Kinderen zonder zonde; De ontroerende schrijfdrift van W.G van de Hulst

W.G. van de Hulst staat te boek als een protestants schrijver bij uitstek. Maar was hij dat ook? “Zijn werk ademt een typisch protestantse sfeer, maar Van de Hulst moraliseert niet.” Onlangs verscheen een aanzet tot een biografie van de kinderboekenschrijver.

Daan van der Kaaden: Zoeken naar de ziel - Leven en werk van W.G. van de Hulst. Uitg. Callenbach, 152 blz. Prijs ƒ39,90.

'W.G. van de Hulst,' schreef Wim Hazeu in 1988 in zijn Achterberg-biografie, 'heeft met zijn kinderbijbel en kinderboeken generaties kinderen en onderwijzers in calvinistisch Nederland aan zich verplicht, maar wordt in geen enkele encyclopedie - van Winkler Prins tot Oosthoek - vermeld. Van hem zijn in Nederland meer dan elf miljoen boeken verkocht.'

Of Van de Hulst sindsdien in recente drukken van encyclopedieën is doorgedrongen weet ik niet, maar de laatste jaren, sinds de W.G. van de Hulst-tentoonstelling in het Letterkundig Museum in 1992, lijkt zich een kentering in de waardering van het werk van deze bovenmeester af te tekenen. Aukje Holtrop schreef in VN: 'Je zou alle niet-protestants opgevoede mensen met terugwerkende kracht toewensen dat ze ook zo'n kinderboekenschrijver in hun jeugd hadden gehad.'

Nicolaas Matsier noemde hem in 1992 in de Volkskrant 'niet minder groot dan Annie M.G' en merkte op: 'Ik zou niet weten wie ik zijn zou, zonder dat alles, en zonder verzet tegen dat alles.' Toen hij dat schreef moest Gesloten huis nog verschijnen. Zonder Van de Hulst zou dat schitterende boek er heel anders uitgezien hebben. Je zou dat werk de meest ultieme verwerking van de erfenis van Van de Hulst in de Nederlandse letterkunde kunnen noemen.

Wordt Van de Hulst nu nog gelezen? Aukje Holtrop meldde dat er per jaar zo'n 40 tot 50.000 boeken van Van de Hulst verkocht worden. Verrassender nog is wat Lieke van Duin in 1993 in Trouw schreef: 'Vooral Turkse en Marokkaanse kinderen lenen de boeken van W.G. van de Hulst graag uit de bibliotheek.'

Zeer recent zijn in ieder geval nog onder meer Ouwe Bram, Het huisje in de sneeuw en Peerke en z'n kameraden herdrukt. En onlangs verscheen eindelijk een boek over Van de Hulst, Zoeken naar de ziel, van Daan van der Kaaden.

Gelet op het feit dat Van de Hulst met zijn ruim elf miljoen verkochte boeken een kolossale invloed moet hebben gehad op de protestantse kinderziel, is het op z'n zachtst uitgedrukt merkwaardig dat zijn werk nooit grondig werd bestudeerd. Rie van Rossum schreef omstreeks 1948 een aardig boekje over hem onder de titel De jongen met de toverfluit. In 1988 publiceerde W.G. van de Hulst jr. onder de titel Wachten op de kraakwagen herinneringen aan zijn vader.

In het aardigste verhaal uit dat boekje vertelt Junior dat zijn vader in het ziekenhuis lag, 's nachts in het halfduister eerst op papier begon te schrijven, en toen zelf niet bemerkte dat hij, toen het papier op was, doorging op het laken. Daarmee is de schrijfdrift van Senior in ieder geval prachtig getypeerd. Het aantal afzonderlijke boekpublikaties van Van de Hulst ligt ver boven de honderd. Wie de bibliografie bekijkt, kan in ieder geval vaststellen dat Van de Hulst, naarmate hij ouder werd, steeds meer voor heel kleine kinderen is gaan schrijven. Bij zijn vroegste publikaties zijn historische jeugdromans te vinden zoals Willem Wijcherts (1909) en Van Hollandsche jongens in den Fransen tijd (1913), maar zulke boeken heeft hij later nooit meer geschreven. Buitenschooltje

Het leven van Van de Hulst is betrekkelijk kalm verlopen. Hij werd op 28 oktober 1879 in de Ganssteeg te Utrecht geboren. Zijn vader was steenhouwer en stierf in 1887. Omdat Willem op school goed mee kon, werd zijn moeder geadviseerd hem voor onderwijzer te laten doorleren. Van de Hulst volgde een avondopleiding aan de Normaalschool, en werd als kwekeling geplaatst op een buitenschooltje aan de Vaartse Rijn. Daar onderwees hij kinderen van steenovensgasten. Met een korte onderbreking - militaire dienst, onderwijzer op een andere school waar hij niet aarden kon - is Van de Hulst tot zijn vervroegde pensionering in 1940 eerst als onderwijzer, later als hoofd werkzaam geweest op dat schooltje aan de Jutfaseweg in Utrecht. In 1909 stuurde Van de Hulst voor een prijsvraag van de Nederlandsche Zondagsschool Vereeniging twee manuscripten in, Ouwe Bram, voor oudere kinderen en Van een klein meisje en een grooten klok voor jonge kinderen. Het laatste manuscript had hij door zijn vrouw laten overschrijven zodat de jury niet aan het handschrift zou kunnen zien dat het van dezelfde schrijver afkomstig was als Ouwe Bram. Van de Hulst won in beide categorieën de eerste prijs, en beide boeken verschenen in 1909 bij Callenbach in Nijkerk. In dat jaar verscheen ook onder het pseudoniem Jan van de Croese (Van de Hulst woonde in de Van de Croesestraat) Willem Wijcherts. Van de Hulst stierf te Utrecht in 1963. De laatste jaren van zijn leven heeft hij weinig meer geschreven.

