Zelfbewuste Kohl herijkt met grote vanzelfsprekendheid; Duitsland weegt steeds zwaarder

Nog maar 1,38 D-mark voor een dollar; een laagterecord op een niveau dat ruim een kwart lager ligt dan begin vorig jaar. De Duitse exportindustrie klaagt steen en been, haar belangenverenigingen hebben de groeiprognoses voor dit jaar in enkele gevallen alvast van 3 naar 2 procent teruggebracht.

Maar de eerste economen en bankiers hebben zich al gemeld met troostende analyses. Zij wijzen erop dat maar tien procent van de export in dollars wordt afgerekend en dat lagere invoerprijzen de inflatie (nu: 2,4 procent) verder helpen verlagen en langs die omweg dus eigenlijk ook de stabiliteit van de mark dienen.

Achter de hevige valuta-turbulenties van de afgelopen weken begint, in en buiten Duitsland, intussen een andere discussie. Namelijk over de vraag of de dollar als eerste internationale reservemunt langzamerhand niet zózeer raakt aangevreten dat de D-mark, bijna ongeacht de politiek van de Duitse regering en de Bundesbank, als reservemunt verder oprukt. Met als gevolg dat het ruim vier jaar geleden verenigde Duitsland op dit terrein steeds meer in de positie raakt waar Bonn zowel trots op als bang voor is. Een positie namelijk, die het Duitse economische succes bevestigt èn tot meer verantwoordelijkheid en verplichtingen leidt.

De gevolgen van de valutacrisis en het gewicht van de D-mark zijn maar één voorbeeld van de snel veranderende rol van Duitsland, dat steeds vaker tot keuzes wordt verplicht die West-Duitsland vóór oktober 1990 vaak met succes wist te vermijden. Ja, ook nadien lukte het soms nog zulke keuzeproblemen te omzeilen, bijvoorbeeld met de cheque-boekdiplomatie van Bonn tijdens de Golf-oorlog (voorjaar 1991). Maar dat wordt steeds duidelijker verleden tijd; het gewicht en de verplichtingen van Duitsland beginnen steeds zwaarder te tellen. Dit type aanpassing gaat voor de een, zeg voor de SPD, 'van au', en is voor de ander, zeg kanselier Kohl en zijn CDU/CSU, gewenst en vanzelfsprekend. Een paar voorbeelden.

Eén. Duitsland, de belangrijkste Europese handelspartner van Iran, houdt er ondanks kritiek uit Londen, Washington en Tel Aviv aan vast, dat het een eigen brugfunctie naar Teheran moet vervullen. Op dat stuk verstaat Kohl, die een groot deel van zijn bevolking qua zelfbewustheid af en toe duidelijk ontstijgt, geen grappen. Nadat afgelopen weken in Israëlische media was gesuggereerd, dat Duitsland zijn pogingen om Iran te bewegen Israëlische krijgsgevangenen vrij te helpen krijgen vooral onderneemt om in de Westelijke wereld een goede indruk te maken, werd Kohl dan ook zó razend, dat hij een telefoongesprek met premier Rabin beëindigde door de hoorn op het toestel te gooien. Vorige week kwam Rabin, vijftig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, vervolgens met de hoed in de hand naar Bonn voor een (geslaagde) verzoeningsmissie.

Twee. Duitsland heeft circa 2 miljoen Turken geïntegreerd, onder hen een kleine 450.000 Koerden. Het is in de Europese Unie en de NAVO Turkije's belangrijkste partner, vriend, wapenleverancier, pleitbezorger. De wekenlange acties van PKK-gezinde Koerden in Duitsland èn de militaire operatie van Turkije tegen de PKK in Noord-Irak creëren voor Bonn een probleem dat het niet 'als vroeger' kan behandelen. Namelijk door in Ankara slechts aan te dringen op handhaving van mensenrechten en met sancties te dreigen en daarmee als het ware voorbij te gaan aan de strategische betekenis van een land dat in de Arabische wereld het fundamentalisme ziet oprukken.

Dat FDP-minister Klaus Kinkel (buitenlandse zaken) hieromtrent enigszins met dubbele tong praat, dat Kohl over de kwestie eigenlijk nog niets heeft gezegd en dat een CDU-Bondsdagspecialist als Karl Lamers openlijk waarschuwt voor “binnenlandse Duitse politiek” jegens Ankara, laat zien dat het grotere Duitsland enigszins in ander vaarwater is geraakt. Dat de oppositionele SPD, laat staan de Groenen, er weinig voor voelt om de regeringscoalitie in dit dilemma van 'grote politiek' rugdekking te geven, maar eerder opereert als beheerster van de sentimenten uit de 'oude', Westduitse, Bondsrepubliek, is voor Kohl lust en last tegelijk. Hij plaagde SPD-voorzitter Scharping er vorige week in de Bondsdag in elk geval flink mee dat deze wegens de interne strijd in zijn partij en Bondsdagfractie steeds radicalere taal moet bezigen.

