Doof voor calvinistische frivoliteit; Reve's 'Bezorgde ouders' in het het Frans vertaald

Oeverloos geleuter, zo heeft Gerard Reve gezegd, is geoorloofd zolang Gods zegen er maar op rust. Rust die zegen op de Franse vertaling van zijn roman 'Bezorgde ouders'? “Wat ontbreekt is de oudtestamentische klank.”

Gerard Reve: Parents soucieux (Bezorgde ouders). Vert. Marnix Vincent. Uitg. Gallimard, 343 blz. Prijs ƒ67,90.

Mijn hart vasthoudend heb ik de Franse vertaling van Reve's Bezorgde ouders gelezen (Parents soucieux, vertaald door Marnix Vincent en verschenen bij Le Promeneur, een collectie literaire vertalingen uitgegeven door Gallimard).

Het is lezen met de ongerustheid waarmee je iemand op het toneel grappen ziet maken voor het verkeerde publiek. Je zit, biddend dat de mensen iets mogen opvangen van een humor (en een tragiek) die zij niet kennen, plaatsvervangend te grinniken, alsof je ze kon aansteken door het voorbeeld te geven. Maar er is helaas meer voor nodig om iets dat op een onbekende manier grappig of tragisch is toegankelijk te maken; het is de vraag of een vertaling, ook een heel nauwkeurige, daartoe in staat is wanneer aan bepaalde voorwaarden niet voldaan wordt.

Het is zeker dat Bezorgde ouders beter vertaald is dan De avonden, waar ik destijds over heb geschreven (Anathema's 3, 38-44), maar toch blijft het modderen. Het is dan ook heel moeilijk. Hoe kan aan een Fransman de geur worden duidelijk gemaakt van woorden als 'verrekijk' of 'zanglied'; van verbasteringen als 'paardenpsychologie', 'Goddienst', 'in het Latijns', 'polities' (e.g. 'er kwamen drie polities aan')? Wat blijft er over van 'Gods Heilsplan', 'Gods Bijstand', 'Gods Tussenkomst', 'de Goddelijke Voorzienigheid', wanneer die begrippen allemaal vertaald worden met 'la Providence Divine'?

De eerste moeilijkheid is al dat een juiste of letterlijke vertaling soms niets of niets bekends aanduidt. Hoe moet bijvoorbeeld een uitdrukking als '[de rekening] klopt als een zwerende vinger' worden vertaald? De context is lastig: deze is dat een winkelier hier een 'banale zegswijze' gebruikt. Marnix Vincent geeft die winkelier hier de letterlijke vertaling in de mond: 'Elle est juste, votre facture, comme une doigt qui suppure.' De betekenis hiervan is onduidelijk in het Frans, omdat 'suppurer' niet die tweede betekenis van overeenstemmen heeft; het enige dat je ervan kunt zeggen is dat het rijmt, maar de bedoeling wordt voor een Franse lezer nog ondoorgrondelijker wanneer 'zegswijze' daarna met 'jeu de mots' (woordspeling) wordt vertaald.

Het veelvuldige optreden van 'banale zegswijzen' heeft in Reve's taalgebruik het karakter van een stijlmiddel, maar hoewel het Frans, vooral het argot, over een enorm reservoir van zulke uitdrukkingen en (erotische) dubbelzinnigheden beschikt, wordt daar vrijwel niet uit geput. De vertaler kiest telkens voor het meest vlakke en letterlijke equivalent: 'Treger tobde er vaak over 'hoe alles verder moest',' wordt: 'Treger s'inquiétait souvent du lendemain'; 'Hoe zeer ben ik eenzaam' wordt: 'Comme je suis seul'; 'Vrijheid, blijheid, zo is het toch?' wordt: 'Liberté, c'est gaieté, non?' Zo worden alle sporen van een afwijkend of ongewoon taalgebruik uitgewist, gereduceerd op de manier waarop 'zo is het toch' tot 'non' wordt gereduceerd (inplaats van er 'oui ou merde' van te maken of iets dergelijks). Een andere mogelijkheid, wanneer iets obscuur is, is niet vertalen maar uitleggen; in Parents soucieux wordt soms iets niet zozeer vertaald als wel gedefiniëerd, zoals in een woordenboek; een uitdrukking als 'naar de bekende weg vragen' wordt dan: 'poser une question inutile, dont la réponse était déjà connue'.

En waarom wordt 'een handvol pervertelingen' vertaald met 'une poignée de pervers', waarom niet 'pervertis'? Waarom wordt 'wereldgedicht en zanglied voor de hele mensheid' steeds weer 'cet hymne, ce poème universel destiné à l'humanité entière' wanneer er nog allerlei andere woorden bestaan (chant, cantique...)?

