Jenever à la V.O.C.

De Weesper Borrel v.o.f., Groote Plein 2, 1381 BE Weesp. Inl 02940-16247 (tevens fax).

Projectbureau C.H.T., Strawinskylaan 519, 1077 XX Amsterdam.

Tussen de jeneverstokerijen in Amsterdam en omgeving - zoals Weesp - en de Verenigde Oostindische Compagnie ontstond in de bloeitijd van Nederlands hegemonie op zee een sterke band, al was het alleen maar omdat het gedistilleerd de scheepsjongens troost bood en ook in warme streken niet bedierf. De V.O.C. werd in 1798 ontbonden en Schiedam nam langzaam maar zeker de plaats van Weesp in waar het de jeneverstokerij betreft.

De laatste tijd mag de V.O.C. zich in een toenemende belangstelling verheugen en ook de Weesperborrel laat weer van zich horen. Een jaar nadat een replica van het V.O.C.-schip 'Amsterdam' in de hoofdstad werd verankerd, vond een journalist in het gemeente-archief van Weesp een authentiek achttiende eeuws jeneverrecept. Een groep Weespers stapte vervolgens naar de firma Dirkzwager in Schiedam met het verzoek op dit recept een jenever te stoken. Helemaal precies lukte dat natuurlijk niet - smaken veranderen in de loop der tijden, evenals wettelijke voorschriften, terwijl sommige ingrediënten domweg niet meer te achterhalen zijn. Maar sinds augustus verleden jaar is er dan toch een Weesperkruik V.O.C.-jenever op de markt. Een donkerbruine stenen kruik van 0,7 liter, die genummerd wordt geleverd met kurk en capsule.

Vanaf deze week zal er op de flessen nog een etiketje prijken, van het projectbureau C.H.T. in Amsterdam. C.H.T. betekent cultuurhistorisch toerisme, een opkomende tak van het toerisme die poogt het in het Nederlandse erfgoed (geschiedenis en cultuur) geïnteresseerde publiek, ook buitenlanders, het huis uìt te krijgen en de musea en nabijgelegen horeca en winkelgebieden ìn. Op het bewuste etiketje wordt een vanaf 1996 'bewust gestuurde rage' aangekondigd: de herleving van het V.O.C.-verhaal in Texel, Enkhuizen, Hoorn, Amsterdam, Delft, Rotterdam, Middelburg en Vlissingen. Plaatsen waar de V.O.C. haar sporen heeft achtergelaten en waar musea en open monumenten zijn die een constante en grote toevloed van bezoekers goed kunnen gebruiken.

Drs. G. Schreuder is de instigator van het V.O.C.project. Twee jaar geleden werd hij door de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken benaderd met de vraag te onderzoeken of en hoe het cultuurhistorisch toerisme in Nederland van de grond zou kunnen komen. 'Leven tussen het water' diende zich als één thema aan, en de geschiedenis van de V.O.C. als het tweede. Een enquête wees uit dat de dagjestoerist graag goed gedocumenteerde stadswandelingen maakt, en directies van musea en monumenten bleken enthousiast voor de mogelijkheid om zonder peperdure mega-tentoonstellingen het door hun beheerde erfgoed - waaronder dat van de V.O.C. - onder de aandacht van het publiek te brengen. Schreuder verbond het een met het ander, knoopte er nog een onderwijsprogramma aan vast, en zo zijn er inmiddels acht stadswandelingen in de maak, die - op straat en in het museum - langs al het moois en bezienswaardigs voeren dat de heren van de V.O.C. hebben nagelaten. Men kan kiezen voor een enkele wandeling, maar alle acht stadswandelingen samen maken het verhaal van de V.O.C. compleet.

“We zijn nu halverwege met de voorbereidingen”, zegt Schreuder. Dat de betrokken 'erfgoedbeheerders' in dit project samenwerken, noemt hij uniek, al zijn er natuurlijk nog tal van coördinatieproblemen. Op 27 april is er in Middelburg een derde landelijk V.O.C.-beraad waaraan kopstukken uit de ANWB, de overheid en de museumwereld deelnemen en waarin alle nog bestaande knelpunten aan de orde zullen komen.

Deelname van het bedrijfsleven, zoals nu van de Weesperborrel, juicht Schreuder toe. “Heerlijk commercieel”, zegt hij. “En toch historisch verantwoord.” Want zoveel is duidelijk: het project heeft alleen kans van slagen als dat laatste het geval is.