Machtsovername omroep deert politici niet

De politiek is haar greep op het omroepbestel volledig kwijtgeraakt, aldus J. Verhoeve. De oude omroepen zullen de commerciële machtsovername niet kunnen stuiten. Hoe zij ook fuseren, het verlies aan reclame-inkomsten zal zó groot zijn, dat voor twee 'publieke' netten onvoldoende geld overblijft.

Nu voor het omroepbestel de 'Last Post' is geblazen door de 'mega-deal' van RTL, Veronica, Endemol en VNU komen de post mortems. Bijvoorbeeld die van A. Kleijwegt, oud-VPRO-directeur. Deze rost, voor Hilversum fijnzinnig, zijn oud Vara-collega M. Anstadt af - 'geschiedvervalsing en duimzuigerij' - maar heeft één stelling die om weerwoord vraagt.

De Nederlanders zouden na de oorlog het oude omroepbestel niet terug hebben gewild. Dit zou blijken uit een enquête van februari 1946. Welke is de waarde van die 'volkswil' als de eerste parlementaire verkiezingen van ná de oorlog pas in mei 1946 zijn gehouden? Die brachten de restauratie van de vooroorlogse politieke partijen en dus ook van hun instrumenten.

Anstadt wijt, in tegenstelling met Kleijwegt, de vercommercialisering van de omroep niet aan deze zelf maar aan de politiek. Dat heeft de schijn mee. Het bestel is een creatie van de politiek. De denaturering ervan ook. Zijn zwarte schapen zijn Rottenberg en de VVD. Maar die partij heeft nog de legitimatie gekant te zijn tegen politieke partijvorming op confessionele grondslag en dus ook tegen de instrumenten daarvan.

Toch was de VVD niet de Hercules die de 'zuilen' omwierp. Die vielen om, door vermolming van de steunberen van de daarmee gelieerde politieke partijen. Met name de confessionele partijen misten, telkens als het erop aan kwam te kiezen tussen God en de Mammon, niet de moed van de overtuiging maar de overtuiging zelve. Behalve Beinema, oud-AR-man.

Hoe verdeeld hun huis was bleek al bij de Nota inzake Reclametelevisie (februari, 1961), ingediend door CHU-bewindsman Scholten van onderwijs, kunsten en wetenschappen en de KVP'er Veldkamp van economische zaken. Onder verantwoording van Scholten viel de aanvechtbare stelling, dat de vrijheid van meningsuiting inhield, dat een (nieuw) tweede tv-net aan de commercie moest toevallen.

Het bleek ook bij de volgende KVP-minister Bot, die voor de pers aantrad met de woorden: de zuilen moeten op de knieën. Hij kreeg zijn nota die tv-reclame invoerde maar voor de 'zuilen' niet door het kabinet dat daarop uiteenviel.

Het verdeelde huis bleek ook bij de behandeling van de Omroepwet in 1967. Niet Haya van Someren was de zwaarste opponent, al was het her finest hour, evenmin 'boerenkeesje' Berkhouwer van de VVD, maar KVP'er Van Rijckevorsel die met andere confessionelen tegen de artikelen 22 en 23 van de wet stemden.

Het bleek andermaal bij de toelating van Veronica, door de buitensporige hoeveelheid en aard van haar amusementsprogramma's de latere vlieg in de zalf van het bestel. Die toelating, afgewezen door de minister wegens niet voldoen aan art. 13 van de wet, maar afgedwongen door de Raad van State waarin Van Rijckevorsel zitting had.

Peil trekken op het confessionele standpunt over de omroep bleef koffiedik kijken. Toen buitenlandse commerciële satellietzenders niet meer bleken tegen te houden ondanks minister Brinkmans vingertje in de dijk, leek het Regeerakkoord van het tweede kabinet-Lubbers in 1986 duidelijk. Dat voorzag - kort gezegd - in de exploitatie van een commercieel tv-net door 2 of 3 omroepen tezamen met persorganen. Toen er na ruim een jaar een deal lag speelde Brinkman de bal zo lang rond, dat Tros en Veronica er de brui aan gaven en afhaakten. Was Brinkman op dit terrein toen al teruggefloten? Hij verklaarde althans in een interview “dat de politiek hem niet voldoende ruimte had gegeven” - wat overigens op een nieuwe visie op de ministeriële verantwoordelijkheid wijst - “maar dat we ons een hoop ellende hadden kunnen besparen door het Regeerakkoord op dit stuk wel uit te voeren”.

