Jongeren stalen 54 Opels voor autorace

AMSTERDAM, 7 APRIL. Een regenachtige zondag in maart. Twee marechaussees rijden in het havengebied van Amsterdam op zoek naar smokkelaars, als plots een Opel Kadett hun spookrijdend tegemoet racet. Zonder kentekenplaten, zwarte cijfers op de zijkant gespoten. De bestuurder is een jongen. Redenen genoeg om de auto aan te houden.

De bestuurder blijkt 15 jaar te zijn, zijn bijrijder is niet ouder. Ze zijn bezig met een race, biechten ze op. Een Opel-race, zoals er in het Westelijk Havengebied van Amsterdam het afgelopen half jaar heel veel zijn gehouden. Een onderzoek in het gebied levert diezelfde dag nog vijf gestolen Opels op, drie daarvan vindt de politie in het water terug.

Uitgebreider onderzoek bracht een netwerk van veertien coureurs (14 tot 16 jaar oud) aan het licht, die tussen oktober en maart 54 oude Opels hadden gestolen om er nachtraces en weekendcrosses mee te rijden. Ze zijn de afgelopen weken allemaal gearresteerd. Vooral jongens uit Amsterdam-west, die elkaar van school of uit de buurt kennen. Drie jongens uit Alphen aan den Rijn hoorden er ook bij. Twee van de jongens zijn in bewaring gesteld, vijf zijn voorgeleid aan de officier van justitie.

Er zijn in die periode nogal wat gestolen Opels op en neer gegaan tussen Amsterdam en Alphen. Tanken deden ze altijd gratis, bij kleine benzinestations zonder elektronische camera's. Als de tank leeg was of de auto het door het vele crossen begaf, werd-ie weggezet en zochten de jongens een nieuwe oude uit. Ze selecteerden hun auto's op kleur.

Opels uit begin jaren tachtig waren favoriet - omdat iemand die er verstand van heeft die openkíjkt, aldus een woordvoerder van de Amsterdamse politie. Nieuwe auto's zouden te veel opvallen bij het racen. Volgens de politie worden veel meer races gehouden tussen de loodsen en bedrijven in de havens. “Het is een crossgebied.”

Enkele jongens hebben verklaard dat ze het 'zonde' vonden om nieuwere auto's voor hun crosses te gebruiken. Bijna alle gestolen auto's zijn weer teruggevonden door de politie, meestal in geruïneerde staat. De schade bedraagt enkele tonnen, te betalen door de eigenaren die vrijwel allemaal verzekerd waren.

Dertig seconden hadden ze nodig om de Opels weg te rijden. Het contact werd 'doorverbonden': draden onder de stuurkolom vandaan getrokken en met elkaar verbonden. Het stuurslot werd verbroken. De handigheid hadden ze opgedaan bij autosloperijen.

Als ze de auto overdag of door de week ergens kwijt moesten, parkeerden zij die soms voor een politiebureau. Niemand zou er aan denken dat daar een gestolen auto staat, was de gedachte. En mocht een agent het kenteken herkennen, dan zou die altijd eerst denken dat een collega de zaak onder handen had.

Met de auto's maakten ze indruk bij schoolvriendjes, die vervolgens mee wilden doen. Zo groeide een aanvankelijk klein groepje uit tot een raceclub. Een bende vormden ze niet, aldus de politie. Er waren geen bazen, alleen onderlinge afspraken. Een jongen zou zich letterlijk hebben ingekocht bij de raceclub, met 19.000 gulden die hij van zijn vader had gestolen. Hun ouders hebben er nooit iets van gemerkt, verklaarden de jongens, omdat zij voor de ochtend weer in hun bed lagen.