Selectie (5)

Professor Eykhoff voert steekhoudende argumenten aan voor selectie aan de poort. Wat betreft de motivatie van aspirantstudenten wil ik het volgende opmerken. Bij een toelatingsinterview zou bij de vraag waarom een bepaalde studie of faculteit wordt gekozen, nadrukkelijk moeten worden gevraagd wat de aspirant na zijn studie met zijn kennis wil gaan doen, welke carrière hij nastreeft. Deze vraag dient al bij het VWO te worden gesteld, maar op voorstellen dienaangaande van de Commissie Carrièreplanning van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, werd door schooldecanen niet of slechts lauw gereageerd. Bij een toelatingsgesprek kan de schade weer worden goedgemaakt.

Als jongelui zich zouden aanmelden voor vak x, zou hen kunnen worden gevraagd: 'Waarom zou je dat willen?'. daarop kunnen o.a. de volgende antwoorden volgen: 1) Mijn vader heeft x gestudeerd. 2) Mijn oom of meneer X vertelt er zo leuk over. 3) Op aanraden van een of meer van mijn leraren. 4) Het lijkt me interessant, spannend, leuk. 5) Ik geloof dat het vak een mooie, al weet ik niet precies welke, toekomst heeft en dat ik mij daarin zal kunnen ontplooien. 6) Ik weet wat ik er na mijn studie mee ga doen (bedrijfsleven, wetenschap, onderwijs, overheid enz.). 7) Ik denk dat ik weet wat ik na de studie ermee ga doen, maar dat zou tijdens de studie kunnen veranderen.

Het commentaar op de antwoorden 1, 2 en/of 3 zou moeten zijn: 'Overleg nog eens en vraag je af of je er werkelijk zin in hebt en vooral of je enig idee hebt wat je ermee wilt gaan doen.' Maar omvat het antwoord 4, 5, 6 en vooral 7, dan heeft een toelatingstoets zin.

Na de overtuigende argumentatie van prof. Eykhoff lijkt het, ondanks het betoog van professor Drenth, duidelijk dat selectie aan de poort, o.a. een toelatingstoets, niet alleen wenselijk maar nodig is.