Het ontbreekt in de Franse literatuur toch waarachtig niet aan voorbeelden van vindingrijk taalgebruik; er zijn veel schrijvers, van Rabelais tot Raymond Queneau en van Alphonse Allais tot Boris Vian, die daar een sport van hebben gemaakt en ik begrijp niet waarom iemand die Reve vertaalt zich daar niet meer door laat inspireren. Natuurlijk, een vertaler stelt zich dan bloot aan het verwijt dat hij van Reve 'een soort Queneau' (Vian, Cavanna..) heeft gemaakt, maar zelfs al was dat zo (het hangt natuurlijk ook af van het talent waarmee het wordt gedaan), dan lijkt mij dat nog altijd beter dan zo'n taalgebruik dat correct maar kleurloos in de verbale ruimte hangt en bij geen enkele Fransman enige associatie oproept. Het beantwoordt dan tenminste nog aan de elementaire behoefte om aan iets dat voor een Franse lezer nergens toe te herleiden is een beetje een vertrouwde geur te geven. Bij een boek als Bezorgde ouders, waar bijna niets in gebeurt en dat bijna uitsluitend bestaat uit Reviaans geleuter, berustend op een verbale traditie waar wij mee vertrouwd zijn (maar ook voor ons is dat het resultaat van een leerproces), is dat noodzakelijker dan ooit.

Oeverloos geleuter, zo heeft Reve zelf wel gezegd, is geoorloofd zolang Gods zegen er maar op rust. Wat je nu van deze vertaling kunt zeggen is dat dat is wat er aan schort: alles is wel ongeveer in orde maar Gods zegen ontbreekt. Ik zou dat niet zeggen als ik niet dacht dat er een concrete betekenis aan is te geven: wat in de Franse vertaling ontbreekt is de oudtestamentische klank.

Hoe komt dat? In de eerste plaats omdat het Frans, zoals alle andere in hoofdzaak roomskatholieke talen met inbegrip van het Vlaams, die traditie niet heeft; het zijn talen waarin wat ik maar zal noemen: calvinistische frivoliteit, niet gemakkelijk is weer te geven. En in de tweede plaats omdat de vertaler, waarschijnlijk als gevolg van een roomskatholieke opvoeding, het gehoor ervoor mist. Hij herkent het niet. Daarvoor moet je met de bijbel zijn grootgebracht, en niet met de Kinderbijbel, Groot Nieuws of soortgelijke slappe kost, maar met de Statenvertaling.

Deze betreurenswaardige doofheid blijkt op vele plaatsen in het boek, maar een van de meest opvallende is de passage in Hoofdstuk 10 waar Treger mompelt: 'Mij dorst.' Marnix Vincent heeft dat met: 'Moi soif' vertaald. (“Moi soif', marmonna Treger').

Je kunt het hem moeilijk kwalijk nemen, want de meeste jongeren (als ze Frans kenden) zouden het waarschijnlijk ook zo hebben gedaan. Nederlanders die na de Mammoetwet hebben schoolgegaan weten niet dat 'dorsten' (Richt. 4:19, Joh. 19:28) een werkwoord is, en dat 'mij' hier in de 4e naamval staat. Staaltjes van zulk analfabetisme kom je steeds vaker tegen. Over 'Gelukkig is het land dat God den Heer beschermt' heb ik iemand horen zeggen: dat is onjuist, het moet omgekeerd zijn; niet het land beschermt de Heer maar de Heer het land (dat is te zeggen, zo werd het niet precies geformuleerd want ook een constructie als 'de Heer het land' - 'als door het bosch de Leeuw' - wordt, nu de Mammoetgeneratie zelf tot het onderwijs is doorgedrongen en een Jobstijding begrepen wordt als een bericht over de werkgelegenheid, door de leraar Nederlands hoogstwaarschijnlijk fout gerekend).

En zo wordt dus in Parents soucieux de klacht van Christus aan het kruis tot het gestamel van Tarzan ('Moi Tarzan toi Jane'). Een wonder van eruditie is hij geloof ik ook niet, die Marnix Vincent, want hij vertaalt De ondergang van het Avondland met 'La chute de l'Occident'. Zo blijkt wie wenig damit getan ist dat deze vertaling stukken beter is dan die van De avonden. De reden dat het mij zo aan het hart gaat is dat het bij het herlezen van Bezorgde ouders opnieuw tot mij doordrong wat een weergaloos boek het is (en hoe het soms even herinnert aan Lost Weekend van Charles Jackson). En, merkwaardig voor iemand die zich tot het roomskatholicisme bekeerd heeft, hoe Noordnederlands-oudtestamentisch-protestants zijn taalgebruik. Misschien is het wel onmogelijk om dat over te brengen in een taal waarin van Gods Verborgenheid, de Verborgenheden Gods (Dan. 2:30) niet meer overblijft dan 'mystère de Dieu' en, zoals daarstraks al opgemerkt, 'Gods Heilsplan', 'Gods Bijstand', 'Gods Tussenkomst', 'de Goddelijke Voorzienigheid', allemaal vertaald worden met 'la Providence Divine'.

'Opgehitst door de uit de hemel gestoten en gevallen engel dewelke was de Oude Slang, alias Babylon de grote hoer die dronken was geworden door de wijn harer hoereringe' - dat kun je wel in het Frans vertalen, maar Gods zegen rust er niet op. Anders gezegd, dan hoor je Reve's stem niet meer. De stem die zegt: 'Dan was die leegte er alleen voor hem, Treger, om te wachten, met kaarsen en lampen, maar verstoken van alle licht, voor eeuwig'. Het eind van het boek, een van de meest aangrijpende stukken Nederlands die ik ken - wie, die nooit Genesis 18:24-33 heeft gelezen, kan er de diepere roerselen van doorgronden?