Selectie (4)

Afgelopen maanden was ik in de weer met het op een rij te zetten van de ins en outs van selectie voor hoger onderwijs voor een achtergrondstudie van de Adviesraad voor het Onderwijs (verschijnt over enkele weken). Mijn reactie al lezend: 'Goed hoor, die Drenth - mooi stuk, heldere argumentering, precies waar het om gaat. Geen wonder: de man is per slot selectiedeskundige.'

Dan Eykhoff, pro selectie. Hm, tja. Het gebruikelijke. Wie niet voor selectie is, wil heilige huisjes heilig houden. En in het buitenland selecteren ze ook. En het voortgezet onderwijs levert veel minder goede studenten af dan destijds de gymnasia en HBS'en. Dus selecteren moet. Enz.

Bij Bolkestein, ook pro. Alweer het idee dat je alleen maar tegen kunt zijn vanwege taboes op selectie en doorgeschoten democratiseringsidealen. En ook hier de verzuchting dat studenten niet meer zijn wat ze waren, dat het wetenschappelijk onderwijs verloedert en zijn normen sluipenderwijs verlaagt, dat rendementen afglijden. Enz.

Ik zou daar het een en ander tegen in kunnen brengen. Bijvoorbeeld dat het niet zo belangrijk is of het buitenland óók selecteert (en, tussen haakjes, het als voorbeeld genoemde België doet dat niet), maar vooral of het met die selectie betere resultaten bereikt (quod non). Of dat de rendementen van het WO in de afgelopen 60 jaar niet gedaald zijn en dat er ook geen tekenen zijn dat het niveau schromelijk bij het buitenland achterblijft.

Maar dat is niet waar het me hier om gaat. Waar ik telkens weer verbaasd over ben is dat dat het zo weinig uitmaakt wat cijfers, analyses en internationale vergelijkingen zeggen. Integendeel, als ik Eykhoff en Bolkestein lees, denk ik: waar of niet, scoren doen ze. Als ik Drenth lees denk ik: prachtig, maar scoren doet hij niet.

Selectie is een complex onderwerp waarbij men met gezond verstand een eind komt - maar niet verder dan dat. Er zitten flink wat elementen bij die contra-intuïtief zijn. Wie het een beetje redelijk wil uitleggen heeft aan drie zinnen niet genoeg. Wetenschappers proberen het toch, ze laten het hele plaatje zien. Maar probeer de mensheid maar eens mee te krijgen met zo'n verhaal: te lang, te ingewikkeld. Zelfs in de compacte versie van Drenth.

Wie vóór selectie pleit heeft het makkelijker. De standaardelementen in zo'n betoog hebben iets vanzelfsprekends. Het klinkt logisch dat als meer studenten toestromen, de gemiddelde geschiktheid daalt; dat als strenger geselecteerd wordt, rendementen stijgen; dat als het buitenland bij selectie zweert, het daar wel zijn redenen voor zal hebben en dat Nederland het niet wéér beter moet willen weten.

Ben ik nu tegen selectie? Dat zal haast wel, maar is niet eens zo. Wie voor selectie is, kan daar goede redenen voor hebben. Daar is niets tegen. Toch worden die meestal onder tafel geveegd.

Dat over 'selectie' één algemeen oordeel kan worden uitgesproken, is een illusie. Hoe je oordeel uitvalt, hangt in de eerste plaats af van wat je met selectie wil. Dus: 'Zus en zo wil ik met selectie bereiken, en dit soort risico's neem ik voor lief, die andere zou ik niet meer acceptabel vinden'.