Milieudebat wil 'lamlendigheid' bestrijden

UTRECHT, 6 APRIL. “Personenauto's moeten worden voorzien van een snelheidsbegrenzer, zodat ze niet harder kunnen dan 90 kilometer per uur. Dit spaart energie, beperkt de uitstoot van CO, vermindert het aantal files en maakt lichtere auto's aantrekkelijk.”

Zo luidt een van de opvallendste stellingen voor de openbare of 'nationale' duurzaamheidsdebatten, die volgende week gedurende vier avonden worden gehouden in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. Drie ministers nemen er aan deel: De Boer (milieubeheer), Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid).

Organiserende instelling is, net als vorig jaar, het Platform voor Duurzame Ontwikkeling, dat eind 1992 werd opgericht als overkoepeling van ruim vijftig maatschappelijke organisaties. “Het bijzondere aan de debatten”, zegt directeur K. Waagmeester, “is dat niet de politici worden ondervraagd, maar dat zij zelf de interviewers zijn. Dit zorgt voor een hoog informatief gehalte en spannende discussies.” Zo gaat minister Melkert met deskundigen en publiek de confrontatie aan over de vraag of werkgelegenheid en duurzaamheid elkaars bondgenoten dan wel vijanden zijn.

Het begrip 'duurzaam' staat voor een milieu- en energiebeleid waarbij “in de behoeften van vandaag wordt voorzien, zonder daarbij het vermogen van toekomstige generaties om in hún behoeften te voorzien, in gevaar te brengen”. De definitie stamt uit het in 1987 uitgebrachte VN-rapport Our Common Future. Vrij vertaald: we mogen natuurlijke hulpbronnen wel gebruiken, maar niet vérbruiken of misbruiken. Waagmeester voegt er zijn versie van duurzaamheid aan toe: “Milieu, grondstoffen en energie zijn voorwaarden voor ons bestaan. Ze moeten worden gedeeld met generatiegenoten op de hele wereld en ongeschonden worden doorgegeven aan volgende generaties.”

Fossiele brandstoffen als steenkool, olie en aardgas raken niet alleen op, ze dragen ook in hoge mate bij aan de vervuiling van de atmosfeer, wat weer invloed heeft op het klimaat.

De Platform-directeur is daarom vurig voorstander van duurzame energiebronnen, waaronder zonne-energie. “Technisch gezien zijn die bronnen ruimschoots te benutten. Dat het onvoldoende gebeurt, is pure lamlendigheid. Zoals we destijds vastbesloten waren naar de maan te gaan, zo moet het technologisch onderzoek zich nu richten op de vraag: hoe valt er energie te besparen en hoe kunnen we duurzame energie in praktijk brengen?” En dat alles volgens Waagmeester met behoud van welvaart. “Ons welvaartsbegrip is in de loop der jaren erg materieel ingevuld. Ik hecht aan de oorsponkelijke betekenis van het woord, waarbij het gaat om menselijk geluk, gezondheid, vrije tijd, onderwijs, een gezonde leefomgeving en de natuur binnen bereik.”

Dezelfde toon klinkt door in zijn bijdrage aan Ontstolen Welvaart, een bundel artikelen die volgende week als jaarboek van het Platform verschijnt: “Zo kan het niet langer, we staan voor de noodzaak van een complete cultuuromslag.” Maar zullen de materiële genoegens niet sterker blijken dan de leer van duurzaamheid?

Waagmeester: “Nee, want duurzaamheid is onontkoombaar. Hoe meer problemen we krijgen met vervuiling, uitputting van grondstoffen en, in Nederland, ruimtegebrek, des te groter de noodzaak duurzaamheid als kompas te hanteren. Op termijn wordt het zelfs een kwestie van lijfsbehoud. Duurzaamheid is het concept van de toekomst. Wie dit begrip in het bedrijfsleven vorm geeft, heeft een succesformule te pakken. En ik zie al tekenen dat men ermee begint.”

Minder waardering heeft hij voor de rijksoverheid: “De regering is veel te twijfelachtig, zie bijvoorbeeld de uitbreiding van Schiphol, waar de CO-discussie niet eens is gevoerd. De regering moet kenbaar maken dat het ernst is en duidelijke lijnen aangeven naar een duurzame samenleving, maar dat gebeurt niet. De terughoudendheid waarvan ze blijk geeft, is dodelijk.”

Dat is voor minister De Boer een schot voor de boeg. Zij opent maandag het eerste debat dat gaat over de verantwoordelijkheid van consument en producent voor een duurzame samenleving. Een van de stellingen: “Als tien procent van de huishoudens duurzame produkten (bijvoorbeeld biologisch geteelde groenten) en diensten vraagt, verandert dat het aanbod en brengt dat een omslag in de economische produktie teweeg.” Of omgekeerd: “Uiteindelijk laat de consument zich alleen leiden door de prijs van het produkt. Invoering van een ecotax is dus noodzakelijk.”

Geen officiële stelling, maar wel een aardige bijdrage aan het debat is wat M. Zijlmans in Ontstolen Welvaart schrijft: “De glasbak is een monument van milieuverdwazing. Volstrekt intacte flessen en potten worden erin gemikt, aan gruzelementen geslagen en naar de oven gevoerd, alleen om uit de resten weer net zulke flessen en potten te maken. De heren van de betrokken industrie zouden vreemd opkijken als de dames van hun huishouding na de maaltijd hetzelfde deden met hun servies.”