Het geheim van de leliën des velds

Met een zekere scepsis had ik de avond tevoren naar een programma van de BBC zitten kijken dat de wereld van morgen schetste - een chaotische wereld, beheerst door drugsbaronnen en bezocht door besmettelijke ziekten (het programma heette dan ook The new Middle Ages) - toen dinsdagmorgen de krant meldde: “Russische mafia hier actief”.

In de grote steden, aldus het bericht dat een rapport van de Binnenlandse Veiligheidsdienst samenvatte, doen criminele bendes uit de voormalige Sovjet-Unie zich steeds meer gelden. Die bendes richten zich op immigratiesmokkel, vrouwenhandel, prostitutie, grootscheepse autodiefstal en het witwassen van crimineel geld. Voor moord schrikken ze niet terug.

Dat komt dan bovenop de Chinese en Turkse bendes, die al jarenlang hier actief zijn. De laatste zijn overigens voornamelijk Koerden, zoals de Russen in de praktijk vaak Tsjetsjenen zijn (in Moskou is de mafia in hun handen). Onze sympathie met deze onderdrukte volken moet dus binnen de perken blijven.

Maar dit terzijde, want heeft dit nu met de “nieuwe middeleeuwen” te maken? Welnu, ook in de echte middeleeuwen was de macht vaak in handen van roofridders, op z'n best leenmannen, waar het officiële gezag weinig tegen kon uitrichten. En de “zwarte dood”, waaraan in de middeleeuwen miljoenen ten slachtoffer vielen, doet onvermijdelijk denken aan aids.

Dat beeld nu schetste het programma van de BBC, dat veertig minuten duurde. Maar eerst kwam het “geestelijk lijden van onze tijd” - om een woord aan Huizinga te ontlenen - ter sprake. Ook hier chaos, onzekerheid, onvoorspelbaarheid, en dat terwijl in de toekomstvisioenen van schrijvers uit de jaren '30, zoals Aldous Huxley, H.G. Wells en George Orwell, de jaren '90 juist het summum van orde en beheersbaarheid waren.

Toch zit er een zekere logica in het onvervuld blijven van die voorspellingen. Immers, het tijdperk van het rationalisme, dat in de zeventiende eeuw was begonnen, is geëindigd met de ondergang van het communistische experiment, dat, zogenaamd de wetten der wetenschap volgend, in bepaalde zin het toppunt van het vleesgeworden rationalisme is geweest.

De Fransman Alain Minc, schrijver van het boek Le nouveau moyen âge, betoogde dit in het programma. En terecht - hoewel in de praktijk ook de rode machthebbers niet zonder irrationele hulpmiddelen als vaderlandsliefde en persoonsverheerlijking konden en de officiële planeconomie alleen daarom haar ondergang zo lang heeft kunnen uitstellen doordat er daarnaast een zwarte economie bestond. En ook de Sovjet-Unie kende haar baronnen of leenmannen, plaatselijke satrapen (Jeltsin was er een).

Dat neemt niet weg dat, met de ondergang van de Sovjet-Unie, het rationalisme op sociaal en staatkundig gebied buiten adem is gekomen. Het is nu de onvoorspelbare en onbeheersbare markt die almachtig is, en daar kan - wat er ook overigens van gezegd kan worden - weinig inspiratie van uitgaan. Tot zover de ideologische impasse van deze tijd.

Maar met de ondergang van de Sovjet-Unie is ook de macht gefragmentariseerd. In haar plaats zijn nationalismen, ja tribalismen ontstaan, die op voet van oorlog met elkaar staan. En er zijn, in onze eigen maatschappij, reusachtige gebieden - “grijze zones” noemt Minc ze - die buiten de wet staan. Voorsteden van Parijs en Birmingham waar de politie zich nauwelijks waagt, werden als voorbeelden genoemd.

Ook wordt de mensheid bedreigd door ziekten waartegen nog geen kuur bestaat. Aids is het eerste waar we dan aan denken, maar ook andere werden genoemd, zoals antrax (miltvuur). Weer andere ziekten, zoals tuberculose, die als overwonnen waren beschouwd, komen terug. De mens bouwt een resistentie tegen antibiotica op. Ook hier dus onzekerheid wat de toekomst betreft. Voorspelbaarheid is niet langer de norm, maar de uitzondering. We naderen de chaostheorie.

De vergelijking met de middeleeuwen ligt dus voor de hand. Maar het is de donkere kant van dat tijdperk die dan als model dient. Er is ook een beloftevolle kant. Die heeft Nikolai Berdjajev, in het begin van de jaren '20, ons als beloofde land voorgehouden, in een boek dat, evenals dat van Minc, De nieuwe middeleeuwen heet. Berdjajevs nieuwe middeleeuwen zouden een “nieuw collectivistisch religieus tijdvak” zijn, waarin de samenleving hiërarchisch geleed zou zijn.

Die kant hadden de oude middeleeuwen ook. Naast - en als complement van - alle chaos, onvoorspelbaarheid en barbarij waren er de kathedralen en andere uitingen van verheven kunst, was er ook het heimwee naar kosmos en harmonie, de muziek der sferen. Die middeleeuwen hebben in latere tijden vaak aantrekkingskracht gehad, bijvoorbeeld in de Victoriaanse tijd - als contrapunt tegen de dreigende “opstand der horden” van de industriële revolutie. (In Nederland, waar toen die revolutie nog nauwelijks was ontstaan, was die heimwee meer rooms-geïnspireerd.)

Maar ook nu blijken er, zo toonde het programma van de BBC, mensen te zijn die geloven in de kosmische eenheid van alle natuurverschijnselen, en dat leken geen geitewollen sokken dragende dromers te zijn. Eén van hen, de theoretischfysicus Michio Kaku (net als Francis Fukuyama kennelijk een Amerikaan van Japanse oorsprong), was er zeker van dat eerlang de formule - zoiets als Einsteins E = mc - gevonden zou worden die de sleutel is tot alle geheimen, zoals die van het weer, van de waterstromen, van de bewegingen van vogelzwermen en, zo zei hij, van de “leliën des velds”.

Zolang de drugsbaronnen en de epidemieën ons in leven laten, hebben we nog iets om op te hopen.