Anne Frank als bijbelles

Herdenking, herdenking, herdenking. Er ligt nog heel wat in het verschiet de komende paar maanden. Ik doe een greep uit het 'Overzicht activiteiten '45-'95': Toneelvoorstelling Anne Frank in Assen; tonknuppelen, tobbetje-steken, stille tocht in Ouder-Amstel; Anne Frank pakket t.b.v. groepen 7 en 8 van de basisschool in Hengelo; Verzetspoëzie-route door Soest; vertoning videofilms Wat dacht je van herdenken en Lieve Kitty op de basisscholen in Giessenlanden; oecumenische dienst, Royal Apeldoorn Taptoe in Apeldoorn; voorstellingen van Frank en Vrij gebaseerd op het dagboek van Anne Frank in Hattem...

Als we nu bedenken dat de eindexameneisen voor geschiedenis op Nederlandse scholen zich beperken tot de twintigste eeuw, en dat een van de meest gebruikte geschiedenisboeken begint met het verhaal van Anne Frank, en bovendien dat 65 procent van de basisscholen de Anne Frank-krant tot zich neemt, dan zouden we kunnen concluderen dat Anne Frank voor veel Nederlandse scholieren de bekendste persoon is in de vaderlandse, ja zelfs de wereldgeschiedenis. Geschiedenis is misschien niet de juiste term; Anne Frank is nu even legendarisch als Jeanne d'Arc. Zij is meer dan een historische figuur; zij staat boven de geschiedenis, als een symbool, een lichtbaken, een voorbeeldige martelaar.

De cultus rondom Anne Frank heeft, zoals elke cultus, bijgelovige trekken. Zo komen er brieven binnen bij de Anne Frank Stichting van mensen die denken dat zij de gereïncarneerde Anne zijn. In het 'gastenboek' in het Achterhuismuseum schreef een jeugdige pelgrim uit Belgie dat zij 'het best wel eng' vond, 'als je weet dat Anne op die plekken ook allemaal gelopen heeft'.

Interessanter is de christelijke tint die aan de Anne Frank-cultus zit. Een van de meest geciteerde zinnen uit het dagboek betreft Anne's hoop voor de toekomst, waar zij zich aan vastklampt, 'ondanks alles, omdat ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mens geloof'. Hier hebben vooral veel Duitse lezers troost uit geput. Toch is menselijke goedheid niet het meest opmerkelijke aspect van wat Anne Frank overkwam. Je zou eerder denken aan menselijke slechtheid. Maar het lijkt alsof Anne Frank met deze zin de zonden van de mensheid heeft vergeven. En zo is deze intelligente tiener met een uitzonderlijk schrijftalent, een quasi-religieus symbool geworden.

De doelstellingen van de Anne Frank Stichting, zo staat in hun pamflet te lezen, zijn 'het beheer van de onderduikplaats van Anne Frank en het uitdragen van haar idealen'. Anne is dus niet voor niets gestorven. Sterker nog, haar martelgang heeft een bijzondere betekenis gekregen. De tentoonstelling De wereld van Anne Frank 1929-1945 is al in veertig landen geweest, 'de meest bezochte Nederlandse tentoonstelling in het buitenland,' werd mij door de Stichting verteld. Overal worden zogenaamde gidsen opgeleid om schoolgroepen door de tentoonstelling te leiden. Het Achterhuis in Amsterdam wordt als de moederkerk in stand gehouden. De filmsterrenplaatjes op de muur van Anne's onderduikkamertje worden als relikwieën gekoesterd. Door aanraking met de wereld van Anne Frank, zo is denk ik de gedachte, kunnen we betere mensen worden.

