Werklozenproject en cultuurhistorische attractie; Batavia AHOY

Bijna negen jaar duurde het voor de replica van het zeventiende-eeuwse schip de 'Batavia' te water kon worden gelaten. Morgen doopt koningin Beatrix het schip op de werf in Lelystad, waarna het hopelijk een beter lot zal treffen dan het origineel. Wat is er te zien en waar moet je gaan staan voor het beste zicht?

Batavia-werf, Oostvaardersdijk 1-9, Lelystad. Openingstijden: vr 7/4 9-13 en 17u30-21u, za 8/4 9-21u, zo 9/4 10u-vertek Batavia. Daarna ma t/m zo 10-17u. Toegang ƒ 15, 65+ ƒ 10,- kinderen 5 t/m 15 jaar ƒ 5.

Pasar Batavia, Oostvaardersdijk, Lelystad. Open: vr 7/4, za 8/4 11-23u., zo 9/4 10-18u. Toegang: ƒ 10, 65+ en kinderen t /m 12 jaar ƒ 7,50.

Universiteitsbibliotheek, Singel 425, Amsterdam. Open: ma t/m vr 10-16u. Gesloten op 14/4, 1, 5, 25, 26/5 en 5/6. Toegang gratis.

Op 14 april zendt Gewest van Gewest een documentaire uit over de Batavia-operatie, Nederland 3, 19.33 u.

In de zeventiende eeuw duurde de bouw van een Oostindiëvaarder anderhalf jaar. De eigenlijke constructie nam nog minder tijd in beslag, want het eerste half jaar was nodig voor het uitlogen van het hout in het water voor de werf. De bouw van de romp duurde drie maanden, waarna het schip te water werd gelaten. Op het water kreeg het dan zijn masten, tuigage en andere toebehoren.

In de twintigste eeuw duurt de bouw van een VOC-retourschip ruim negen jaar. Tenminste in Lelystad, waar in oktober 1985 de kiel werd gelegd voor het spiegelretourschip 'Batavia', een reconstructie van het schip dat in 1629 voor de kust van Australië verging. Morgen wordt de 'Batavia', door koningin Beatrix gedoopt met zeewater uit de Indische Oceaan. In de dagen daarna volgt een verscheping naar Amsterdam, waar het schip te water zal worden gelaten in een gegraven dok. Met Pasen ligt het schip weer in Lelystad, maar dan aan een steiger voor de werf.

Dat de reconstructie zoveel langer heeft geduurd dan de bouw van het origineel is niet verwonderlijk. Van het originele schip bestaan geen bestektekeningen, zodat scheepsbouwmeester Willem Vos en zijn team af moesten gaan op de gegevens uit de bouwopdracht voor dit schip uit 1626 en op de afbeeldingen die er van zijn. Maar vooral miste men in Lelystad de ervaring en de mankracht die 350 jaar geleden wel voorhanden waren. In de VOC-tijd werkte men met driehonderd man tegelijk aan een schip. Voor de 'Batavia' was eenzelfde aantal bouwers beschikbaar, maar dan verspreid over de hele periode van tien jaar. Bovendien waren deze bouwers leerlingen, werkloze jonge mensen die door het Arbeidsbureau werden geselecteerd om op de Batavia-werf opgeleid te worden in het ambachtelijk timmervak en de houten scheepsbouw.

Behalve opleidingsproject moest de reconstructie ook een cultuurhistorische attractie worden. Tien jaar verder kan worden vastgesteld dat de onderneming op alle fronten een succes is geworden. Van de driehonderd leerlingen die meewerkten aan de bouw van het schip vonden er inmiddels tweehonderd een baan, terwijl er nog 55 op de werf werken. Als toeristische attractie bleek de werf ook aan een behoefte te voldoen. Sinds de kiellegging bezochten meer dan 1,6 miljoen mensen de bouwplaats. De laatste jaren ligt het bezoekersaantal op meer dan 300.000, waardoor de entreegelden nu de belangrijkste bron van inkomsten zijn geworden. Een belangrijke reden voor die grote belangstelling ligt stellig in feit dat bij de reconstructie zoveel mogelijk het zeventiende eeuwse bouwproces is gevolgd. Het 56 meter lange en 10 meter brede schip is uit dezelfde materialen (Europees eikenhout, ijzer, vlas, hennep) opgetrokken als destijds. De maten van het schip zijn niet aangepast aan de lengte van de moderne mens en ook tuigage en zeilen zijn op zeventiende eeuwse wijze vervaardigd. Een verschil met vroeger is dat er in verband met het werkervaringsproject wel moderne gereedschappen zijn gebruikt.

Afwijkend is ook dat het schip, vanwege de grote belangstelling van het publiek, op het droge is afgebouwd. Dat is ook de reden dat het niet bij de werf zelf te water kan worden gelaten. Als er al een helling was, dan zou het schip met masten en al te onstabiel zijn om het in het water te laten glijden. Vandaar dat de 'Batavia', gevat in een speciale 'stoel' van staal en hout, op een ponton wordt gereden, waarop het op zondag 9 april naar Amsterdam wordt gevaren. Bij Shipdock Amsterdam, bij het voormalige NDSM-terrein in Amsterdam Noord, zal de 'Batavia' op 10 april dan eindelijk in het water worden gezet om op 12 april terug te worden gesleept naar Lelystad.

