Fonds Bouwnijverheid gaat de markt op

DEN HAAG, 7 APRIL. Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) staat aan de vooravond van een drastische reorganisatie. Het uitvoeringsorgaan voor sociale verzekeringen en CAO-afspraken in de bouw gaat zich in zes zelfstandige werkmaatschappijen opdelen, waarvan een aantal zich op commerciële dienstverlening richten.

Het is nog de vraag of staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) met deze constructie kan instemmen. Hij eist dat bedrijfsverenigingen en hun uitvoeringsorganen een strikte scheiding aanbrengen tussen hun publieke taken (zoals de uitvoering van de WAO, de WW en de Ziektewet) en nevenactiviteiten waarmee ze bijvoorbeeld particuliere verzekeraars en arbo-diensten beconcurreren.

Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid is nu een stichting die behalve een hoofdkantoor in Amsterdam 39 vestigingen heeft met ongeveer 2400 personeelsleden. Het verzorgt de sociale verzekeringen voor 19.700 werkgevers en kent een belegd vermogen van 19,4 miljard gulden. Dat laatste komt voornamelijk doordat het Sociaal Fonds ook de pensioenregelingen in de bouw uitvoert, evenals de VUT. Verder beheert het Fonds enkele fondsen die het gevolg zijn van CAO-afspraken: het Vakantiefonds, het Risicofonds (voor slechte winters) en het Scholingsfonds.

PAG.15CONCURRENTIESLAG

De zes werkmaatschappen die het Sociaal Fonds Bouwnijverheid wil oprichten, worden besloten of naamloze vennootschappen. Daarboven komt een structuurvennootschap, de SFB-groep NV, met een driekoppige directie en een raad van commissarissen. De aandelen komen in handen van de Stichting SFB, die wordt bestuurd door de oprichters van dit fonds: de werkgevers- en werknemersorganisaties AVBB, FAANB, FNV en CNV.

Tot de zes werkmaatschappijen behoort de Uitvoeringsorganisatie SV Bouwnijverheid. Zij moet zich gaan bezighouden met de klassieke taak van het Sociaal Fonds: de werknemersverzekeringen. Een commerciële poot wordt de verzekeringsmaatschappij die de het SFB destijds heeft opgericht om de verlaging van de wettelijke WAO- en Ziektewetuitkeringen via een bijverzekering te compenseren. Deze werkmaatschappij kent drie werkmaatschappijen: de schadeverzekeringsmaatschappij, de levensverzekeringsmaatschappij en een intermediair bedrijf.

Het is nog niet duidelijk in hoeverre en wanneer de plannen van het Sociaal Fonds worden uitgevoerd. Dat hangt vooral af van het standpunt dat Linschoten eind van deze maand zal innemen.