaag op de agenda van de ministerraad. Privatisering betekent dat de ziektewetuitkeringen vrijwel geheel verdwijnen (en niet meer alleen de eerste twee of zes weken) en daarmee deze taak van de bedrijfsverenigingen.

Bedrijven kunnen het risico dat zij straks lopen - dat zij een zieke werknemer een vol jaar zelf moeten doorbetalen - desgewenst particulier verzekeren. Met de werkmaatschappij Verzekeringen hoopt het SFB een graantje op deze nieuwe markt mee te pikken - en dus iets van het terrein dat verloren gaat te redden. “Dat dit helemaal lukt is een utopische gedachte”, denkt Schouten. Hij verwacht dat kleine bedrijven het doorbetalen van zieke werknemers meestal wel zullen verzekeren, maar dat grote bedrijven een al dan niet volledig eigen risico verkiezen. Bovendien staat het de kleine bedrijven vrij een andere verzekeraar te kiezen.

Waar de marktactiviteiten van de uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid beginnen is duidelijk, waar ze ophouden de vraag. De particuliere verzekeringspoot van het SFB biedt ook ziektekostenverzekeringen aan, waarvoor het een contract heeft afgesloten met het zorgverzekeraar Ohra. Is de volgende stap bijvoorbeeld een collectieve autoverzekering voor werknemers? “Dat is een strategische vraag”, zegt Schouten, die hij nog niet met ja of nee beantwoordt. “Het is in elk geval niet de bedoeling dat we alleen maar het gat in de Ziektewet verzekeren.”