Expositie in Nederlands Foto Instituut in Rotterdam; Fotograaf Paul Strand en het tijdloze

Tentoonstelling: Paul Strand; The world on my doorstep 1950-1976. T/m 23/4 in Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat 63, Rotterdam. Geopend: di. t/m zo. 11-17 uur.

Het zal een heel werk zijn, in het oeuvre van Paul Strand een modern middel van vervoer, een televisieantenne, een neonreclame, een modieus mens te ontdekken. Wel: een onderdeel van een machine, gefotografeerd uit abstract-esthetische overwegingen, een haven met een horizon vol hijskranen, het rijdend onderstel van een bruinkoolgraafmachine, een enkele keer een spatbord met koplamp - maar hoort het erbij? In het geheel van het werk hebben dergelijke foto's een functie vergelijkbaar met die van een grafsteen, een lemen hut in de buitenwijk van een Marokkaanse stad, traptreden aan het einde van een binnenplaats.

Bij het zien van zulke beelden ben je geneigd te denken: Strand is toch een estheet, een Schöngeist met de camera. Dat is hij natuurlijk ook geweest. Wie lang en vaak genoeg door de zoeker kijkt - hij hoeft niet eens een fotograaf te zijn, het kan ook met een verrekijker, of door de huls van een lucifersdoosje; als de blik maar gekaderd is - wie op zo'n manier lang genoeg kijkt, wordt vanzelf zijn eigen Mondriaan, Delvaux, Cartier-Bresson of wie dan ook van zijn voorkeur. Kijken moet worden geleerd, en er zijn honderden meesters. Daartoe hoort ook Paul Strand; en als men eenmaal voldoende van zijn werk kent, komt men vanzelf tot de slotsom dat de Schöngeisterei bij hem er wel is, maar een ondergeschikte rol heeft.

The World on my Doorstep is de titel van de grote tentoonstelling in het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam. De wereld die hij op zijn drempel heeft aangetroffen is niet die van het 'moderne leven', de betrapte haast, de eigentijdse energie van gisteren en het vorig jaar. Het werk dat hier te zien is, een selectie van 150 foto's gemaakt tussen 1950 en 1976, het jaar van zijn dood, heeft niets van het in de esthetiek bevrorene. Het is een zeer levende wereld, en dat is het verbazingwekkende: het zou soms ook de wereld van de Daguerrotypie of van de glasplaat kunnen zijn. Ik noem één voorbeeld: een bekende foto van Henri-Victor Regnault uit 1852, getiteld De ladder - dit werktuig op een tamelijk rommelige lommerijke binnenplaats - zou op het ogenblik gemakkelijk aan de muur in de Witte de Withstraat kunnen hangen. Anders gezegd: op de drempels die de voorkeur van Strand hebben, komt hem de tijdloze wereld tegemoet. Die heeft hij consistent, kundig en poëtisch vastgelegd, zonder het leven eruit te verwijderen.

Paul Strand, geboren in 1890 in New York, begon in 1908 te fotograferen. Na de Eerste Wereldoorlog heeft hij een aantal films gemaakt, zoals The Heart of Spain en The Wave, die de signatuur van zijn fotografisch werk dragen. In 1951 verhuisde hij naar Frankrijk, vestigde zich in Orgeval in de buurt van Parijs waar hij in 1976 is gestorven. In zijn Europese jaren heeft hij reizen gemaakt naar Marokko, Italie, Egypte en Roemenië. Van al die ondernemingen is de neerslag op deze tentoonstelling te zien.

Wie dat wil doen, moet er de tijd voor nemen want alleen op die manier valt te ontdekken dat het geheel een verademing is - bevrijding wil ik het wegens al te belastende connotaties niet noemen - maar wel een visuele opluchting bij de aanblik van het tijdloze, de afwezigheid van modieus kabaal, aanstellerij, vondstenaarschap.

Meer dan eens doet het werk denken aan dat van zijn land- en tijdgenoot Walker Evans, de fotograaf die samen met de schrijver James Agee het boek Let Us Now Praise Famous Men heeft gemaakt. (Nederlandse vertaling Frank van Dixhoorn, Laat ons nu vermaarde mannen prijzen). Zoals Strand heeft Evans in zijn foto's het tijdloze leven bewaard, met dit verschil dat Evans en zijn compagnon in dit boek werden gedreven door overwegingen van engagement (zoals we dat vroeger noemden). Daaruit mag en passant blijken dat 'engagement' ook zijn tijdloosheid kan hebben. De selectie uit het werk van Strand lokt op haar manier vanzelf, spelenderwijs in de stilte van de tentoonstellingsruimte zo'n moeiteloze identificatie uit. Ervan afgezien dat Strand tot de klassieken van de fotografie hoort, lijkt me dit een actuele overweging om hem te gaan bestuderen.

Aan de kassa is een mooi boek te koop, met een selectie uit de selectie, met een biografische schets, geschreven door Catherine Duncan, die een goede vriendin van de fotograaf was, een essay door Ute Eskilden en een chronologie van zijn leven en werk.