Verlies Crédit Lyonnais komt uit op 12 mld franc

PARIJS, 6 APRIL. Crédit Lyonnais, de Franse staatsbank, heeft in 1994 12 miljard franc (vier miljard gulden) verloren. Met terugwerkende kracht zijn per 1 januari 1994 voor ruim 130 miljard franc aan problematische activa in een aparte constructie ondergebracht. De staat betaalt CL daarvoor over 1994 een beheersvergoeding van 2,4 miljard franc.

Bij de bekendmaking van de jaarcijfers over 1994 erkende president-directeur Jean Peyrelevade gisteren dat handhaving van het Europese bankennetwerk “dè vraag” is. “Ik kan mij voorstellen dat u daar veel gedetailleerde informatie over wenst. Die zal ik, zoals gebruikelijk, niet geven.” Met name de vraag of CL zijn ambities op het gebied van retail banking in grote delen van Europa moet handhaven was volgens de CL-president actueel. De resultaten van de diverse dochters waren over het algemeen goed, maar de rentabiliteit van het Europese net kan omhoog.

Peyrelevade gaf voor de Europese banken buiten Frankrijk schaarse hints in de richting van een mogelijke keuze voor specialisatie in handelen op de financiële markten en bemiddelen bij het plaatsen van aandelen. In België zijn activiteiten in die richting gelanceerd, “in Nederland zijn er ook veelbelovende eerste tekenen.”

Zonder lang van stof te zijn, schetste Peyrelevade duidelijk zijn strategie om terug te keren naar de kernactiviteiten als de favoriete weg voor Crédit Lyonnais. Na het laatste reddings-plan, aangeduid als 'operation de cantonnement' (cantonnerings-operatie), was hij er redelijk zeker van dat de bank met een schone lei kan beginnen, afgezien van “de normale risico's van het bankvak die niet zijn uit te sluiten”. Niet alle concurrenten van CL vinden het overigens logisch dat de bank zelf voor de uitverkoop van slechte activa uit het asielkamp mag zorgen.

De jaarcijfers zijn zo opgesteld dat Crédit Lyonnais met een eigen vermogen van 46,7 miljard franc op een ratio van 8,3 procent uitkomt, net boven de vereiste norm van 8 procent, die internationaal verplicht is door de Bank voor Internationale Betalingen. Het eigen vermogen is sterk gedaald. In 1991 was het 50 miljard franc, 62 miljard op het hoogtepunt van de expansie in '92, en in '93 liep het al terug naar 56,3 miljard. Met bankieren pur sang zette CL in '94 48,7 miljard franc om. Dat was een daling van negen procent.

Verdere inkrimping van de bank staat op de agenda, maar - ook na afscheiding van de meest dubieuze film-, onroerend goed- en handelsdeelnemingen - blijven de te hoge operationele kosten en de onevenwichtige samenstelling van haar leningenportefeuille.

Peyrelevade: “Het is ons belang die activa te verkopen die het minst renderend zijn, maar voor de eventuele kopers klinkt dat niet zo aantrekkelijk.” De enige conclusie lijkt dat opnieuw afgewaardeerd zal moeten worden. In de cijfers voor '94 zijn aanzienlijke voorzieningen getroffen (17 miljard franc, waaronder 7,7 miljard in Frankrijk en 6,6 miljard voor de rest van Europa). Voor '95 moet weer rekening worden gehouden met bescheiden resultaten. Peyrelevade was voorzichtig optimistisch over herstel van de winstgevendheid, maar op de vraag naar de eerste drie maanden van dit jaarw aren hij en zijn medeleden van het vierkoppige comité exécutif ronduit ontwijkend.