Oude geluiden voor een nieuw decor

In de marketing heet het 'smoel geven'. In de politiek wordt het profileren genoemd. Hoe het ook heet, eenmaal beland in het stadium dat dit soort termen worden gebezigd, is het cosmetica-tijd. Dat politici momenteel de verfdoos driftig hanteren, kan nauwelijks iemand zijn ontgaan. Alsof er volgende week verkiezingen zijn, zo aanwezig zijn ze opeens, de verliezers van vorige maand. Ed van Thijn zei het al jaren geleden: we schrikken altijd achteraf. Toegegeven, niet alleen de uitslag van de Statenverkiezingen heeft met de toegenomen politieke activiteit te maken, maar ook de tijd van het jaar.

De 'i' van kaderbrief is in de maand, en dat zorgt op het Binnenhof altijd weer voor grote opwinding. Ideetjes, plannetjes, suggesties, wie iets in de begroting voor 1996 geregeld wil hebben, moet nu roepen en bij voorkeur hardop. Vandaar de inmiddels vertrouwd klinkende boodschappenlijst vanuit Den Haag. Koppeling, lastenverlichting, extra geld voor onderwijs, extra cellen, extra agenten, extra enzovoort. Elke sector zijn eigen wens. Tot ver in augustus, als de begrotingsbesprekingen in het kabinet pas echt worden afgerond, zal het openbare loven en bieden doorgaan.

Arme minister Zalm van financiën. Hij had het zich vorig jaar bij zijn aantreden nog wel zo goed voorgenomen. Een stabiel begrotingsbeleid moest er komen. Breken zou hij met het mechanisme waarbij op elke economische verandering panisch vanuit Den Haag wordt gereageerd. “De economische ontwikkeling in binnen- en buitenland is omgeven met vele onzekerheden en tijdelijke fluctuaties die niet telkens weer mogen leiden tot beleidsbijstellingen en de daardoor veroorzaakte budgettaire, bestuurlijke en economische onrust”, aldus Zalm in zijn eerste Miljoenennota.

Hulde, riep iedereen. 'Paars' zou het ook hier anders gaan doen. Maar ja, probeer de visclub maar eens te verbieden om te gaan vissen. Kortom, hoewel het werkelijke, want finale, gevecht pas over vier maanden in de ministerraad gevoerd zal worden, heeft een ieder zich nu reeds in het spreekwoordelijke schuttersputje ingegraven. Zodoende is het kakelen over de besteding van meevallende tegenvallers dan wel tegenvallende meevallers in volle gang. Opdat de kiezer weet dat voor zijn belangen wordt gestreden! Politiek is zeker in Nederland nu eenmaal een centenkwestie.

Profileringsdrift en de slag om de begroting ontmoeten elkaar bij het debat over de lastenverlichting. Een dispuut dat de benaming 'debat' eigenlijk nauwelijks verdient. Want niet de vraag òf er lastenverlichting voor werkgevers moet komen is aan de orde - toch geen krankzinnige met sociaal-democraten in de regering -, maar slechts de vraag hoe de voor dat doel resterende 4,5 miljard gulden het beste over het bedrijfsleven kan worden verdeeld. Anders gezegd: goed gedineerd wordt er, daar is iedereen het over eens, alleen de wijnkeuze staat nog open.

De PvdA stelt dat de miljarden het best gebruikt kunnen worden om werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt goedkoper te maken, VVD en D66 daarbij gesteund door de grote werkgevers bepleiten een lastenverlichting over de hele linie. Vooral de woordkeuze van de deelnemers in het debat is een interessante. De VVD verwijt PvdA-minister Melkert van sociale zaken, die voorstander is van gerichte lastenverlichting, “statisch denken”. VNO-voorzitter Rinnooy Kan zag zelfs een “wezenlijke richtingenstrijd”, waarbij minister Melkert “wegdrijft” van het regeerakkoord.

Het waren grote woorden van een belangenbehartiger die zijn leden van groot tot klein onder ogen moet durven komen. In dat geval kies je voor een oplossing waarbij iedereen aan zijn trekken komt, dus lastenverlichting voor het hele bedrijfsleven. Als lid van de Sociaal-Economische Raad nam dezelfde Rinnooy Kan vorig jaar in een advies over het tot 1998 te voeren beleid een veel gematigder standpunt in. Het advies, dat afgelopen zomer een belangrijke rol speelde tijdens de kabinetsformatie, wijdde vele bezorgde zinnen aan de situatie op de arbeidsmarkt. “Het participatieprobleem is vooral geconcentreerd aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Hierop zal de beleidsinspanning in de komende jaren dan ook primair gericht moeten zijn”, aldus het analyserende eerste hoofdstuk.

Tegen de achtergrond van Rinnooy Kans huidige felle verzet tegen gerichte lastenverlichting zijn de door hem onderschreven aanbevelingen in het SER-rapport nog interessanter. Nadat nogmaals is opgemerkt dat “alles op alles gezet moet worden voor werkgelegenheid aan de onderkant”, staat er: “In dat kader is het van groot belang dat ook het budgettaire beleid prioritair wordt ingezet voor extra werkgelegenheid, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt”. Tot 1998 zou er volgens de SER een bedrag van 15 miljard moeten worden besteed aan lastenverlichting om de zogeheten wig, (het verschil tussen loonkosten voor de werkgever en het netto-loon dat een werknemer ontvangt) te verkleinen. “Genoemd bedrag voor wigverkleining ware in het licht van de actuele problematiek primair te besteden aan de onderkant van de arbeidsmarkt”, aldus de SER, inclusief het lid Rinnooy Kan. Kortom, wie drijft er nu eigenlijk weg?

Dat in het regeerakkoord een generieke lastenverlichting wordt beloofd, zoals de VVD en de werkgeversorganisaties stellen, is een kwestie van selectief lezen. Er wordt slechts gesproken over een “voorkeur” die nog nader moet worden onderzocht. Of zoals in de enkele weken na het regeerakkoord verschenen Miljoenennota van minister Zalm staat: “De vormgeving van lastenverlichtende maatregelen wordt eveneens van jaar op jaar afgewogen rond inzichten over de ontwikkeling van de rijksbegroting, de werkgelegenheid en inkomensverhoudingen.”

Het welles-nietesspel van de afgelopen weken over de vormgeving van de lastenverlichting legt een veel groter probleem bloot. Er is niet zozeer sprake van een richtingenstrijd, als wel van onvermogen om creatief te werk te gaan. Zou het verfrissende van 'paars' niet zijn dat deze ongebruikelijke combinatie lang slepende problemen nu eens niet via platgetreden paden zou bestrijden? De oude instincten, die thans bovenkomen bij de discussie over de lastenverlichting, tonen aan hoe moeilijk dat voornemen in de praktijk te verwezenlijken is.

Komen ze eruit? Natuurlijk komen ze er uit. Eind augustus, zal mede met behulp van de jongste computer-uitdraai van het Centraal Planbureau ongetwijfeld een prachtige formule worden gevonden waarmee iedereen nog net kan leven. Een compromis dus. Ofwel een oplossing die per definitie ten koste gaat van de zo gewenste onorthodoxe aanpak. Met 'paars' is het decor dan wel veranderd, het spel van sommige spelers doet zo nu en dan nog hopeloos ouderwets aan.