DE VERJAARDAG VAN DE NACHTPAUWOOG; Niemand

ALs ik jarig ben, dacht de nachtpauwoog, dan bak ik taarten die nog nooit iemand heeft gebakken en nodig ik alleen heel bijzondere dieren uit die nog nooit iemand heeft uitgenodigd.

Hij zat op een tak van de rozestruik in de schemering en dacht na.

Als ik geen bijzondere verjaardag vieren kan vier ik liever niets, dacht hij.

Maar plotseling fronste hij zijn voorhoofd en dacht: bijzondere dieren vinden misschien wel niets bijzonder, misschien zijn ze daarom juist bijzonder... Hij zag de smaragdhagedis al voor zich: noem je dát een bijzondere taart, nachtpauwoog... Hij hoorde hem al schamper lachen en zag hem al minachtend zijn schouders ophalen over zo'n gewone taart.

Het was een onverdraaglijke gedachte. Wat een gewone verjaardag! zouden ze roepen: de coelacanth, de ocelot, de scarabee en de opossum. Misschien zouden ze wel verbaasd zijn dat die verjaardag zó gewoon was...

De nachtpauwoog kneep zijn ogen stijf dicht. Lange tijd stonden zijn gedachten stil en deden ze geen pijn. Maar toen het helemaal donker was en de maan achter dikke wolken verdween, kon hij ze niet meer stilhouden. Roerloos zat hij in de rozestruik. Niemand had aan hem kunnen zien dat hij dacht. Maar hij dacht.

Toen zijn verjaardag aanbrak had hij niemand uitgenodigd en geen taart gebakken. Maar hij had wel iets bedacht, iets bijzonders. Vroeg in de ochtend kneep hij zijn mond stijf dicht, schreef op een van zijn vleugels 'Aan niemand', vouwde zich in vieren en gooide zichzelf in de lucht.

Zo, dacht hij toen. Ik vier mijn verjaardag als brief. En niemand, niemand weet wat er in mij staat.

De wind greep hem onmiddellijk beet en blies hem recht omhoog.

Hoog boven de bomen woei de nachtpauwoog in het rond, van de ene kant van het bos naar de andere kant, en weer terug. Want waar woonde niemand? Soms schoot hij ver omhoog, als de wind woedend werd en hem desnoods op de zon wilde bezorgen, want daar woonde zeker niemand. Dan weer zweefde hij laag over het struikgewas, als de wind moedeloos was, en moe.

Dit is een hele bijzondere verjaardag, dacht hij. Volgens hem had nog nooit iemand zich op zijn verjaardag in vieren gevouwen en aan niemand verstuurd. Als ze zeggen: o ja, zo'n verjaardag... die heb ik zó vaak gevierd..., dan geloof ik ze niet, dacht hij. Dubbelgevouwen misschien. Maar niet in vieren!

Al wervelend en rondtollend glimlachte hij, en toen het avond werd viel hij hoog boven de bomen tevreden in slaap.