Hoe het licht door het raam kierde; Tien foto's van kamp Theresienstadt

Tien foto's van Leo Divendal. Joods Historisch Museum. Jonas Daniël Meijerplein 2-4, Amsterdam. T/m 7 mei. Dag. 11-17u.

Leo Divendal heeft nooit vier oud-tantes gehad. Toch hebben ze wel bestaan. Ze heetten Anna Bertha, Elisabeth Rosette Augusta, Emilie en Frederika Rebecca. Ze stierven in de Tweede Wereldoorlog, en toen moest Leo Divendal nog geboren worden. Daarom heeft hij ze nooit gekend.

Kun je mensen die je nooit ontmoet hebt toch kennen? Hooguit een beetje, denk ik. Je kent ze zonder herinnering aan kleine dingetjes. Hoe ze het haar uit hun ogen veegden bijvoorbeeld, of hoe hun stem klonk. Hoe ze lachten, en waarom ze dat deden. En raar genoeg zijn juist dat meestal de dingen die het eerst in je opkomen als je aan iemand denkt.

Leo Divendal probeerde zijn oud-tantes op een andere manier toch te leren kennen. Hij bezocht de plaats waar ze stierven: in het concentratiekamp Theresienstadt in Tsjechië. Daar werden in de Tweede Wereldoorlog joden uit heel Europa opgesloten. Nu heet die plaats weer Terezín.

Divendal probeerde zich voor te stellen hoe de laatste dagen van zijn tantes eruitzagen. Kleine dingen bedacht hij: hoe ze het licht zagen dat door het raampje kierde, hoe de britsen kraakten als ze 's nachts in hun bed woelden, hoe ze aan tafel zaten en met hun vingers langs de nerven van het hout gleden. Van die dingen maakte hij foto's. Maar of ze écht aan die tafels hebben gezeten of op die britsen sliepen, dat weet hij natuurlijk niet.

Tien foto's koos hij uiteindelijk, en hij schreef een gedicht. Dat is niet veel voor vier oud-tantes, en al helemaal niet voor de vele mensen die samen met hen in Theresienstadt omkwamen. Maar er zijn natuurlijk nooit genoeg foto's voor zoveel doden.

Toen Judith Belinfante vorig jaar bij haar 25-jarig jubileum als directrice van het Joods Historisch Museum een geldbedrag kreeg, wist ze direct wat ze daarvoor wilde kopen: die tien foto's. Haar grootouders kwamen om in hetzelfde kamp.

De foto's hangen nu samen met het gedicht in een gangetje van het museum, op een stil plekje achter een deur. Toen ik ze daar de eerste keer zag dacht ik: wat moet ik hier nu over schrijven? Een tafel, een brits, het licht dat door het raam schijnt: het zijn geen foto's die laten zien hoe erg het was in het kamp. Wat laten ze eigenlijk wél zien?

Maar sommige foto's vertellen juist zo veel door wat er niet op staat. Dat moet je je voorstellen. Hoe vier vrouwen samen aan die tafel zaten. Hoe ze luisterden naar de geluiden en keken naar het licht. En hoe bang ze waren, ook dat.

Door zich dat allemaal voor te stellen heeft Leo Divendal toch een heel klein beetje vier oud-tantes gekregen.