Heimwee naar roodbruine rijtjeshuizen; De wereld van de Engelse zanger en tekstschrijver Morrissey

De Engelse zanger en tekstschrijver Morrissey zingt over eenzaamheid, teleurstelling en de onmogelijkheid van oprechte intimiteit. Hij werd midden jaren tachtig beroemd als voorman van The Smiths, het boegbeeld van de Engelse popmuziek van die dagen. “Wie Morrissey mooi wil vinden moet van melodrama houden, en liefst, net als de zanger zelf, ernaar leven.”

World Of Morrissey (Parlophone/EMI 7243 8 32448 2 9).

The Smiths 'Singles' (Warner Music 4509-99090-2).

Morrissey: Vauxhall And I (Parlophone/EMI 7243 8 27797 2 8).

Vrijdag 21 april wordt in de CMA Club in Amsterdam (Beyersweg 28) de European Convention '95 Morrissey/The Smiths gehouden.

'Lifeguard Sleeping, Girl Drowning' heet het liedje - een titel die je eerder zou verwachten in een dichtbundel dan op een popplaat. En ook de muziek is ongewoon. Eerst is er het getinkel van een synthesizer, een zacht, geheimzinnig geluid, dat na een paar seconden aangevuld wordt met de droeve lange tonen van een klarinet en een vol maar voorzichtig aangeslagen gitaar. Dan valt een stem in, en tegen de achtergrond van de dromerige muziek vertelt de zanger zuchtend een verhaaltje. Hij zingt over een meisje. Altijd heeft ze om aandacht gevraagd, altijd wilde ze het middelpunt zijn. En nu is ze zelfs te ver gegaan in zee, om de strandwacht te dwingen zich met haar te bemoeien. Maar de opzichter slaapt. Weet ze niet wat voor drukke dag hij achter de rug heeft? Het meisje strekt haar arm vergeefs uit en verdwijnt in de golven. Het geeft niet, sust de zanger wreed, niemand zal haar missen - 'she was... nobody's nothing'. En voordat een watervalletje van harptonen het liedje afsluit, verplaatst het perspectief zich nog één keer naar de strandwacht:

When he awoke

the sea was calm

and another day passes like a dream

Morrissey heet de zanger en tekstschrijver van deze drie minuten lieflijk venijn; eigenlijk Steven Patrick Morrissey, maar van zijn voornamen deed hij afstand toen hij in de vroege jaren tachtig zijn carrière begon bij de Noordengelse popgroep The Smiths. 'Lifeguard Sleeping, Girl Drowning' is het visitekaartje van zijn vorig jaar verschenen studio-album, Vauxhall And I. De van leed en wreedheid vervulde tekst, de droge humor en de vermoeide, bijna pathetische zang maken het tot een archetypische Morrissey-song, die ten onrechte ontbreekt op de onlangs verschenen cd World Of Morrissey, een enigszins willekeurige bloemlezing uit de liedjes die hij sinds 1988 als solo-artiest maakte.

Niet dat er geen prachtige nummers staan op World Of Morrissey. Er is de aanstekelijke rockabilly van 'The Loop', de in melancholie zwelgende marsmuziek van 'We'll Let You Know', en de bedachtzame rock van 'Boxers', dat een ode brengt aan een verliezende bokser, een echte working-class hero. En er is 'Spring-Heeled Jim', dat met griezelige compassie een beschrijving geeft van een oude gangster die terugdenkt aan zijn hoogtijdagen. 'Oh, where did all the time go', verzucht hij, terwijl op de achtergrond zachtjes een gitaar jengelt, een bassist zijn loopjes speelt, en dialoogfragmenten klinken in een vet Cockney-accent. Ooit, zingt Morrissey, kon je Jim op elk moment wakker maken voor een moord, nu voelt hij zich oud en vindt hij de wereld koud. Hoe misplaatst het medeleven van de zanger ook mag overkomen, de slepende melodie van het liedje zorgt ervoor dat het zich vasthaakt in het geheugen. 'Spring-Heeled Jim', dat net als 'Lifeguard Sleeping, Girl Drowning', afkomstig is van Vauxhall And I, maakt één ding heel duidelijk: ook zonder The Smiths, het boegbeeld van de Engelse popmuziek in de jaren tachtig, kan Morrissey zijn luisteraars ontroeren en verwonderen.

