Nestvlieders

Kuikens van weidevogels zijn nestvlieders. Vanaf hun geboorte rennen ze vrolijk rond. Daarbij kunnen ze flink afkoelen.

Normaal zijn vogels circa 40 graden. Kuikens van weidevogels kunnen makkelijk vijf, zes graden minder zijn. Kuikens van tureluurs rennen nog vrolijk rond bij een lichaamstemperatuur van 27 graden. Het enige is dat ze van tijd tot tijd onder een ouder moeten kruipen om op te warmen.

Gruttokuikens groeien snel. Na één week regelen ze zelf hun temperatuur, na drieënhalve week kunnen ze vliegen. Hier is veel eten voor nodig en dat klopt, grutto's behoren tot de steltlopers en die broeden eigenlijk in de toendra, waar het wemelt van het voedsel.

Kievitskuikens groeien langzaam. Na drie weken hebben ze nog steeds ouders nodig om warm te worden. Pas na vijf weken kunnen ze vliegen. Ze zijn langer kwetsbaar, maar daar staat tegenover dat ze minder eten behoeven. En dat klop ook: kieviten behoren tot de plevieren, vogels van de dorre steppe.

Zo lopen toendra en steppe door elkaar heen in onze weidegebieden.

Albert Beintema is iemand die verstand heeft van deze dingen. Hij heeft een pakkend boek geschreven over mens en dier op Antarctica (In de voetsporen van Shackleton). Want, legt hij uit, met een beetje goede wil is het maar een kleine stap van de warmteregulatie bij weidevogelkuikens naar de warmteregulatie van pinguïnkuikens.