Men verwacht dat dit weekend tussen de 60.000 en 130.000 mensen naar Lelystad zullen reizen om de gebeurtenissen rond de 'Batavia' van nabij te volgen. De doopplechtigheid op vrijdag om 15.00 uur kan alleen worden bijgewoond door genodigden, maar voorafgaand daaraan is de Batavia-werf geopend van 9.00 tot 13.00 uur. Om 17.30, na het vertrek van de koningin, gaat de werf weer open voor het publiek dat er dan tot 21.00 uur getuige van kan zijn hoe het 600 ton wegende schip het ponton op wordt gereden. De doophandeling kan het publiek overigens wel volgen op een videowall die is opgesteld op een pasar malam, die op het nabij gelegen parkeerterrein wordt ingericht. Die Pasar Batavia, met Indonesische zang en dans, een tentoonstelling samengesteld uit de collectie van Museum Bronbeek en Indonesische lekkernijen als tjendol, risoles, spekkoek en bapao, blijft het hele weekend toegankelijk, net als de naastgelegen kermis.

Pendelbussen zorgen het hele weekend à raison van ƒ 3 per persoon voor rechtstreeks vervoer van en naar het NS station Lelystad. Autoreizigers worden naar speciaal ingerichte parkeerterreinen geloodst, vanwaar ook weer pendelbussen rijden.

Wie die drukte liever ontloopt kan zich op zondagavond langs de oevers van het IJ in Amsterdam opstellen om de 'Batavia' langs te zien komen op zijn tocht naar het dok. Het schip wordt tussen 17.00 en 18.00 uur verwacht in de Oranje Sluizen. Het schutten zou men daar kunnen bekijken vanaf de Zuider of de Noorder IJdijk. De Sumatrakade, de De Ruyterkade achter het Centraal Station en de Noordwal in Amsterdam Noord lijken goede punten om zich op te stellen als men de 'Batavia' vervolgens langs wil zien komen.

Op woensdag 12 april wordt de 'Batavia', voorzien van voldoende ballast om enigszins stabiel te liggen, teruggesleept naar Lelystad. Daar wordt de Oostindiëvaarder afgemeerd aan een steiger en verder gevuld met ballast. Als alles meezit is het schip dan op 14 april weer toegankelijk voor het publiek. In de weken daarna kunnen bezoekers volgen hoe het schip wordt geschilderd en ingericht. Met name de spiegel, nu nog in grijze grondverf, zal dan een vrij bont kleurenpalet krijgen. Op de werf storten de scheepsbouwers zich ondertussen op een nieuw tienjaren-project: de reconstructie van het zeventiende-eeuwse admiraalschip 'De Zeven Provinciën', het vlaggeschip van Michiel Adriaanszoon De Ruyter. De kiel is al gelegd.

Naar aanleiding van de tewaterlating van de 'Batavia' is in de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam van 11 april tot 9 juni een tentoonstelling te zien over de rampzalige eerste en enige reis van de originele 'Batavia'. In 1629 liep het schip voor de kust van Australië op een rif op het moment dat een muiterij dreigde uit te breken. 270 Van de 341 opvarenden overleefden de ramp en bereikten een nabijgelegen onbewoond eiland. Nadat opperkoopman Fransisco Pelsaert in een sloep was vertrokken om hulp te gaan halen, beraamden de muiters het plan om een schip te kapen en als piraten verder te gaan. Om dat plan uit te voeren was de groep echter te groot, zodat een massaslachting uitbrak. Toen Pelsaert, tijdig gewaarschuwd, terugkwam waren er al 125 mensen vermoord. De daders werden opgehangen.

Pelsaerts dagboek werd in 1647 uitgegeven onder de titel 'Ongeluckige Voyagie van 't Schip Batavia', dat het destijds vanwege de vele gruwelijkheden erin goed deed. Het boek werd vele malen herdrukt. Op de tentoonstelling is het Pelsaertmanuscript te zien, naast boeken, kaarten en prenten die de reis reconstrueren. Een schedel met zwaardinslag van een van de slachtoffers van de muiters zorgt voor extra reliëf. De tentoonstelling geeft verder ook achtergronden bij de reconstructie van de 'Batavia'. Onder meer ligt er de originele bouwopdracht van de V.O.C. voor het schip. Ook wordt het literaire bewijs geleverd dat de 'Batavia' een 'bovenblinde' bezat, een klein zeil boven de boegspriet. Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus (ƒ 15), maar tegelijkertijd verschijnt bij de Bataafsche Leeuw een uitgebreider boek 'De Batavia te Water' onder redactie van Mans Kuipers (geb. ƒ 46,- paperback ƒ 36,-).