Verzekeraars waarschuwen voor premies

DEN HAAG, 6 APRIL. De ziektekostenverzekeraars verwachten dat veranderingen in de ziektekostenpremies rond de jaarwisseling beroering teweeg zullen brengen.

De premieverschuivingen zijn het gevolg van een andere wijze van financieren van een deel van de gezondheidszorg waartoe het kabinet onlangs heeft besloten.

In een brief aan minister Borst (volksgezondheid) wijst voorzitter Wiegel van Zorgverzekeraars Nederland op de “zeer aanzienlijke premieconsequenties” die voortvloeien uit de overheveling van een aantal medische verstrekkingen uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de ziekenfondspakketten en de particuliere polissen. De verzekeraars gaan akkoord met deze operatie, “mits er dan ook ruimte en begrip bestaat voor de daaruit resulterende premieconsequenties”.

Vanaf 1 januari 1996 zullen medische voorzieningen als geneesmiddelen, hulpmiddelen, audiologische hulp, revalidatie en erfelijkheidsonderzoek niet langer uit het fonds van de AWBZ worden betaald. Alle verzekerden zijn nu nog via de AWBZ op dezelfde manier tegen de kosten van deze verstrekkingen verzekerd, maar dat verandert zodra deze voorzieningen volgend jaar in het ziekenfondspakket en de particuliere polis terechtkomen.

De AWBZ wordt daardoor zeven miljard gulden per jaar goedkoper. Dat komt neer op een gemiddeld bedrag van circa 450 gulden per ingezetene. Met gemiddeld een zelfde bedrag zullen de kosten toenemen die ziekenfondsen en particuliere verzekeraars maken. De totale schadelast van de verzekeraars neemt toe met gemiddeld 25 procent. Als gevolg daarvan zullen de premies bij ziekenfondsen en particuliere verzekeraars eveneens met 25 procent stijgen. Maar bij de houders van standaardpakketpolissen - particulier verzekerden met een relatief goedkope polis die dezelfde verstrekkingen biedt als het ziekenfondspakket - is een stijging van 25 procent niet voldoende. In deze categorie vallen bijvoorbeeld alle particulier verzekerde 65-plussers; zij 'consumeren' meer gezondheidszorg dan jongeren. Als de premie voor de standaardpakketpolis, die wordt vastgesteld door de minister, niet (extra) omhoog mag, moet de WTZ-omslagbijdrage die alle particulier verzekerden als solidariteitsheffing betalen, volgens de verzekeraars 'aanzienlijk' stijgen. “Zowel het één als het andere kan de nodige beroering teweegbrengen”, aldus Wiegel. Particulier verzekerden van 20 tot 65 jaar betalen nu ƒ 414 per jaar aan WTZ, jongeren de helft en 65-plussers ƒ 331,20.

De verhoging van de premies voor ziekenfondspakket en particuliere polis wordt gecompenseerd door een daling van de inkomensafhankelijke AWBZ-premie en een geleidelijke afschaffing van de nominale (niet-inkomensafhankelijke) AWBZ-premie. “Voor de burger zijn deze mechanismen echter niet altijd even duidelijk en overzichtelijk”, aldus Wiegel. Hij waarschuwt dat de minister zich van de grote gevolgen van de premieveranderingen “in al zijn facetten zal moeten vergewissen”.