Goudkoorts na vondst in Alaska, prijs hoger

ROTTERDAM, 7 APRIL. De goudkoorts slaat weer toe. De Anchorage Daily News van 24 maart meldt opgetogen dat in de buurt van Fairbanks, Alaska, een omvangrijk nieuw goudveld is gevonden.1) Het gaat, zo meldt deze krant, om de grootste goudvondst in de geschiedenis van Fairbanks. Dat gebied was tot de jaren zestig de belangrijkste vindplaats van goud in Alaska, maar is sindsdien in de versukkeling geraakt.

De 'Juniper-claim' bij de Chatanika River beslaat tachtig vierkante mijl en grote Amerikaanse mijnbouwondernemingen hebben zich al gemeld. Eind volgend jaar zal de produktie naar verwachting op gang komen.

Dat komt goed uit, want de goudmarkt begint na jaren van bloedarmoede weer tot leven te komen. De afgelopen week is de prijs behoorlijk gestegen en de vraag overtreft het aanbod. Volgens Philip Klapwijk, senior metals analyst van Gold Fields Mineral Service in Londen, is sprake van een fysiek tekort aan goud in de markt. Hij verwacht dan ook verdere prijsstijgingen en een aanval op het prijsniveau van 400 dollar per troy ounce (31,1 gram) in de komende weken. “Dat zal een hard gevecht worden tussen kopers en verkopers”, zegt Klapwijk.

Goud is de afgelopen week bijna tien procent in prijs gestegen. Gisteren werd de goudprijs op de Londense markt vastgesteld op 393,75 dollar per ounce. Vanochtend was de prijs iets gedaald: 392,00 dollar.

Vierhonderd dollar is een belangrijke psychologische barrière in de goudmarkt. “Over een tijdje zou wel eens kunnen blijken dat het de bodem en niet het plafond in de prijs is geweest”, zegt Klapwijk.

De laatste keer dat de goudprijs boven de vierhonderd dollar lag, was een kortstondig piekje in augustus 1993, en daarvoor tussen 1986 en 1991.

De flinke stijging van de goudprijs in de afgelopen weken houdt niet alleen verband met vraag en aanbod, maar ook met de turbulenties in de financiële markten. De crisis van Mexico, de ineenstorting van Barings, het historische dieptepunt van de dollar en mogelijk oplopende inflatie in de Verenigde Staten, het vooruitzicht dat de Europese politieke leiders een monetaire unie zullen doordrukken: dat zijn allemaal factoren van onzekerheid.

Beleggers worden conservatiever en zoeken hun toevlucht in beleggingen die zekerheid bieden. En goud, zegt Klapwijk, hoort daar nog altijd bij.

Toch verwacht Klapwijk geen terugkeer van de goudspeculatie uit de jaren zeventig. In die tijd van oliecrises en zwevende wisselkoersen steeg de goudprijs naar recordniveaus. Goud was de vluchthaven voor de inflatievrees en in 1980 bereikte het goud een prijs van 850 dollar.

1) Gelezen via Internet

Pag.15: 'Zwakke dollar is goed voor het goud'

Die vlucht in het goud was ook een reactie op de loslating van de koppeling van de dollar aan het goud in 1971. In het stelsel van Bretton Woods fungeerde de dollar als anker voor stabiele wisselkoersen en de stabiliteit van de dollar werd gegarandeerd door een vaste goudprijs.

De Amerikanen, die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog over driekwart van de internationale goudreserves beschikten, hadden aangeboden dat ze te allen tijde bereid waren dollars om te wisselen in goud voor de prijs van 35 dollar per troy ounce. Vooral de centrale banken van Frankrijk, Zwitserland en Nederland maakten hiervan op grote schaal gebruik om hun goudvoorraden in de jaren zestig weer aan te vullen. Maar in 1971 was de bodem van de Amerikaanse goudvoorraden in zicht en schortte president Nixon eenzijdig de goudgarantie op. Dat was het begin van het einde van het stelsel van vaste wisselkoersen en de goudprijs schoot omhoog.

Ook nu heeft de dollarcrisis invloed op de goudprijs, vermoedt Klapwijk. “Een zwakke dollar is nog altijd goed voor goud”, stelt hij. Maar daarnaast wijst hij op de fundamentele redenen voor hogere prijzen: “We zien een sterke vraag uit Dubai, Japan, het Verre Oosten en van Duitse investeerders”, zegt hij. “Er is een fysieke vraag, terwijl de markt 'short' was (dat wil zeggen: beleggers gokten op een prijsdaling). Marktpartijen zijn gedwongen om hun posities af te dekken en dat leidt tot snelle prijsstijgingen.”

Volgens voorlopige gegevens van Gold Fields Mineral Service - een met de Zuidafrikaanse goudmijnen verbonden instituut dat gespecialiseerd is in onderzoek naar de goudmarkt - over het jaar 1994 vertoont de markt “een structureel tekort”: het aanbod van nieuw gedolven goud is structureel lager dan de vraag naar goud van de industrie en edelsmeden. De schatting voor de totale goudproduktie van vorig jaar bedraagt 2304 ton, terwijl de totale vraag 2921 ton was, voor het grootste deel ten behoeve van de produktie van juwelen. Het gat van ruim 600 ton is gedicht door vermindering van voorraden, de verkoop van goud door investeerders en door het hergebruik van 'oud' goud.

Voor dit jaar verwacht Klapwijk dat beleggers meer goud zullen kopen dan verkopen. “Als er geen liquidatie plaats vindt van de bestaande goudvoorraden, zal de prijs omhoog gaan”, zegt hij. In de markt zijn volgens hem geen aanwijzingen dat bijvoorbeeld centrale banken op het punt staan goud te verkopen, zoals in het recente verleden wel is gebeurd. Eind 1992 verkocht De Nederlandsche Bank in het diepste geheim 400 ton goud ter waarde van 7,5 miljard gulden.

Hoewel de goudprijs omhoog schuift naar de grens van 400 dollar, is de prijs in guldens of D-marken nagenoeg stabiel. Dat komt door de waardevermindering van de dollar ten opzichte van deze munten. Maar daar kan verandering in komen als de goudprijs sneller gaat stijgen dan de dollar in koers daalt. Dan kan alleen een vergroting van het aanbod de prijs stabiliseren. Maar het bijzondere van goud is dat het aanbod slechts beperkt toeneemt. De nieuwe vondsten bij Fairbanks komen wat dat betreft op een gouden moment.