Die ellende is er nu. De nieuwe combinatie zal zoveel reclame-inkomsten wegzuigen dat drie netten voor de binnenlandse omroep niet meer betaalbaar zullen zijn. Geersing van de NOS wees daar al op. Hoe ook de Omroepen fuseren - met uiteraard verlies aan identiteit - het verlies aan reclame zal zelfs op korte termijn zó groot zijn, dat er voor twee volwaardige netten voor het publieke bestel onvoldoende geld is.

Zolang het publiek in de waan wordt gelaten, dat commerciële tv voor niets draait, zal de overheid, die altijd de makkelijkst lijkende weg kiest, de omroepbijdrage, de laagste in Europa, niet durven verhogen.

De komst van Tros, Veronica, RTL 4 en RTL 5 heeft ook hier geleerd: Bad money drives out good money (Wet van Gresham). Money, dat wil hier zeggen amusement, liefst zoveel mogelijk met sex en geweld, trekt de meeste kijkers, dus de meeste reclame, dus het meeste geld. Sympathieke pleidooien als van Jan Schoonenboom ('Met meer kwaliteit een dam tegen de commercie!') hebben dan ook helaas een hoog Zondagsschoolgehalte en te weinig kijk op financiën.

Overigens kwaliteit voor wie? Voor de culturele en intellectuele happy few? Die wil al lang toe naar één nationaal cultureel net. Een soort uitvergrote VPRO. De rest mag het vulgus profanum houden. Minister d'Ancona wees er al op, dat geen 5 procent naar zo'n net zal kijken. Wat moet de legitimatie zijn voor de besteding van zo'n 500 miljoen gulden aan een dergelijk net als die happy few al 350 miljoen subsidie aan de podiumkunsten cadeau krijgt, waarvan zij bij uitstek de groot-gebruiker is.

Alle belanghebbenden bij de omroep zullen de nieuwe situatie evalueren. De politiek uit het oogpunt van nut en offer voor het bedrijven daarvan. Terecht: daar is ze voor. Ten tweede om de kosten. Ten laatste om de cultuur. Indien al. De politici zullen ervaren dat zij een machtig politiek en cultureel beïnvloedingsmedium uit hun handen hebben laten glijden door 35 jaar vast te houden aan dezelfde argumenten voor hetzelfde standpunt.

Men kan zich wat de omroep betreft weer in 1961 of 1967 wanen. Het is die politieke deadlock die vele opvolgende ministers tot een low profile dwong, tot halfhartige handhaving van de Omroepwet, en tot angst voor weer een crisis over de omroep. Ook tot het laten liggen van het beste en volledigste dat ooit in Nederland over de omroep is geschreven, namelijk het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1982).

In een tijd waarin de kranten slechter gelezen worden en de onverschilligheid van de burger voor de politiek in het algemeen - 'ze doen maar!' - steeds groter, heeft een Nederlandse omroep die voor 90 procent commercieel is geen boodschap aan de politiek. Alleen amusement levert veel geld op. En wat is de amusementswaarde van de politiek en politici? De politiek zal dan ook geen greep meer op de omroep hebben.

En dat ene nationale culturele net dan? Als zodanig wordt de fusie van VARA, NPS en VPRO op Nederland 3 gezien en gepousseerd. Dat zal evenals de openbare school politiek linksgericht zijn. Onverdeeld naar de openbare school gold alleen in de Cals-tijd. Zoals de confessionele (bijzondere) scholen inmiddels algemener zijn geworden door ook niet-huisgenoten des geloofs hartelijk welkom te heten. Uit zelfbehoud. In die zin zal er geen ontzuiling van dat overblijvende deel van het bestel zijn, al is die linkse predispositie bij die drie genoemde omroepen uiteraard aanwezig. Er zijn er overigens genoeg die de NOS al voldoende links achten. De countervailing power die nu nog bij de andere omroepen aanwezig is zal in dat scenario verdwenen zijn.

En de Nederlandse pers, die over het algemeen in 35 jaar negatief over het omroepbestel heeft geschreven? Hoe zal die de ontwikkeling evalueren? Wellicht zal die ervaren, dat bij een bestel, voor 90 commercieel, nog meer reclame-inkomsten aan die moloch ten offer zal vallen. Die moloch zal niet bijdragen aan het Bedrijfsfonds voor de pers.

De slotscene zal zijn, dat de andere omroepen zullen doorgaan zich te denatureren in hun programma's om nog zoveel mogelijk reclame-inkomsten te vangen, daartoe reeds gedwongen door 's ministers eis van 50 procent marktaandeel. Vertrouwend op hun vijf miljoen leden en op de politiek, die de concessietermijn al halveerde, bleken zij onvoldoende power te hebben om de commerciële machtsovername te stuiten. Zij zullen troost moeten putten uit het gezegde: God behoede ons voor onze vrienden. En voor de politici geldt: Wij stonden erbij en keken ernaar.