Toen hij begon had hij nog aspiraties om voor volwassenen te schrijven. Hij was gegrepen door de beweging van Tachtig, en in zijn allereerste boeken is nog wel tachtiger-woordkunst te vinden, bijvoorbeeld in Ouwe Bram de zin: 'Buiten suizelden de biezen in de zachte avond.' Later zou hij veel direkter schrijven, en het stijlmiddel van de vele puntjes kwistig hanteren. Matsier heeft daar in zijn Volkskrant-artikel een paar bijzonder geestige opmerkingen over gemaakt. (Overigens gebruikt Van de Hulst de drie of vier puntjes heus niet vaker dan Céline, dus waarom zouden we daar over vallen?)Van de Hulst - en dat vooral typeert hem toch als een echte schrijver - heeft door zijn hele werk heen consequent dezelfde thematiek. Je vindt overal innige jongensvriendschappen, van jongens uit zeer verschillende stand zoals Gert van de molenaar en Karel van de dominee in De roode vlek, je vindt overal - en daarin was Van de Hulst zijn tijd ver vooruit - zelfbewuste, jongensachtige meisjes die soms meer durven dan jongens, en in bijna alle boeken, en dat is misschien het meest typerend, speelt verdwalen en verdwijnen een grote rol. Bij Van de Hulst komt één kind, of komen een paar kinderen, in grote ellende terecht, veelal doordat zij verdwalen. Dan volgt de verlossing, doordat die kinderen door een volwassene gered worden, en tenslotte volgt de dankbaarheid als de kinderen weer veilig thuis komen bij de inmiddels doodongeruste ouders.

Verdwaald

Het is duidelijk dat Van de Hulst het beproefde schema van de Heidelbergse Catechismus - ellende, verlossing en dankbaarheid - naar het kinderboek heeft weten te vertalen. Het merkwaardige daarbij is echter dat vrijwel al zijn kinderen niet in ellendige omstandigheden raken doordat zij zondigen, kwaad doen, ondeugend zijn, maar doordat zij verdwaald raken of ziek worden of iets dergelijks. En daarom geloof ik dat ik, hoeveel waardering ik ook heb voor het artikel van Matsier over Van de Hulst in de Volkskrant, in één opzicht toch hevig met hem van mening verschil. Hij zegt: 'Van de Hulst heeft een keer of zeventig zijn Schuld en Boete geschreven, voor kinderen.' Het opmerkelijke is nu juist dat er slechts zo zelden sprake is van Schuld, van Zonde. De kinderen bij Van Hulst zijn door en door goedaardig, en komen juist buiten hun schuld terecht in de grootst mogelijke ellende. Peerke is zijn twee benen kwijtgeraakt. Daarbij is van Schuld geen sprake. Nee, schuld en boete - dat is nu juist niet van toepassing op Van de Hulst. En dat is, denk ik, ook de reden dat hij nog steeds gelezen wordt. Zijn werk ademt een typisch protestantse sfeer, maar Van de Hulst moraliseert niet, beschrijft geen nare, slechte kinderen die zich 'bekeren'. Het is niet verwonderlijk dat Van de Hulst voor de oorlog in rechts-orthodoxe kringen niet gewaardeerd werd. Hij beschrijft geen grote zondaars. In zijn wereld is veel ellende, veel leed, veel verdriet, maar dat leed treft ook, en vooral, goedwillende kinderen.

Ik heb zo'n twintig boeken de laatste paar weken herlezen. Het valt eigenlijk reuze mee hoe christelijk de boeken zijn. Er wordt wel veel in gebeden, maar nooit op een hinderlijke wijze. Het werk blijft bij al zijn beperkingen toch een ongeëvenaarde levendigheid en directheid behouden. Het is vreemd: als ik het herlees ben ik voortdurend ontroerd. Ook zo'n merkwaardig boek als Herinneringen van een schoolmeester, waarin Van de Hulst in de hij-vorm zijn memoires beschrijft, ontroert me vrijwel op elke bladzijde. Gelet op de weer toegenomen belangstelling voor Van de Hulst, is het goed dat er nu eindelijk een boek over hem is verschenen waarin, helaas nog vrij summier, zijn leven en werk wordt behandeld. Eindelijk beschikken we ook over een echte bibliografie. Van der Kaaden besteedt ook veel aandacht aan de tekenaars die het werk van Van de Hulst hebben geïllustreerd. Er is er één die met kop een schouders boven de anderen uitsteekt, J.H. Isings. Voor mij zijn sommige van de mooiste boeken, Willem Wijcherts, Jaap Holm en z'n vrinden, Peerke en z'n kameraden onverbrekelijk verbonden met de illustraties van Isings, en blijkbaar geldt dat, als ik Gesloten huis goed begrijp, ook voor Nicolaas Matsier.