Vijf jaar lang, van 1982 tot 1987, vormde Morrissey (geboren 1959) binnen The Smiths een schrijversduo met gitarist Johnny Marr (1965). Ze waren de lievelingetjes van de Britse popkritiek en wisten achttien singles in de hitparade te krijgen - achttien originele en goed in het gehoor liggende liedjes die nu achter elkaar zijn gezet op de superieure verzamel-cd Singles. Van hun optimistische, door een snelle mondharmonica ingeleide debuut 'Hand In Glove' tot en met het melancholische 'There Is A Light That Never Goes Out', waarin de zanger wenst dat zijn lief en hij door een dubbeldekkerbus worden geschept, want: 'to die by your side is such a heavenly way to die'.

De Lennon en McCartney van de Thatcher-jaren werden Morrissey en Marr wel genoemd, hoewel hun werkwijze belangrijk anders was. Terwijl de twee Beatles allebei liedjes schreven en aanvankelijk ook muzikaal sleutelden aan elkaars composities, hadden de twee Smiths van begin af aan ieder hun eigen terrein. Morrissey, een aan weltschmerz lijdende kluizenaar met een verleden als popjournalist, schreef de teksten; Marr - die in 1982 op Morrissey was afgestapt na het zien van een documentaire over het Amerikaanse songschrijversduo Leiber en Stoller - componeerde de muziek. Ze scheelden zes jaar, maar hun muzikale interesses waren dezelfde: de rock 'n' roll van Elvis Presley (wiens beeltenis later de hoes van een Smiths-single zou sieren), de glitterrock van David Bowie en The New York Dolls, en de Amerikaanse New Wave van The Ramones en Patti Smith.

Waar Morrissey en Marr niets van moesten hebben waren de stromingen die de Britse popmuziek aan het begin van de jaren tachtig domineerden. Hun heldere gitaarriffs en bekoorlijke melodieën beschouwden ze als een tegenwicht tegen de weloverwogen lelijkheid van de punk; daarnaast moest de groep die zij hadden opgericht - met naast de gitaar van Marr alleen een bas en een drumstel - een baken van eenvoud zijn temidden van de synthesizerpop van de videoclipgeneratie. Ze noemden zich The Smiths, een naam als een beginselverklaring die hun verbondenheid met het Engeland van de gewone man moest verbeelden.

The Smiths waren van huis uit een working-class band; hun thuisbasis was Manchester, waar zowel Morrissey als Marr in de verpauperde wijk Stretford waren opgegroeid. Maar hoewel Morrissey zich in zijn teksten af en toe uitsprak over de deplorabele staat van (Noord-)Engeland onder het Thatcherisme, toonde hij nooit de maatschappelijke bewogenheid van sommige van zijn Londense collega-songschrijvers (met Paul Weller als bekendste voorbeeld). Morrissey zong in de eerste plaats over zichzelf, en alleen zijdelings over de toestand in de wereld. Songtitels als 'Unloveable', 'Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me' en 'Heaven Knows I'm Miserable Now' spraken boekdelen. Hij zong over eenzaamheid, teleurstelling en de onmogelijkheid van oprechte intimiteit; hij bezong, zoals wel spottend is opgemerkt, het Lijden van de Jonge Morrissey.

Narcissen

Sentiment is Morrissey nooit uit de weg gegaan. Dat wordt duidelijk uit zijn teksten, die soms zwelgen in zelfmedelijden ('And when I'm lying in my bed/ I think about life/ I think about death/ And neither one particularly appeals to me'), maar ook uit zijn manier van zingen, waarin monotoon parlando wordt afgewisseld met een van emotie overslaande falset. Kippevelgevend, vinden zijn fans; aanstellerij, zeggen zijn criticasters. Wie Morrissey mooi wil vinden moet van melodrama houden, en liefst, net als de zanger zelf, ernaar leven. De ware fan neemt narcissen of gladiolen mee naar zijn concerten, en gooit ze op het podium om ze te laten verwelken. De ware fan leest Morrissey's favoriete romans Wuthering Heights en Jane Eyre, en verdiept zich in het kitchen sink drama van de Britse Ealing-studio's, de jaren-vijftigfilms die Morrissey zo mooi vond dat hij bij zijn hoesontwerpen voor de platen van The Smiths vaak uitging van een still van zo'n film.

