Plaatstrouwe ortolaan keert voorlopig niet terug

Het nagenoeg verdwijnen van de ortolaan uit Nederland - rond de jaren vijftig nog een talrijke broedvogel - is niet onopgemerkt gebleven. Is er kans op een geslaagde terugkeer van deze zangvogel? De conclusie van een onderzoek binnen de Vereniging Natuurmonumenten is negatief. 'Voorlopig niet', is het oordeel. (Van Nature, maart 95).

De ortolaan was in Nederland een karakteristieke bewoner van kleinschalige cultuurlandschappen met akkers en houtwallen. Het verspreidingsgebied van deze voorjaars- en zomergasten beperkt zich tot het oosten van het land; in Zuid- en Midden Limburg heeft de soort het het langst volgehouden. Ortolanen nestelen bij voorkeur temidden van winterrogge, of later in het jaar in de halmen van zomergraan. De vogels leven vooral van insekten. Vooral van rupsen die uit eiken zijn gevallen, en zich makkelijk van een niet of licht begroeide ondergrond laten oppikken.

De sterk gewijzigde landbouwpraktijk is de hoofdoorzaak voor de achteruitgang van de soort - niet alleen in Nederland, maar ook in het grootste deel van het overige Europese verspreidingsgebied. Door schaalvergroting verdwenen veel bomen en houtwallen, en het verbouwen van graan en knolgewassen is grotendeels vervangen door maïsteelt. Maïsakkers - wat de 'natuurwaarde' betreft soms wel zwarte gaten in het landschap genoemd - blijken totaal ongeschikt als broedgebied voor de ortolaan. Daarnaast heeft het gebruik van bestrijdingsmiddelen het voedselaanbod voor de soort drastisch gereduceerd.

Waar in Nederland op de ene plaats schaalvergroting optreedt, wordt op de andere weer geprobeerd de kleinschaligheid te herstellen. Dat veronderstelt een zekere flexibiliteit en opportunistische leefwijze bij de soorten die van beschermde terreinen gebruik moeten maken. De ortolaan blijkt daarover niet te beschikken. De dieren zijn erg plaatstrouw: jaar na jaar zijn het dezelfde individuen die op een bepaalde akker terugkeren. Nieuwe gebieden bezetten ze nauwelijks. Als hun broedgebied wordt aangetast vestigen zij zich niet soepel elders. Hun broedsucces loopt dan door de verslechterde omstandigheden sterk terug.

Nieuwe vestigingen van ortolanen uit bijvoorbeeld België en Duitsland zijn niet waarschijnlijk: ook daar gaat de stand achteruit. Bovendien blijkt uit onderzoek naar regionale zangdialecten dat er een duidelijke scheiding is tussen de Duitse Noordwest-populatie en de Belgische populatie in de Kempen. Van grensoverschrijdende uitwisseling tussen die populaties op Nederlandse grond is geen sprake.

Ouderwetse plaatstrouwheid breekt de ortolaan op; hij heet dan ook een 'lastige' vogel te zijn om te beschermen. Buiten Nederland is het met de soort slechter gesteld dan werd gedacht. Een levensvatbare populatie in eigen land is volgens de opstellers van het rapport dan ook nauwelijks meer te verwachten.