Bibliotheken

Een dik decennium geleden onderhandelingde ik met een bekend Amsterdams uitgevershuis over de coproduktie van een boek. Het laatste gesprek met de uitgever schoot mij weer te binnen toen ik het artikel las waarin de dichter Arie van den Berg zijn teleurstellende verkoop aan bibliotheken beschreef (NRC Handelsblad, 3 april).

De uitgever met wie ik van doen had, beschreef in ons laatste onderhoud uitvoerig een recent reisje per trein naar Parijs. Het was allemaal heel genoeglijk en onderhoudend geweest. Er was maar één dissonant. Op de heenreis zat in de coupé tegenover de uitgever een fraai geschapen dame. De uitgever had zich al verheugd op een aangenaam gesprek, maar net toen hij daar een begin mee wilde maken, haalde zij een boek uit haar tas. Tot z'n grote genoegen zag hij dat dit boek bij zijn firma was verschenen. Maar zijn vreugde was van korte duur. Het boek bleek een bibliotheekexpemplaar. Met stemverheffing vertelde de uitgever: “Zo'n staaltje cultuurbarbarij verwacht je toch niet van een mooie vrouw in een eerste-klascoupé. Bibliotheekboeken lezen de armoedzaaiers maar in de tweede klasse.”

Nadat ik van verbazing was bekomen over dit gave staaltje cultureel klassebewustzijn, merkte ik op dat veel 'moeilijke' boeken zonder de bibliotheken niet eens zouden verschijnen, omdat hun afname voor een 'bodem' in de eerste oplage zorgde. Ik had dit amper gezegd of daar snelde de rechterhand van de uitgever via een wenteltrapje naar beneden. Halverwege het trapje riep hij, dat hij mij dringend iets moest laten zien elders in het grachtenpand. Daar voegde hij me toe: “Toevallig hoorde ik boven uw reactie op het verhaal van de directeur. U had wel gelijk, maar u moet niet vergeten dat onze directeur ook een héél bekende dichter is. En het is voor hem onverteerbaar dat zijn en andermans dichtbundels vrijwel alleen verkocht worden aan bibliotheken, docenten Nederlands en ongehuwde dames. We komen vaak nog niet eens uit de kosten.”

Nu zelfs de bibliotheken al geen dichtbundels meer collectioneren, ziet het er voor uitgevers en dichters nog somberder uit. Helaas verzuimde Van den Berg aan te geven waarom op gemeenschapskosten boeken moeten worden aangeschaft die in een openbare bibliotheek in vrijwel maagdelijke staat mogen gaan staan verzuren. Collectioneren uit een krimpende overheidskas is nog slechts weggelegd voor de centrale bibliotheken op stedelijk en provinciaal niveau. Daar zal Van den Berg zelfs zijn eigen werken kunnen vinden. En zijn voorbeeld van de bilbiotheek in Voorschoten geeft al aan dat er nog veel werk aan de winkel is voor de dichters om het privé-collectioneren te bevorderen. Er zijn namelijk genoeg mensen in Nederland die genoeg verdienen om stapels boeken te kunnen kopen. Zelfs stapels dichtbundels. Misschien kan de secretaris van de Vereniging van Letterkundigen de 'cultuurverschraling' onder de rijken eens aan de kaak stellen.