Managers-van-alles

Een opleiding voor het beroep dat ze uitoefenen hebben ze nooit gehad: conciërge word je in de praktijk. Met een gezonde mix van technische en sociale handigheid kwam je tot nu toe een heel eind. Liefde voor de opgroeiende jeugd gold als een extra aanbeveling.

De 25 conciërges - 23 mannen en twee vrouwen - die in het conferentiezaaltje in Zwolle bijeen zijn, hebben dan ook heel verschillende achtergronden. De een is SRV-man geweest, de ander pianostemmer, een derde was bosbouwer en een vierde koster. De meesten draaien inmiddels al heel wat jaartjes als 'duizendpoot' mee in het onderwijs. Ze repareren een w.c.-bril, administreren de absenten, onderhouden de tuin, staan leveranciers te woord, vangen leerlingen op die uit de les gestuurd zijn, nemen de telefoon aan, controleren de schoonmakers en kopiëren zich een ongeluk. De conciërge is er 's morgens als eerste en gaat 's middags als laatste weg. In de tussentijd is hij voor iedereen aanspreekbaar. 'Alleen de pauzes staan vast', zegt J. Ruitenberg van de Christelijke scholengemeenschap Buys Ballot in Hattem om aan te geven dat er in het werk van een conciërge weinig te plannen valt.

Nu iedereen binnen het onderwijs op cursus is geweest, mogen eindelijk ook de conciërges eens een dag reflecteren op de veranderingen in hun dagelijkse werk. 'Ze zitten aan het eind van de lijn als het om opleiding en trainingen gaat', constateert Sibo Arbeek, cursusleider van het Informatie & Adviescentrum Schoolaccomodaties. 'En dat, hoewel juist deze groep de laatste tijd met ingrijpende veranderingen in hun taken en verantwoordelijkheden wordt geconfronteerd.' Toen Arbeek twee jaar geleden met de cursussen voor conciërges begon, heerste er nog een stemming van 'het zal onze tijd wel duren', maar de fusiegolf die het onderwijs sindsdien in zijn greep houdt, laat geen functie meer onberoerd. Ook die van conciërge niet, zo blijkt op deze cursusdag. Tachtig procent van de aanwezigen zit in een fusieproces of heeft net een fusie achter de rug. Nog maar één conciërge vertelt dat hij op een kleine categorale mavo-school werkt waar hij alle vierhonderd leerlingen persoonlijk kent.

Arbeek voorspelt zijn cursisten dat de kleine conciërge die spreekt van 'ik en de directeur' binnenkort tot het verleden behoort. Zo goed als de directeur van de school tegenwoordig manager heet, moeten ook de conciërges wennen aan de nieuwe naam 'facilitair medewerker'. Door de schaalvergroting zullen ze op verschillende locaties worden ingezet en het werken in teamverband lijkt onontkoombaar, zo schetst Arbeek met brede armgebaren hun toekomstperspectief.

'Wanneer komt er eindelijk eens rust?', verzucht een conciërge, die zijn werk er door 'al dat gerommel' niet bepaald leuker op vindt worden. Instemmend geroezemoes maakt duidelijk dat hij niet de enige is die er zo over denkt. Maar hoofdconciërge Okko Veling van het Groningse Wessel Gansfort College reageert verbaasd: 'Er zal nooit rust komen', zegt hij. 'Reken er maar op dat het onderwijs blijft veranderen. Ik vind het juist een uitdaging om dat mee te maken.'

Voordat de onvrede om zich heen kan grijpen, werpt de cursusleider vier 'afspraken' in het midden: we werken voor de klant, we communiceren over onze weerstanden, we zijn elkaars adviseurs en kijken niet om naar gisteren. 'Vanaf vandaag werken we aan de organisatie van morgen', zo klinkt het fier. De conciërges kijken wat onwennig om zich heen, maar de boodschap is duidelijk: de moderne tijd vraagt ook van hen een bedrijfsmatige aanpak. 'Wij zijn eigenlijk kleine managers', wordt al snel geconcludeerd als de taken van de conciërge op het bord zijn geïnventariseerd. In korte rollenspellen oefenen ze hoe je onderhandelt met de directeur, wat je doet met een opdringerige vertegenwoordiger van graffiti-reiniger en op welke manier je een weerbarstige leerling tegemoet treedt.

Conciërges mogen dan kleine managers worden, er dreigt één groot gevaar: als de afstand tussen conciërge en leerling te groot wordt, kan het toezicht binnen de school in de knel te komen. Agressie en vandalisme zullen op zo'n moment onherroepelijk toenemen, zo vrezen de conciërges eensgezind: 'Als je niet oplet worden de w.c.-potten uit de vloer getrokken.'

Een conciërge is iemand die de regels van de school bewaakt en dat moet hij volgens de cursisten blijven. Ook al zijn leerlingen 'klanten' geworden. Dat vindt ook mevrouw A. Dalsem, conciërge op het Almere College in Kampen: 'Je bent de hele dag bezig met opvoeden. Als je vraagt of ze hun voeten van tafel willen halen of hun rotzooi achter zich willen opruimen. Bij de wisseling van de lessen loop ik altijd door de gangen om toezicht te houden.'

Een conciërge moet van vele markten thuis zijn, maar er zijn grenzen, zo houdt cursusleider Arbeek zijn gehoor de hele dag voor. 'Jullie hebben de neiging om alle verantwoordelijkheid op je schouders te laden. Leer ook eens nee zeggen en vraag je af of alles wat op je afkomt wel jouw probleem is.' Wat doe je wanneer leerlingen op vrijdagmiddag voor straf moeten terugkomen, maar de docenten die de straf uitdelen zelf inmiddels vertrokken zijn? Laat J. Ruiterberg van de Hattemse Buys Ballotscholengemeenschap zich die Zwarte Piet toespelen? 'Oh nee', roept de voormalige bomenzager vrolijk uit. 'Ik speel op zo'n moment voor Sinterklaas. Ik zeg tegen die kinderen: jullie hebben mazzel, ga maar, moven!' Als een docent op vrijdagmiddag straf uitdeelt moet hij er ook zelf bij gaan zitten, vindt Ruiterberg.

En wie berispt docenten die stelselmatig hun lokaal in wanorde achterlaten, vraagt Arbeek de conciërges, niet vermoedend dat hij hiermee een heikel punt raakt dat voor veel beroering in de groep zorgt. 'Sommige docenten zijn onverbeterlijk', zegt een conciërge. Ze laten het licht en de verwarming aan, doen de ramen niet dicht, de zonwering niet omhoog, zetten de stoelen niet op de tafel en de vloer is een grote puinzooi.' Het blijken altijd dezelfde leraren te zijn en iedere conciërge kan ze op zijn school precies aanwijzen. Rode kaarten in het postvakje helpen even, evenals het publiceren van de namen van de sloddervossen in de docentenkamer. 'Ach', zegt Okko Veling van het Wessel Gansfort College, 'een docent is net een leerling. Soms zelfs nog erger.'