'Plea-bargain' bespaart VS gezichtsverlies

AMSTERDAM, 6 APRIL. “Het was vreselijk om een jurylid te zijn”, vertelde een Amerikaan uit een zuidelijke staat ooit over zijn ervaringen na afloop van een grote moordzaak: “ik moest nadenken zoals ik nooit eerder had nagedacht. Ik ben niet slim en heb weinig opleiding en ik weet niet of het wel juist is iemand zoals ik de rol van een rechter te geven”. “Pervers”, heeft de vooraanstaande Britse rechter Lord Devlin dat genoemd. Maar deze perversiteit was voor hem nu net de bestaansreden van de jury: de rauwe overtuigingskracht van een procesvoering die nodig is om gewone mensen te overtuigen.

Het blijft echter moeilijk, zoals onlangs bleek bij de berechting van de Nederlandse au pair Anna-Corina Peeze in de Amerikaanse staat Virginia. Het proces wegens het doden van een baby eindigde met een zogeheten hung jury, die wegens verdeeldheid niet tot een uitspraak kwam. In veel Amerikaanse staten eist de wet eenstemmigheid voordat het “schuldig” kan worden uitgesproken. Maar ook voor een vrijspraak - het andere uiterste - is veelal unanimiteit vereist.

De traditionele maatstaf is of een aanklacht “buiten redelijke twijfel” en “tot een morele zekerheid” is bewezen. Dat laat de nodige ruimte voor meningsverschil. Het gebeurt dan ook nogal eens dat het juryberaad eindigt in een impasse. De afzondering van een jury kan niet onbeperkt duren. Dus op een gegeven moment zit er voor de rechter die het proces leidt, weinig anders op dan te verklaren dat er sprake is van een mistrial. Anders dan vrijspraak of veroordeling sluit deze uitspraak een nieuwe berechting niet uit.

Een nieuw proces is in Virginia nu voorkomen met behulp van een typisch-Amerikaanse oplossing, een plea-bargain. Dit is een overeenkomst tussen aanklager en verdediging om een omslachtige berechting door de jury te voorkomen. De verdachte bekent schuld - veelal voor een geringer geklasseerd delict als de oorspronkelijke aanklacht - en krijgt in ruil daarvoor strafvermindering. Deze moet wel door de rechter worden bekrachtigd (ook in een juryproces is de strafoplegging voorbehouden aan de rechter).

Door de hoge kosten, het tijdsbeslag van een compleet jury-proces en de chronische overbelasting van de gerechten is deze wijze van afdoening onmisbaar geworden. In het begin van de jaren tachtig kreeg slechts 18 procent van alle federale strafzaken een volledige berechting, tegen het eind van deze decade was dat teruggelopen tot negen procent. Zonder plea bargaining zou de Amerikaanse rechtspleging ineenstorten. De kritiek is dat dit systeem leidt tot allerlei vormen van gechicaneer en handjeklap. Het is bepaald niet denkbeeldig dat onschuldigen onder druk of uit onkunde toch maar door de knieën gaan.

De schikking die Anna-Corina Peeze nu is aangegaan doet nogal formeel aan. Het meisje houdt haar onschuld vol en heeft slechts erkend een veroordeling wegens een minder zwaar delict op grond van het aangevoerde bewijsmateriaal tot de mogelijkheden behoort. De aanklagers hebben genoegen genomen met reclasseringstoezicht plus psychiatrische behandeling en een verbod van babysitten voor de tijd van twee jaar. Opmerkelijk is vooral dat de justitie in Virginia het meisje direct naar Nederland heeft laten afreizen. Volgens het Nederlandse ministerie van justitie is er geen verdrag met Amerika dat voorziet in overname van dit vonnis. Beide landen zijn wel partij bij een internationale overeenkomst uit 1983 over “het overbrengen van gevonniste personen” maar deze heeft alleen betrekking op gevangenen.

Als Anna Corina Peeze zich hier niet aan de Amerikaanse voorwaarden houdt valt er voor de Amerikaanse justitie weinig aan te doen. Er is een theoretische mogelijkheid dat zij dan vraagt om uitlevering, zegt de Haagse strafrechtsadvocaat mr.J.M.Sjöcrona desgevraagd. Maar dat kan alleen indien de rechter in Virginia alsnog een nieuw proces gelast, want Nederland levert alleen uit voor berechting, niet voor bestraffing. Het lijkt er dan ook vooral op dat de justitie van Virginia zonder al te veel gezichtverlies van deze trieste zaak afwilde.