Na het blauwzuurgas; Josef Haslingers roman over een massamoord in Wenen

Josef Haslinger: Opernball. Uitg. S. Fischer, 473 blz. Prijs ƒ61,60.

Met provocerende smakeloosheid heeft de Oostenrijkse schrijver Josef Haslinger het belangrijkste feest op de society-kalender van Wenen als lokatie gekozen voor zijn opus magnum. Opernball heet zijn roman, waarin een kleine groep neonazistische terroristen blauwzuurgas in de luchtverversingskanalen van het operagebouw spuit, waardoor binnen enige minuten de nationale en internationale crème de la crème, die voor deze gelegenheid naar Wenen is gestroomd, naar lucht happend, wankelend en kotsend een jammerlijk einde vindt.

Het doel van de aanslag door de neonazi's, dat zij onder de codenaam 'Harmagedon' hebben voorbereid, is het teweeg brengen van een dramatische politieke omwenteling in Oostenrijk. Hierdoor zouden krachten aan de macht moeten komen die alle gekleurde buitenlanders met geweld zouden verdrijven.

Haslingers boek gaat over het Operabal 1995 en het kwam uit, in een extra grote, vervroegd uitgebrachte oplage, vlak voor dat dit bal in werkelijkheid plaatsvond. Schandaal verzekerd, zou men kunnen denken. De organisatrice van het jaarlijkse Operabal riep dan ook meteen: 'smakeloos'. Trendy bladen spraken over 'de sensatie van het seizoen'. Maar een schandaal bleef uit. Het boek kreeg meteen serieuze, hoewel in Oostenrijk vrij matige kritieken. Dat het in het Duitse taalgebied nu een onbetwiste bestseller is geworden komt voornamelijk omdat de critici van Reich-Ranicki's televieprogramma Das literarische Quartett het boek unaniem prezen en aanbevolen, een eensgezindheid die sinds hun enthousiasme over Cees Nootebooms Die folgende Geschichte nauwelijks was voorgekomen.

Josef Haslinger dringt met Opernball voor het eerst door tot de internationale boekenmarkt. Hij is veertig jaar, werd geboren en groeide op in het Neder-Oostenrijkse plaatsje Zwettl, wilde eerst priester worden, maar veranderde van gedachten en brak met zijn familie. Een bijna klassieke ontwikkeling voor een intelligente jongeman van het Oostenrijkse katholieke platteland. Minder gebruikelijk was dat hij al als scholier werkte als arbeider, pompbediende, ober enz. Later studeerde hij filosofie en germanistiek en promoveerde op de dichter Novalis. Zijn eerste literaire werk verscheen in het tijdschrift Wespennest. Naam maakte hij pas in 1987 met zijn essay 'Politik der Gefühle'. Zeer kritisch kwam hij uit de hoek in 1992 met essays over de Verenigde Staten: Das Elend Amerikas. Elf Versuche über ein gelobtes Land.

Haslinger is een sterk politiek geëngageerde schrijver. Zo is hij bijvoorbeeld een van de woordvoerders van de organisatie SOS Mitmensch, die in 1993 de demonstratie tegen buitenlanderhaat organiseerde die in Wenen een kwart miljoen mensen op de been bracht. Zijn Opernball verwijst op bijna elke bladzijde naar de wereld van de politiek, de Oostenrijkse in het bijzonder. Het gaat te ver het boek een sleutelroman te noemen, maar wie het leest zonder enige kennis van de lokale politieke context mist de hatelijkheden, de persiflages, de vaak doel treffende schoppen tegen de schenen van autoriteiten waar het boek vol mee staat.

Aan de andere kant beperkt zich Haslingers politieke thematiek niet tot Oostenrijk. Haat tegen het toenemend aantal buitenlanders, terrorisme, neonazisme, een sectewezen waar charismatische leiders hun psychisch wankele volgelingen tot de meest extreme acties kunnen bewegen, drugverslaving, televisiereportages die willen scoren door het eerst en het uitvoerigst beelden van gruwelijke, bloederige drama's te brengen, het is allemaal internationale kost die ook tot het dagelijkse menu van de niet-Oostenrijkse lezer kan worden gerekend. In Opernball wordt dit vervlochten met typisch lokale verschijnselen, zoals de verdringing van nazi-meeloperdom, de houding van de gedwongen emigrant uit de jaren dertig, de instelling van de politie die voor 'Chaoten', drugverslaafden en 'links gespuis' altijd meteen de wapenstok en de cel bij de hand heeft, maar tegenover neonazi's consequent laks en ongeïnteresseerd optreedt.

Haslinger heeft zijn roman, waarin de massamoord al heeft plaatsgevonden als het boek begint maar die desondanks spannend is tot de laatste bladzijde, de structuur gegeven van een documentaire. Zijn hoofdfiguur is de in Wenen geposteerde oorlogscorrespondent van ETV, Kurt Fraser, die de leiding heeft van de exclusieve berichtgeving over het operabal vanuit de Weense 'Oper'. Hij zit in het zenuwcentrum buiten het gebouw en ziet op een gegeven moment op twintig monitoren tegelijk hoe de elegant uitgedoste menigte aan het blauwzuurgas bezwijkt. Ook zijn zoon Fred, die pas net van een jarenlange drugverslaving was genezen, hoort als een van de ETV-cameramannen tot de slachtoffers.

De dood van zijn zoon laat Fraser niet los. Hij gaat op zoek naar de oorzaken van de catastrofe. Het verslag van de verwerking van zijn persoonlijke verlies en de uitgetikte geluidsbanden, waarop hij zijn gesprekken heeft opgenomen met een lid van de moorddadige 'Bewegung der Volkstreuen', een politie-inspecteur, een gefortuneerde fabrikant en een Duitse huisvrouw (laatste twee gasten op het bal maar door een gelukkig toeval aan de dood ontsnapt), vormen met elkaar het boek. Haslinger begon er jaren geleden aan na het drama in het Duitse plaatsje Hoyerswerda, waar buitenlanders verbrandden in hun woningen na een aanslag van neonazi's. Zijn roman moet dan ook zeker gelezen worden als een protest tegen de opkomst van ultra-rechts, tegen een politie wier sympathie dezelfde kant uitgaat, tegen de cynische slag om de gunst van de kijker op de televisie, tegen de onbenulligheid van de zogenaamde elite.

Protesten kunnen vermoeien en literaire kwaliteit vermoorden. Haslinger is het gelukt van zijn Opernball een soms ontroerende, steeds onderhoudende, uitstekend geschreven roman te maken, waarin Wenen als plaats van handeling zo'n belangrijke rol speelt dat men moet denken aan het Wenen in David Vogels Huwelijksleven. Het boek is niet zonder zwakheden. De tekst van de bewogen auteur schiet wel eens tekort in humor en door de documentaire structuur krijgen de hoofdpersonen niet meer dan vage psychologische contouren. Maar het zijn feilen die elke lezer die bijna vijfhonderd bladzijden lang in de ban van Haslingers dramatische vertelling heeft verkeerd op de koop toe zal nemen.