Een levensengel voor de werkelijkheid; Roman van Frank Martinus Arion over de nobele wilde

Frank Martinus Arion: De laatste vrijheid. Uitg. De Bezige Bij, 314 blz. Prijs: ƒ39,50

Frank Martinus Arion is Antilliaans en zwart en laat zijn wereld zien aan ons, Nederlands en in de regel blank. Dat vraagt om tact. Kiest hij de rol van een eenvoudige verteller, in zijn onbevangen Dubbelspel uit 1973, dan dromen wij als bustoeristen op zijn woorden weg, zo loom en zonnig klinkt die taal. Maar krijgt hij overtuigingen, in Afscheid van de koningin en Nobele wilden, en vertelt hij niet alleen meer van zijn eigen kring maar ook van ons, kolonialen, erven van de slavenmeesters, arrogant nog steeds in onze macht, dan is het met de liefde gauw gedaan en blijft hij ongelezen. Om te kunnen zeggen wat wij niet graag horen moet hij kennelijk een omweg vinden, ons verweer voorbij, en dat verklaart misschien waarom het zestien jaar heeft moeten duren voor hij nu weer met een nieuw boek komt. De laatste vrijheid - inderdaad een indrukwekkende retorische machinerie.

Plaats van handeling is Amber, een denkbeeldig Caraïbisch eiland waar de Britse geoloog Brouce zich bij de overheid heeft ingelikt om onderzoek te doen naar een vulkaan. Hij heeft geluk, de vuurmond komt meteen met plofjes rook tot leven, hij gelast ontruiming van de streek en wordt een man van invloed. Maar de consequenties overziet hij niet. Als de vulkaan in volle woede uitbarst is hij alles kwijt wat hij heeft, maar als dat niet gebeurt krijgt hij de schuld van een ontruiming die onnodig was en kan hij ook maar beter weg, want hij doorkruist er de vervulling van een droom van de bevolking mee. Na jaren politieke twisten was nu net besloten om de taal van het koloniaal bewind op scholen te vervangen door het plaatselijk Creool, en zal het daar in deze chaos nu nog wel van komen? De vulkaan wordt politiek, de politiek vulkanisch.

Het is een opzet die doet denken aan een boek dat Arion ook even aanhaalt, Susan Sontags The Vulcano Lover.

De vulkaan waar het bij haar om gaat is de Vesuvius, de politieke twisten zijn die van de Franse revolutie, en de Britse geoloog verschijnt er als een Britse diplomaat die nu en dan een tochtje naar de krater maakt, maar in de kern is er niet veel verschil: een vreemdeling raakt verstrikt in de krachten van natuur en maatschappij, die hij niet kent omdat hij deel uitmaakt van een ancien régime dat zich van beide heeft vervreemd. Een lege man is hij, ontworteld, bang voor zijn gevoelens en voor alles wat hij niet beheersen kan.

Maar dat blijkt niet te zijn wat Arion uiteindelijk wil laten zien. Hij voert een vrouwelijke starreporter op van CIN, zoiets als CNN, en laat haar in het vliegtuig onderweg naar Amber alvast zeggen dat ze na het lezen van zo'n Sontag van haar onderwerp nog 'niet veel af weet'. Schrijvers in de sombere traditie van Europa “kennen alleen maar tragische, tot de dood voorbestemde helden,” voegt ze daar aan toe, en dan begin je te begrijpen dat zij in deze vreemde wereld, waar het blijkbaar anders toegaat, onze gids zal worden - westers en onwennig als wijzelf.

Met haar mee op reportage komen we bij Daryll Guenepou, 'een heroïsche maar o zo naïeve neger', die als enige op het eiland bij zijn huis bij de vulkaan gebleven is. Hij legt ons uit dat hij op deze plek na jaren zwerven rust gevonden heeft en vrienden en zijn moedertaal, als het Creool tenminste weer wordt ingevoerd, dat Amber in zijn ogen 'het verloren paradijs uit Genesis' is en dat hij er daarom niet aan denkt om naar een opvangkamp te trekken. 'In het opvangkamp duurt het jaren voor we ontdekken dat we dood zijn. Ik voor mij verkies hier te sterven omdat ik hier verkies te leven!' Dat is zijn 'laatste vrijheid', de keuze van een mogelijke dood - al zegt hij er meteen bij dat het vast zo'n vaart nog niet zal lopen. 'Ik heb niets misdaan, dus ik kan niet gestraft worden. Als het toch gebeurt, dan maakt de natuur een fout. En de natuur hoort geen fouten te maken.'

De starreporter staat daar even van te kijken, mede namens ons, maar leert gaandeweg te zien dat deze man een spiegelbeeld is van de Britse geoloog, geworteld in natuur en maatschappij en vrij van angst - en dan begint bij haar een oude onrust op te spelen.

Voor haar werk gaat ze de hele wereld over, maar wat heeft ze voor zichzelf? Ze loopt tegen de veertig, wordt het onderhand geen tijd om zich te hechten aan een plek, een man, een toekomst? 'Ik heb nog geen kinderen. Ik ben volgens de Afrikanen een boom, die gestorven is voor zijn geboorte!' Na een nacht in Darylls huis besluit ze dat ze hier zal blijven, in dit land, bij deze man.

Daar ligt de crux van de roman. De vrouw verandert van een 'onheilsengel' op de televisie, altijd daar waar dood is, in een levensengel voor de werkelijkheid - en neemt ook ons als lezers als het goed is mee in deze ommekeer. We laten onze eigen wereld achter als een rijk van onnatuur en angst en dood en komen tot onszelve in een wereld waar geluk ineens weer heel gewoon is. De vulkaan barst weliswaar nog even uit en Brouce blijft dood onder een kei, maar Daryll niet, want Daryll is natuur. We zien hoe hij op CIN een speech houdt die het volk beweegt om terug te keren naar hun huizen, we beleven hoe hij onder groot gejuich vervolgens ook de invoering van het Creool nog rond krijgt en we juichen mee. We worden, zeg maar, zwart.

Maar het moet me van het hart dat ik me bij een boek nog nooit zo blank gevoeld heb. Het retorisch schema van De laatste vrijheid is in al zijn slimheid zo opzichtig dat je niet alleen meteen begrijpt waar Arion je hebben wil, wat niet erg spannend is, maar ook hoe hij je inschat - blank dus, wit.

Vervolgens blijkt hij zo bevreesd dat je het heldendom van Daryll niet zult zien dat er geen bijfiguur van het toneel mag zonder even op te merken dat Daryll een Mandela is, een Socrates, nee beiden maar dan beter. Hoe je ook je best doet van de man te houden, nooit zal het genoeg zijn. God, wat had ik aan het einde graag gezien dat hij onder een kei gebleven was.

Tot overmaat van ramp houdt Arion je deze Daryll voor als een oorspronkelijke Caraïbische figuur, een held voor een nieuwe traditie, los van al die tragische clichés die uit Europa komen waaien - blijkbaar zonder te beseffen dat juist Daryll voor Europa een cliché is van jewelste. Zijn spontane harmonie met de natuur, zijn ongereptheid en zijn wijsheid uit het niets, te danken aan het feit 'dat hij nooit in Europa was geweest', het zijn precies de eigenschappen die Rousseau ooit toeschreef aan le bon sauvage, de nobele wilde die nog niet besmet is door de beschaving. Na de laatste pagina blijf je niet achter met de werkelijkheid van de Caraïben, maar met een oud en stoffig droombeeld uit Europa.

De laatste vrijheid, denk ik, is een tragisch boek.