De ware Morrissey-fan ten slotte, houdt van Engeland, want de wereld van Morrissey is zo Engels als Alan Bennett en fish 'n' chips. Het is een provinciale wereld van trotse arbeiders en sympathieke middenklassers, van straten vol roodbruine rijtjeshuizen en badplaatsen in verval. Uit veel van Morrissey's liedjes spreekt een heimwee naar een Engeland dat nooit bestond, naar de tijd waarin de roddelbladen nog schreven over dorpsdominees die waren betrapt in tutu, en waarin de misdadigers nog zo 'respectabel' en in de buurt geworteld waren als de Londense Kray Brothers. Een mythisch verleden - dat weet Morrissey zelf ook. “Iedereen ondervraagt me over het goede oude Engeland alsof ik een van de personages uit The Mayor of Casterbridge ben,” zei hij vorig jaar in een interview. “Ik ben toevallig Engels en ik zing over Engelse dingen; het was nooit mijn ambitie om Eddie Cochran te zijn. Maar ik ben echt geen reactionair die Engeland wil hebben zoals het was in 1971.”

Dat Morrissey's verheerlijking van de Englishness van Engeland ook tot ernstiger misverstanden kan leiden, bleek een paar jaar geleden, toen hij niet alleen een nummer wijdde aan het fascistische National Front, maar dit tijdens concerten ook nog eens gehuld in de Engelse vlag ten gehore bracht. De Britse pers maakte hem af: Morrissey was, naar nu bleek, niet zomaar een nationalist, maar op zijn minst xenofoob; en de tekst van 'The National Front Disco' stelde zijn Genet-achtige fascinatie voor idealistische boeven en stoere jongens in een bedenkelijk licht. Het kostte de zanger maanden om iedereen duidelijk te maken dat hij in het gewraakte nummer juist een beeld had willen geven van een vriendschap die teloor ging omdat een van de twee vrienden zich aangetrokken voelde tot de ideeën van het National Front. In interviews constateerde Morrissey dat de critici er een handje van hadden om zijn teksten verkeerd te interpreteren.

Pedofilie

De National Front-rel was niet de eerste controverse waarin Morrissey verzeild raakte. Al op de B-kant van een van de eerste Smiths-singles stond een cryptisch lied ('Handsome Devil'

) dat sommige kinderbeschermers wilden lezen als een ode aan de pedofilie. Een jaar later werd in de Britse pers druk gediscussieerd naar aanleiding van de song 'Meat Is Murder'; niet, zoals de vegetariër Morrissey later sarcastisch zou opmerken, over de toelaatbaarheid van het doden van dieren voor consumptiedoeleinden, maar over de vraag of je in popsongs wel dit soort kwesties mocht aansnijden. En drie jaar nadat Morrissey de Smiths had verlaten, in 1990, vielen de Engelse muziekbladen over hem heen omdat ze in 'November Spawned A Monster' meenden te horen dat hij gehandicapten belachelijk maakte.

Morrissey mag dan vaak klagen dat hij verkeerd begrepen wordt, hij zoekt ook de provocatie. Zo reageerde hij buiten alle proporties toen de biograaf Johnny Rogan zonder zijn toestemming een boek over de geschiedenis van The Smiths publiceerde (Morrissey & Marr: The Severed Alliance, 1993). “Ik hoop dat Rogan sterft in een kettingbotsing op de M6,” liet hij zich ontvallen, om nog tijden daarna over deze 'motorway fatwah' door journalisten ter verantwoording te worden geroepen. 'Bigmouth strikes again' schreven sommigen, met een verwijzing naar de titel van de bekendste hit van The Smiths - een nummer waarin Morrissey met fris-anachronistische humor zong over een flapuit die spijt heeft van zijn wilde uitspraken:

now I know how Joan of Arc felt

as the flames rose to her roman nose

and her Walkman started to melt.

Morrissey schrijft teksten en hij zingt. Het tweede is misschien belangrijker dan het eerste. 'The songs we sing/ They're not supposed to mean a thing' beweert hij in 'We'll Let You Know', dat ook op de World Of Morrissey-verzameling staat. Voor een deel is dat koketterie, want veel van zijn lyriek is pijnlijk precies en de nostalgie en de spleen die zijn muziek oproept hangt natuurlijk samen met de woorden die hij kiest. Maar toch: wanneer we over vijftig jaar op ons onbewoonde eiland terugdenken aan Morrissey, dan is het niet omdat hij ons aan het lachen heeft gemaakt in 'Bigmouth Strikes Again', of omdat het portret van de oude gangster in 'Spring-Heeled Jim' zo treffend was. Dan herinneren we ons zijn frasering van knagend-mooie nummers als 'Lifeguard Sleeping, Girl Drowning' en 'Why Don't You Find Out For Yourself', de twee hoogtepunten van zijn meesterwerk Vauxhall And I. En we denken vóór alles terug aan zijn stem: die licht hysterische, door-en-door Engelse, o-zo-koele stem die je elke keer van binnen een beetje doet smelten.