Beet!

Van Gerard Müskens, werkzaam bij het IBN, hoorde ik dat het eindelijk is gelukt een boommarter te vangen. Op 28 februari, een jeugdig mannetje in de boswachterij Rozendaal. Voor het eerst in de geschiedenis loopt bij ons een boommarter rond met een radiosignaal.

Drie keer was het nog mislukt. De val was betreden, de marter gevlogen. In één geval was het aas, een kippeëi, verdwenen en waren beide valkleppen dichtgeslagen - en toch was de marter gevlogen. Wat een onvoorstelbare rapheid vereist.

De vierde keer was het raak. Dan buig je je met een lampje, want het is haast altijd 's nachts, over de kooi heen om te zien wat je gevangen hebt. En het dier kijkt aandachtig terug. Bij een steenmarter, die wat couranter is, kun je op zo'n moment een ijselijke kreet verwachten. Zonder nadere aankondiging. Door merg en been. Ook al ken je die kreet, je deinst gegarandeerd een eind achteruit.

De boommarter uitte zich anders. Hij begon te knorren. Het kwam uit het diepst van zijn lijf en ook al had je het nooit van je leven gehoord, je begreep meteen dat dit een waarschuwing was. Er dreigden tanden en klauwen in dit geknor.

Het dier werd (onder verdoving) voorzien van een zender en ondertussen staat vast dat zijn leefgebied zeker vijf bij vijf kilometer beslaat. Eén ding is in ieder geval al bevestigd: het beeld van een onbedaarlijke zwerver.