Dat het menselijk geweten zich kan optrekken aan het voorbeeld van onschuldige martelaars, is diep in het christendom, maar ook in andere godsdiensten, verankerd. De missie van de Anne Frank Stichting is weliswaar niet christelijk, maar het is wel een poging om tolerantie, naastenliefde en mensenrechten uit te dragen als universele waarden. Die waarden worden opgehangen aan het Anne Frank-verhaal, als een soort bijbelles. Discriminatie tegen vrouwen, homoseksuelen, Bosniërs, allochtonen, alles wordt erbij gehaald. In het Achterhuismuseum is bijvoorbeeld een videofilm te zien over allochtone jongeren die de toegang tot een Nederlandse disco wordt geweigerd. In een andere videofilm, Een boek van dromen, wordt, als het ware, de bekering getoond van een kleine jongen tot het antiracisme. Dit jongetje, Martin genaamd, leest Anne's dagboek en droomt over haar. In de tram ziet hij mensen met een andere huidskleur dan hijzelf. En hij weet dat die mensen vaak slecht worden behandeld. Hij ziet ook hoe een jongen op een brommer een zwerfster schopt. Dan ziet hij een demonstratie tegen racisme, en hij besluit zich erbij aan te sluiten.

Wat is er mis met deze idealen? Op zichzelf natuurlijk niets. Welk fatsoenlijk mens is tenslotte tegen tolerantie, naastenliefde en mensenrechten?

Toch heb ik er problemen mee. Ik weet niet of het een goed ding is elke minderheid met een denkbeeldige jodenster te behangen. Is dat nu de 'identiteit' die men zich wenst? In de publiciteitsfolder van Een boek van dromen beschrijft een scholier het verhaal als volgt: 'Martin leeft zich helemaal in het dagboek van Anne in. Daardoor fantaseert hij dat er tekens op de jassen van buitenlandse mensen komen als hij ziet dat de conducteur hun kaartjes controleert.'

Zo kunnen we ons allemaal onder de slachtoffers (denkbeeldig of niet) scharen. En dat is natuurlijk precies de aantrekkingskracht van de cultus. Anne Frank is een symbool van de heilige onschuld. Door ons met haar te identificeren, zijn we niet alleen onschuldig, maar ook een beetje heilig. Met geschiedenis of politiek heeft dit weinig meer te maken. Het gaat om onschuld, morele zuiverheid, de goedheid van de mens. Vandaar ook dat Anne Frank in Japan zo geliefd is geworden. Haar dagboek is daar in grotere getalen verkocht dan waar ook ter wereld, Amerika uitgezonderd. Anne Frank is in Japan bijgezet als een soort ereheilige in het pantheon van de Japanse vredescultus, die geen verantwoordelijke daders kent, maar alleen onschuldige (vooral Japanse) slachtoffers. Een Japanse bezoeker aan het Achterhuis schreef dan ook kernachtig in het gastenboek: 'Vrede! Vrede! Vrede!'

Ik heb al eerder betoogd dat het gevoel van verongelijkte onschuld in Nederland niet hoeft te worden aangemoedigd. De nadruk op Anne Frank in het onderwijs, als een nationale Jeanne d'Arc, kan dit gevoel alleen maar versterken. Bovendien hoeft niemand zich te verbazen over de anti-Duitse vooroordelen onder de Nederlandse jeugd, als Anne Frank een van de weinige historische namen is die men nog in staat is te herkennen.

Maar mijn voornaamste bezwaar is eigenlijk dit: ik geloof niet in de goedheid van de mens. Of, om het iets anders te formuleren: ik geloof niet dat we de slechtheid van mensen beperken door te preken uit een bijbelverhaal, ontleend aan de geschiedenis. Dit is overigens een idee dat zich ook onder niet-christenen heeft verbreid. De atoombom op Hiroshima is evenzeer een bijbelverhaal geworden, een variatie op de zondvloed. Vele pacifisten geloven dat we de kans op oorlog beperken door eindeloos het verhaal van Hiroshima te herhalen, en dan als mantra 'vrede!, vrede!, vrede!' te roepen. Anderen vinden dat vooral Duitsers voortdurend beelden van Auschwitz onder ogen moeten krijgen. Daardoor worden zij misschien betere mensen. Wie zo denkt, denkt noch historisch, noch politiek, maar religieus. En dat is nu juist iets wat je niet kunt zeggen van Anne Frank zelf. Opmerkelijk aan haar dagboek zijn de scherpe observaties en de nuchterheid van haar denken. Zij wilde een beroemde schrijver worden, niet de heilige Sint Anna. Het eerste is haar gelukt. Het tweede is ook geschied, maar dan wel buiten haar schuld.