Drie. De Russische president Boris Jeltsin heeft, niet in de laatste plaats onder druk van Duitsland dat Ruslands eerste hulpverlener en makelaar in het Westen is, alsnog besloten om het Rode Leger bij de komende 50ste viering van het einde van de Tweede Wereldoorlog, 9 mei in Moskou, niet op het Rode Plein maar in de buitenwijken van de Russische hoofdstad te laten paraderen. Dat was een voorwaarde van Kohl om naar Moskou te komen. Wie beseft hoezeer de overwinning op nazi-Duitsland nog steeds een grote Russische psychologische schat is, zal ook beseffen hoe enorm (en riskant) deze concessie van Jeltsin aan het rijke, verenigde Duitsland is. Dat de wankelende Russische republiek in de oorlog buitgemaakte Duitse kunstschatten (voorlopig) niet teruggeeft zal Kohl op zijn beurt tegen deze achtergrond wel door de vingers zien, zij het niet officieel maar officieus.

Vier. Duitsland is een klassieke industriestaat die, zeker na de oorlog, ook een grote en romantische milieubeweging kent en een milieupartij met tien procent aanhang (de Groenen). Al die Mercedessen en BMW's kunnen makkelijk meer dan 200 km per uur rijden, maar tegelijkertijd is er een ernstig debat gaande over de vraag of de maximumsnelheid op de Autobahn niet tot 100 of 130 km beperkt moet worden. Dat levert bestuurlijke paradoxen op waar elke politicus rekening mee moet houden. Deze week deed Kohl dat op de wereldmilieutop in Berlijn, waar hij de Amerikanen met een pleidooi voor snellere reductie van kooldioxyde-uitstoot verraste. Ook daarin was een blijk van nieuw zelfbewustzijn te zien. Of misschen gaf de staatsman en kanselier Kohl hier een hand aan de CDU-voorzitter Kohl, die mogelijk twijfels heeft over het voortbestaan van de FDP en daarom de Groenen wel in een nieuw licht moet zien.

Vijf. Het was toeval, maar het had in de huidige situatie toch wel illustratieve betekenis, dat juist deze week de Indonesische president Soeharto met een groot gevolg naar Duitsland kwam. Kanselier Kohl, die vindt dat de Duitse exportindustrie veel meer aan Azië moet doen, en die de afgelopen jaren al herhaaldelijk in China, Japan, Indonesië, Taiwan en Hongkong persoonlijk aan exportpromotie deed, wil als industriële leverancier in Indonesië “een vaste plaats”, zoals hij zei. Dit werven van Kohl is niet alleen een teken dat het nieuwe Duitsland in Azië jegens Japan en de VS de handschoen wil opnemen, maar ook een afscheid van oude, enigszins passieve handelspraktijken. Het is immers nog niet zo lang geleden dat de Duitse industrie hoogwaardige maar dure produkten produceerde onder het motto: 'Ze zijn het best, en als buitenlandse klanten belangstelling hebben, komen ze maar kijken'. Ook hier lijkt Kohl, die volgend jaar weer naar Indonesië gaat, van plan om in een groeizone als de Aziatische, Duitsland uit een ander vat te laten tappen.

Over de mensenrechten in Oost-Timor en het vroegere Nieuw-Guinea, en over de greep van de familie-Soeharto op de industrie in het zich snel ontwikkeldende Indonesië, is de afgelopen dagen dus niet zóveel gesproken. In plaats daarvan werden afspraken gemaakt, en contracten getekend, in de sfeer van de hard cold cash. Zo zal Siemens voor 1,2 miljard mark op Java kolencentrales bouwen en exploiteren en krijgt een dochter van de Deutsche Telekom een aandeel van 25 procent in 's werelds grootste mobilofoonproject dat Indonesië (190 miljoen inwoners) wil opzetten. Voorts kijken Duitse bedrijven gretig naar plannen om de Indonesische infrastructuur de komende tien jaar voor 100 miljard mark te verbeteren. Met ABB en Audi zijn letters of intent uitgewisseld voor de bouw van meer energiecentrales en een autofabriek. Bovendien, zo meldt de Financial Times, werd een principe-akkoord bereikt over de bouw en verkoop van een Indonesisch vliegtuig, in Saksen, voor 250 passagiers (de N-250) - iets waar Fokker, de Nederlandse Dasa-dochter, misschien van zal opkijken. De officiële communiqué's waren in dit opzicht niet zó helder, maar vaststaat dat tussen Kohl, en zijn minister van economische zaken, de FDP'er Günter Rexrodt, en Soeharto, en diens ooit in Duitsland opgeleide minister van economische zaken, Bahroeddin Habibie, de afgelopen dagen miljarden over de tafel gingen.

Grote landen, kleine landen, dat levert een verschil in verantwoordelijkheid op, zei de vroegere premier Lubbers ooit (in het debat over de kruisraket). Kohl, maandag 65 jaar geworden en 130 kg zwaar, begint vandaag in zijn vaste Oostenrijkse vakantie-adres, Sankt Gilgen, aan zijn jaarlijkse Abspecken. Zijn kleermaker heeft al geleerd daarom te lachen. Hij hoeft de enige niet te zijn. En wie nu toevallig zijn buitenlandse beleid aan het herijken is, zoals Nederland, had de afgelopen dagen wel wat te noteren.