Leesblindheid mogelijk neurobiologische afwijking

2,3 miljoen Amerikaanse schoolkinderen hebben moeite met leren, en elk jaar komen er 120.000 bij. Het begeleiden van zo'n leerling met leerstoornissen kost de school jaarlijks zo'n 8000 dollar (tegen $ 5500 voor een gewone leerling) en de totale 'schade' loopt in de miljarden. Wat nu precies onder leerstoornissen moet worden verstaan is vatbaar voor discussie, een eensluidende psychologische test ontbreekt. Als de lees- of rekenprestaties van een kind duidelijk achterblijven vergeleken met datgene wat men op grond van zijn of haar IQ-test zou mogen verwachten, wordt al gauw het etiketje 'leerstoornis' opgeplakt. Een leerstoornis hoeft dus lang niet altijd hand in hand te gaan met een lage intelligentie. Ondanks allerlei speciale onderwijsprogramma's, waaronder intensieve leercursussen met de nadruk op het herkennen van de betekenis van woorden uit de context, haalt toch maar 61 procent van de doelgroep het eindexamen middelbare school.

Na 10 jaar leerstoornissenonderzoek à raison van 30 miljoen dollar claimt psycholoog Reid Lyon van het National Institute of Child Health and Human Development in Science (31 maart) dat er nu het begin van een antwoord is gevonden op de vraag wat de achterliggende oorzaken zijn. Aspecten zoals 'klankbewustzijn' en het vermogen om woorden te ontleden in individuele klankeenheden zouden tot op neurologisch en zelfs moleculair-genetisch niveau te herleiden zijn.

Onderzoek naar de activiteit van hersencellen met geavanceerde technieken als beeldvorming met kernspinresonantie (magnetic resonance imaging, MRI) en Positron Emissie Tomografie (PET) heeft aangetoond, dat bij zwakke lezers subtiele afwijkingen optreden in de anatomische structuren en activiteitsniveaus van een deel van de tussenhersenen, (thalamus), die zich bezighouden met klankprocessen. Slechte leestests zouden vaak samengaan met een lage activiteit van de linkerthalamus. Deze afwijking zou zich voordoen bij zo'n 10 tot 20 procent van de onderzochte schoolkinderen. Daarom, zeggen Lyon en collega-psychologen, zouden de huidige breed opgezette stimuleringsprogramma's op school beter vervangen kunnen worden door zeer gestructureerde, expliciete, intensieve instructie in fonologische regels en hun toepassing in druk. Maar volgens sceptici is het verband tussen aantoonbare hersenafwijkingen en gedragsafwijkingen nog maar heel vaag. Als verwijstest heb je in elk geval niets aan dit hersenonderzoek en je kunt er ook geen nieuwe onderwijsmethoden op baseren.

Tachtig procent van de leerlingen met leerstoornissen lijdt aan leesblindheid (dyslexie), andere kinderen hebben moeite met het verband tussen geschreven letters en de bijbehorende woordklanken of fonemen. Weer een andere afwijking is dyscalculia of 'rekenblindheid', waarbij het kind moeite heeft om getallen te benoemen en te vergelijken en niet goed kan hoofdrekenen. Vaak gaat rekenblindheid samen met met leesblindheid. Frappant is dat zulke kinderen vaak verder niks mankeert, dat ze geen gezichts- of gehoorproblemen hebben, niet emotioneel gestoord zijn of achterlijk. Wèl lijdt ongeveer een kwart van de kinderen met leerstoornissen aan hyperactiviteit en concentratiestoornis, hetgeen als een afzonderlijk medisch probleem wordt onderkend.

De discussie over al dan niet aantoonbare neurologische afwijkingen als biologische oorzaak achter dyslexie zoals die nu in de VS woedt is zwaar ideologisch beladen, want daarmee zouden sociaal-economische factoren (gezin, omgeving enzovoort) naar de achtergrond verdwijnen. Cynici zouden de onderzoeksresultaten kunnen aangrijpen om maar eens flink op de extra onderwijsprogramma's te bezuinigen.