Processen in Rwanda tegen verdachten van bloedbad begonnen

KIGALI, 6 APRIL. Vandaag begint, een jaar na het ontstaan van het etnisch geweld in Rwanda, de eerste rechtzaak tegen één van de ongeveer 30.000 Rwandezen die worden beschuldigd van de massamoord op bijna een miljoen Tutsi's en gematigde Hutu's.

De Verenigde Naties hebben gezegd het begin van de processen te verwelkomen maar erkenden tegelijkertijd dat de rechtsgang mogelijk gebrekkig is. “Er kan nog heel lang gewacht worden tot een perfect of bijna perfect systeem gereed is of we accepteren een minder compleet systeem, beginnen nu en proberen het in de loop van de tijd te verbeteren”, aldus Shaharyar Khan, de speciale afgezant van de VN in Kigali.

Een onbekend aantal verdachten heeft een verklaring ondertekend waarop zij hebben bekend deel te hebben genomen aan de massaslachting in Rwanda die 6 april vorig jaar begon. De rechtsgeleerden in Kigali denken echter dat het jaren zal duren voordat het grootste deel van de verdachten, met name mannelijke Hutu's, voor de rechter zal verschijnen.

Gevreesd wordt dat veel van de gevangengenomen Hutu's hun proces niet zullen meemaken omdat de zware omstandigheden waaronder zij gevangen zitten hen noodlottig zouden kunnen worden. In de gevangenis van Gitamara, oorspronkelijk gebouwd voor 750 gevangenen, zitten 5.000 verdachten vast. Maandag opende gevangenispersoneel het vuur op verdachten die trachtten te ontsnapppen. Dagelijks sterven er gevangenen aan dysenterie.

De organisatie voor de rechten van de mens, Amnesty International, deelt de zorg over de bizarre omstandigheden waarin de gevangengenomen Hutu's verkeren. In een vandaag verschenen rapport kritiseert Amnesty International de “juridische chaos” in Rwanda waar de nieuwe regering in Kigali willekeurige arrestaties zou verrichten. “Eén jaar na het bloedbad (...) wachten de slachtoffers en hun familieleden nog steeds op de berechting van de verantwoordelijken”, aldus Amnesty.

Volgens de mensenrechtenorganisatie raken bewijzen verloren en neemt de bevolking steeds vaker het recht in eigen hand. Daardoor zouden de spanningen in Rwanda weer oplopen en dreigt in het buurland Burundi een herhaling van het bloedbad. Amnesty International verwijt de internationale gemeenschap gebrek aan doortastend optreden.

Gisteren heeft de aanklager van het internationaal VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Rwanda, Richard Goldstone, gezegd een lijst van vierhonderd verdachten gereed te hebben waarop de mogelijke aanstichters van het etnische geweld staan vermeld. Functionarissen van het tribunaal hebben echter gezegd te verwachten dat slechts een klein percentage van de verdachten voor het tribunaal zal verschijen. Het merendeel zal door plaatselijke rechtbanken moeten worden berecht. (Reuter, AP)