'Voorsprong economiën in Azië slinkt'

SINGAPORE, 6 APRIL. Azië blijft de komende jaren de snelst groeiende economieën voortbrengen. Met name de ontwikkelingslanden in Azië zullen tot eind 1996 aanhoudend forse economische groei boeken al zal het verschil in groei in vergelijking met andere ontwikkelingslanden in de wereld, en ook met de industrielanden afnemen.

Dat is de voornaamste voorspelling van de 'Asian Development Bank' (ADB) in haar jaarlijkse rapport 'Asian Development Outlook'. Het rapport werd vanmorgen in Singapore gepresenteerd en toegelicht door een van de onderzoekers, de econoom Malcolm Dowling.

Volgens de ADB hoeven de Aziatische economieën niet bang te zijn voor een financiële crisis zoals in Mexico. “De fundamenten onder de economieën zijn hier veel solider en de economische groei is al langer bezig dan in Latijns-Amerika”, aldus Dowling. Daar komt bij, zei de econoom, dat het macro-economische beleid beter is in Azië. Ook het feit dat in veel Aziatische landen door de bevolking gespaard wordt, waardoor de afhankelijkheid van buitenlands kapitaal daalt, speelt hierbij en rol volgens de ADB.

De totale economische groei in Azië wordt wat afgeremd door de ontwikkelingen in China. Na jaren van explosieve groei zal de toename van de Chinese economie de komende twee jaar terugvallen. De ADB verwacht dat de Chinese economie in 1996 een “zachte landing” zal maken. Door die ontwikkeling van de economie zal de inflatie in China, die vorig jaar bijna 22 procent bedroeg, kunnen dalen tot circa 8 procent in 1996.

De economische groei (gemeten in bruto binnenlands produkt) in de Aziatische ontwikkelingslanden bedroeg het afgelopen jaar 8,2 procent. De komende twee jaar zal die groei iets afnemen tot 7,4 procent in 1996. “Daarmee blijft Azië sinds 1986 met grote voorsprong de snelst groeiende regio ter wereld”, aldus Dowling vanmorgen.

De economische groei zal de komende jaren het sterkst zijn in het zuiden van Azië. Landen als India, Pakistan, Bangladesh, Sri Lanka en Nepal zijn de afgelopen jaren in groei wat achtergebleven maar halen dat nu in. In 1994 bedroeg de groei voor deze groep landen 5,1 procent. Eind 1996 voorspelt de ADB een groei van 6,3 procent. Ook de vooruitzichten voor de economieën van de 'tijgers' Hongkong, Singapore, Zuid-Korea en Taiwan zijn volgens de ADB gunstig. De groei zal in de meeste gevallen licht afnemen maar nog steeds tussen 6 procent (Hongkong) en 8,5 procent (Singapore) bedragen aan het eind van 1996.

De gunstige ontwikkeling van de Aziatische economische groei is voor de rest van deze eeuw en het begin van de volgende eeuw afhankelijk van een aantal factoren. Het 260 pagina's tellende rapport van de ADB noemt daarbij onder meer de ontwikkeling van een solide macro-economische politiek waardoor de inflatie en het overheidstekort worden teruggedrongen. Voor geheel Azië voorspelt de ADB een afname van de inflatie van het huidige niveau van 11,1 procent naar 8,8 procent dit jaar en 6,6 procent in 1996.

Voor aanhoudende economische groei in Azië is voortzetting van structurele hervormingen volgens de bank een vereiste. “De ontwikkelingslanden in Azië moeten de komende jaren investeren in hoogwaardige technologie”, meent Dowling. “Alleen daarmee kunnen ze zich een sterke internationale concurrentiepositie verwerven. De groei in Azië zal de komende jaren komen uit de industrie en service-sector, niet uit de agrarische sector”.

De ADB-econoom wees er vanmorgen op dat wat betreft hervormingen er nog veel verschillen bestaan in Azië. “Niet overal wordt even intensief hervormd. In sommige landen is om politieke, economische of historische redenen sprake van onwil om veranderingen door te voeren”, zei de econoom.

Dowling noemde vanmorgen vergroting van de efficiëntie bij de overheidsdiensten en uitbreiding van de investeringen in infrastructuur als andere belangrijke voorwaarden voor aanhoudende groei in Azië. De ADB meent verder dat economische samenwerking op subregionaal gebied een extra groeistimulans is.