Overbevissing wereldwijd

De visserijoorlog op de Grand Banks bij Newfoundland tussen Canada en Spanje over de vrijwel uitgeroeide Groenlandse heilbot staat niet op zichzelf.

Vorig jaar augustus woedde in de Golf van Biskaje een tonijnoorlog, waarbij een Spaanse trawler een Frans vissersschip ramde en de netten van een Engelse trawler kapte. In diezelfde periode werd bij Spitsbergen een IJslandse trawler door de Noorse kustwacht opgebracht. De vis in de wereldzeeën wordt schaars en dat leidt alom tot conflicten. In het vorige maand verschenen FAO-rapport 'State of the World Fisheries' staat dat 70 procent van de vissoorten wordt overbevist. Vooral grote visserslanden als Spanje en Japan komen hun internationale verantwoordelijkheden niet na. Sinds 1950 is de visvangst in de wereld verviervoudigd. Jaarlijks wordt nu 100 miljoen ton vis uit zee opgediept, waarvan 72 miljoen aan land wordt gebracht. De overige 28 miljoen ton wordt meteen weer als economisch oninteressant overboord gekieperd, maar overleeft dat meestal niet. Een kabeljauw bijvoorbeeld bezit een zwemblaas. Til je hem uit het water, dan knapt de zwemblaas en sterft de vis. Extreem verspillend is de tropische garnalenvisserij, die voor elke kilo garnalen tot 20 kilo vis dood overboord zet. Van de 14 belangrijkste visgronden in de wereld zijn er 13 over het hoogtepunt van hun produktie heen. De enige uitzondering is de Indische Oceaan - daarover zijn te weinig gegevens beschikbaar. Vooral de Noordzee en de Middellandse Zee zijn als visgronden sterk achteruit gegaan. Datzelfde geldt voor het hart van de Oostzee, voor het noordoosten en noordwesten van de Atlantische Oceaan (waar Canada en Spanje elkaar nu in de haren zitten), voor de Zwarte Zee en grote delen van de Stille Oceaan. Op het continentaal plat voor de Westafrikaanse kust is de toestand ronduit rampzalig. Hier leveren Spaanse lijnvissers slag met Franse en Britse drijfnetvissers en intussen halen trawlers uit Oost-Europa de zee leeg. Aan de overkant van de oceaan, voor de kust van Brazilië, is de overbevissing al even dramatisch. De kustwateren rond Japan zijn nagenoeg leeggevist, waarbij ook Russen, Koreanen en Chinezen actief zijn. Van 18 commerciële vissoorten is de vangst scherp gedaald (met 30 miljoen ton). Aantrekkelijke soorten consumptievis als kabeljauw, haring, heilbot en schelvis zijn schaars geworden. Zo is bij Newfoundland de arctische kabeljauwstand nog maar vijf procent van die van 1990, de vangst werd in 1990 door Canada gesloten. Een andere soort die enorm wordt overbevist is de blauwvintonijn. Van de populatie die bij Mexico paait is sinds 1975 90 procent verdwenen, van de populatie die in de Middellandse Zee paait 50 procent. Wereldwijd zit de groei nu vooral nog in de kleinere vissoorten. De lodde wordt nu door IJslandse vissers met honderdduizenden tonnen per jaar tot vismeel verwerkt en zelfs als brandstof gebruikt, maar diezelfde lodde dient in de natuur ook als voedsel voor de kabeljauw. Zo wordt systematisch een hele voedselketen verwoest, met verstrekkende gevolgen. Er duiken berichten op over zeevogelkolonies die verhongeren, en twee jaar geleden verscheen in de Noordzee een hele invasie van zeehonden uit het hoge noorden. In de Noordzee verdrinken jaarlijks duizenden bruinvissen in Deense vissersnetten. Vermoedelijk was de overbevissing van de Noordzee ook ongunstig voor de zeezoogdierenstand. Intussen maken kilometers lange drijfnetten miljoenen slachtoffers onder zeevogels en zeeschildpadden, dolfijnen, haaien en niet-commerciële vissoorten. Door de VN zijn deze drijfnetten in 1992 verboden, al laat de controle daarop nog te wensen over.