De brave Tigrarijder

De reclame voor automobielen was tot nu toe voor de gemiddelde krantenlezer vrij gemakkelijk te vatten.

Stond er “u heeft al een Volvo voor ƒ 68.500”, dan bedoelde de adverteerder met 'u' mensen met een inkomen van een ton of drie. En werd er gemeld dat je al voor ƒ 1450 een overgeproportioneerde Citroën kon leasen, dan wist je dat accountants van een van de boekhoudfabrieken dat dan zouden adviseren aan zakenlieden die om belastingtechnische redenen gewend zijn hun statussymbolen te huren. En tenslotte de yup die er in slaagt zich te verloven met een aantrekkelijke Italiaanse, moet een stationcar van Opel, omdat bij tochtjes in de Abruzzen, ik noem maar wat, ook de hele schoonfamilie mee schijnt te moeten. Tot hier toe kan iedereen volgen wat met deze reclamefactoren bedoeld wordt. Verdien je dus minder dan drie ton, ben je niet zo'n zakenman en heb je geen jonge Italiaanse, dan hoef je die auto's niet.

Sinds kort zijn de reclamejongens een stapje verder gegaan. Nu geven zij zelf aan voor wie hun auto niet bedoeld is. Een voorbeeld: als je al jaren hetzelfde merk pantoffels draagt, liever in het spoorboekje kijkt dan naar een foto van Michelle Pfeiffer, in het restaurant de lasten eerlijk zoekt te verdelen en je saaie buren bezoekt, dan ben je niet geschikt voor de Opel Tigra. Dat staat dan in de krant. En vanaf de abri's word je dan nog toegeroepen, dat een plooi in je spijkerbroek je ook ongeschikt maakt voor deze automobiel. Nu ben ik dus iemand die de genoemde kenmerken volmondig de zijne moet noemen. Al jaren koop ik in Frankrijk hetzelfde soort aangepaste espadrilles die ik in de winter als huisschoentjes draag. Michelle Pfeiffer vind ik een aantrekkelijke actrice, maar ik heb het idee dat ik met het spoorboekje verder kom in de wereld. Samen in het restaurant is voor mij inderdaad eerlijk delen, mijn buren zijn bepaald niet saai en, dat is wel even een moeilijk puntje, ik heb ook wel eens geprobeerd een plooi in mijn spijkerbroek te persen. Mensen als ik moeten dus niet in een Tigra. Maar wie wel? Daar valt natuurlijk wel wat over te zeggen. Wanneer je naar een foto van het automobieltje kijkt, zie je een onmiskenbare poging tot een sportwagen. Wie zich geen Porsche, Triumph of Morgan kan veroorloven kan in een Tigra stappen en voor minder geld ook het gevoel hebben sportief over de weg te razen. Waarschijnlijk is dit bakje bedoeld als de opvolger van de Opel Manta. Daar werden in Duitsland door mensen die in echte auto's reden harde grappen over gemaakt. Een klassieke is van de man die in zijn Manta op de stoel voor de passagier een baal stro heeft staan. Wanneer hem gevraagd wordt wat dat betekent, antwoordt hij: “Man kan nicht alles im Kopf haben” of, een andere versie: “Hauptsache: ist blond.” Over de Tigra zie ik de volgende wisecrack aankomen naar aanleiding van het feit dat er een 'full-size airbag' in zou zitten: “als de chauffeur erin zit, zit er sowieso een full-size airbag in.” Ach, het is gemakkelijk grappen te maken over de brave Tigrarijder, maar stel je voor: je hebt een aardige, maar weinig opwindende baan, je woont op een saaie flat tussen saaie buren in zo'n uitwisselbare nieuwbouwbuurt, met op de tv iedere avond weer Onderweg naar morgen. Dan wil je wel eens wat avontuur. De een koopt een fourwheeldrive jeep en scheurt als een wilde rancher door het wilde westen van de Randstad, heftig Camel, Marlboro of eventueel zelfs Caballero rokend. De ander koopt een allterrain motorbike en rijdt de bospaden van de Veluwe in de vernieling, terwijl de meegevoerde radio de vogels uit de bomen houst. De wat rustiger types tenslotte kopen zo'n pseudo sportauto en voelen zich de koning te rijk. Dreigend grommend over de snelheidslimiet. King Tiger. Tot ze in het achteruitkijkspiegeltje de Porsche zien naderen. Dan zakt het tempo en wordt het autootje vriendelijker. Mag ik hem dan, wanneer ik met mijn Renaultje voorbij tuf, hartelijk Teigetje noemen?