Nieuw plan Rotterdamse universiteit moeilijk uitvoerbaar; 'Docent ontslaan is oninteressant'

Wie slecht onderwijs blijft geven moet de universiteit verlaten, vindt de Rotterdamse rector magnificus. Maar in de praktijk valt dat niet mee.

ROTTERDAM, 7 APRIL. Als een wetenschappelijk docent slecht onderwijs blijft geven “vliegt hij de laan uit”, maakte prof.dr. P.W.C. Akkermans, rector magnificus van de Erasmus Universiteit, deze week bekend. In navolging van andere universiteiten in Utrecht, Leiden en Nijmegen presenteerde het Rotterdamse college van bestuur een plan: Succesvol studeren, ter verbetering van het universitaire onderwijs. En verbetering van de pedagogische capaciteiten.

K. Hekster, nu voorzitter van de landelijke studentenvakbond LSVb maar vorig jaar nog studentlid van de Rotterdamse universiteitsraad, is “blij verrast”. Vorig jaar nog had ze ontslag voor permanent falende docenten aan de orde gesteld, maar het idee werd weggehoond. Door de docentenfracties. “Goed dat Akkermans nu dit taboe doorbreekt, al valt het natuurlijk wel mooi samen met de aanmelding van de nieuwe studenten.”

In het plan wordt voorgesteld om de evaluaties van colleges door studenten voortaan “direct te koppelen” aan de functioneringsgesprekken die sinds een paar jaar op de universiteit worden gehouden. Docenten die het slecht doen moeten cursussen gaan volgen en als dat niet helpt volgt ontslag. Ook introductie, afstemming en tentaminering van de onderwijsprogramma's moeten worden verbeterd. Werkgroepen gaan de voorstellen uitwerken.

Het is niet het eerste plan van de Rotterdamse universiteit. Twee jaar geleden zocht het college van bestuur in het 'Strategisch Plan' de oorzaak van het probleem bij de student. Ze stelde voor om studenten na afloop van het eerste jaar een 'bindend studieadvies' te verstrekken: verwijdering van de opleiding bij onvoldoende prestatie. “Dat hebben de faculteiten toen niet ingevoerd”, geeft woordvoerder F. Munnichs van de Erasmus toe, “omdat ze vonden dat ze ook op andere, minder dwingende manieren aan de studenten konden duidelijk maken dat ze niet op hun plaats waren bij hun opleiding.” De Katholieke Universiteit Nijmegen besloot overigens vorige maand in haar 'Hoofdlijnen van strategisch beleid' wel tot invoering van zo'n 'definitief studieadvies', evenals de Leidse universiteit vorig jaar in 'Koersen op Kwaliteit'.

Het gaat om de coördinatie-problemen van het massale hoger onderwijs, die de Inspectie gisteren nog kritiseerde op de hogescholen. De toestroom van studenten in de jaren tachtig leidde tot massale en soms nauwelijks samenhangende colleges, waarbij de student vaak jaren aan de universiteit kon ronddwalen zonder veel begeleiding. Verkorting van de studiefinanciering en vooral de invoering van de tempobeurs maakten dit gebrek aan wat is gaan heten 'studeerbaarheid' (de mogelijkheden voor gewone studenten om hun studie binnen de officiële studietermijn te halen) steeds nijpender.

De faculteit economie van de Rotterdamse universiteit is al relatief ver met onderwijsvernieuwingen. Er bestaat voor eerstejaars een soort 'onderwijscontract' op grond waarvan ze een half punt op hun examencijfer kunnen verdienen als ze in de loop van het semester hun opdrachten goed uitvoeren. Maar ook de docenten worden 'aangepakt'. “Vanaf volgend jaar maken we de resultaten van de studentenevaluaties gewoon openbaar”, zegt A. Meijdam, hoofd onderwijszaken van de faculteit.

Maar of dat ooit tot ontslag van docenten zal leiden, zoals de rector Akkermans voor zich ziet? Waarschijnlijk niet. Meijdam: “Het is arbeidrechtelijk veel te moeilijk om iemand te ontslaan”. Maar die ultieme consequentie vindt hij ook niet interessant. Het gaat er veel meer om dat “iemand die op onderwijs slecht scoort een weinig comfortabel bestaan aan deze faculteit leidt”. De ultieme conclusie moet zijn dat “er geen onaantastbare koninkrijkjes meer bestaan in de vakgroepen”. Door het teruglopend aantal studenten dreigen aan de Rotterdamse economie faculteit zo'n 50 ontslagen, van de 480 werknemers. “Maar bij die ontslagen spelen de onderwijsevaluaties geen rol.”

De 'trend' die Meijdam overal ziet is beperking van de autonomie van de vakgroep. Minister Ritzen maakte onlangs bekend dat hij aan plannen werkt om de macht van de vakgroepen te verminderen. In Nijmegen en Utrecht bestaan er al enkele 'onerwijsorganen' die onafhankelijk van de vakgroepen het onderwijs inkopen. Aan de Universiteit van Amsterdam worden ze ingevoerd en ook Rotterdam heeft plannen.

De universiteit in Nijmegen heeft inmiddels al weer een ander idee ontwikkeld, zo blijkt uit de recente 'Hoofdlijnen voor strategisch beleid'. Om de flexibiliteit van de werknemers te versterken zullen nieuwe wetenschappers wel een vaste aanstelling bij de universiteit krijgen, maar niet meer een permanent takenpakket. Collegevoorzitter dr.Th.H.J. Stoelinga: “De taakomschrijving zal gelden voor een jaar of vijf à zeven. Als het op grond van prestaties of dalende studentenaantallen nodig wordt om wat anders te gaan doen kan de werknemer daartoe gedwongen worden.”

Een hoogleraar Chinees zal natuurlijk niet gedwongen kunnen worden om voortaan oud-Grieks te geven, verzekert Stoelinga, dat gaat te ver. “Maar een docent zou wel kunnen overschakelen van Italiaanse Taalkunde naar Italiaanse Letterkunde, of van Nieuwe naar Moderne Geschiedenis, desnoods na een sabbatical year om bij te scholen. Nu kan dat nog niet. Zo specialistisch zijn de taakomschrijvingen.” Detachering of zelf permanente outplacement bij andere universiteiten of bedrijven is dan ook mogelijk - “dat kan heel verrijkend werken”. En als een docent dat dan niet wil? “Tja, dan is er geen baan meer. En ook geen wachtgeld.”