Japanner vreest eigen kilheid

Bijna overal ter wereld staan de oudedagsvoorzieningen onder druk en wordt in veel gevallen gewerkt aan hervormingen. Deze maanden verschijnt in deze krant een serie artikelen over de manier waarop ouderen in verschillende landen leven. Vandaag: Japan

Obaasan, oma, zoals iedereen haar noemt in de straat, woont bij haar stiefdochter in. Ze is 86. Elke dag ruimt ze haar eigen kamer op, leest de krant of kijkt televisie. Ze is nog kras. Zelf heeft ze geen kinderen van de man die ze 45 jaar geleden verloor door een hartstilstand. Of stierf door verdriet om de dood van zijn eerste vrouw - zeggen de buren. Hoe het zij, hij liet haar een dertienjarig meisje na, dat opgroeide, trouwde en twee kinderen kreeg. Allemaal (oma van 86, vader van 61, moeder van 58, zoon van 28 en dochter van 27) wonen ze in hetzelfde huis. Niemand in de straat die zich daarover verbaast. Het is in Japan gewoon.

In Japan woont meer dan de helft (60 procent) van de ouden van dagen bij de kinderen in. Vroeger was dat percentage hoger. Maar meer en meer Japanse opa's en oma's wonen apart. De kinderen, vooral in de grote steden, hebben geen zin meer voor hen te zorgen. De huizen zijn klein en hun eigen kinderen trouwen almaar later en wonen langer thuis. Een man trouwt in Japan pas op zijn 28ste, een vrouw op haar 26ste. Nergens ter wereld is dat zo laat.

Het huis waar Obaasan woont is voor Japanse begrippen riant. Het telt zes kamers van in totaal 130 vierkante meter. Het staat in Chiba, het schiereiland ten oosten van Tokio. Alleen in één provincie langs de Japanse Zee aan de westkust, waar de grondprijs relatief laag is, zijn de woningen nog iets groter. In de agglomeratie Tokio, waar 30 miljoen mensen wonen, zijn de huizen het kleinst: gemiddeld 56,6 vierkante meter.

Gezinnen slapen soms in één kamer. Vaders gaan 's morgens al heel vroeg de deur uit om in gemiddeld anderhalf uur naar hun werk te forenzen. Pas 's avonds laat komen ze thuis. Na schooltijd stampen kinderen op blokscholen hun hersens vol. Moeders die niet (parttime) werken, winkelen of treffen elkaar in koffieshops. Vrienden (lees: collega's) zoeken elkaar op in het eethuis, niet thuis. Het sociale leven in Japan speelt zich af buitenshuis. Huiselijk leven zoals in het 'gezellige' Nederland bestaat niet in Japan. Japanse huizen zijn er om te slapen.

Twee keer per jaar gaat Obaasan naar Tokio om haar familie te zien. Haar stiefdochter vergezelt haar dan. Maar de laatste keer sloeg Obaasan over. Ze zag op tegen de treinreis. Zou oma misschien bedlegerig worden? In de familie wordt bekommerd gesproken over wie dan voor Obaasan moet zorgen. Haar stiefdochter is te zwak.

In Japan krijgt een derde van de bedlegerige ouden van dagen (in totaal 700.000) en driekwart van de demente ouden van dagen (in totaal één miljoen) verzorging thuis van dochter of schoondochter. Aantallen die door de snelle 'vergrijzing' zullen oplopen tot respectievelijk 1,5 en 2,74 miljoen in 2020. En meestal zijn de dochter of schoondochter zelf al oud, zoals Obaasan's stiefdochter die 58 is.

De 'vergrijzing' van de Japanse bevolking gaat hard. Nu is bijna 13 procent (15 miljoen) van de Japanners 65 jaar of ouder. In 2020 zal dat zijn opgelopen tot het dubbele. Japanners worden het oudst van iedereen ter wereld. Daarbij daalt het geboortecijfer snel. Mensen trouwen niet of later, omdat ze voor inwoning bij de ouders vaak niets hoeven te betalen. Als ze trouwen en zelfstandig gaan wonen, betekent dat een daling van hun welvaart en daar passen ze voor. En omdat het opvoeden van kinderen almaar duurder wordt en het voor jonge ouders die werken lastig is kinderen groot te brengen, nemen steeds meer jonge echtparen geen of minder kinderen. Aan professionele kinderopvang is in Japan een schreeuwend gebrek.

In een veel korter tijdsbestek dan in het Westen voltrok zich in Japan de overgang van hoge naar lage geboorte- en sterftecijfers: (vanaf 1955) in tien jaar. In die periode kromp het huishouden met één en in de daarop volgende 25 jaar met nog eens één. Nu telt het gemiddeld maar drie leden. In Amerika en Zweden is het gemiddelde nog kleiner (resp. 2,7 en 2,1), maar wat in Japan in tien jaar gebeurde, voltrok zich in de Verenigde Staten in 60 jaar.

Het kostte Japan verder 25 jaar om van 7 op 13 procent ouden van dagen te komen, een land als Frankrijk 115 jaar. Om de Japanse bevolking op peil te houden, zouden vrouwen gemiddeld 2,1 kinderen moet hebben, nu is dat nog maar 1,5. Daarbij is er in Japan een explosieve groei van het aantal éénpersoonshuishoudens. Allemaal factoren die maken dat Japan snel 'vergrijst' en in 2020 een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder is. Het hoogste percentage van alle industrielanden.

Obaasan krijgt een piepklein pensioentje van maandelijks 30.000 yen (530 gulden). Pas in 1986 kwam er in Japan een pensioen voor iedereen. Dat is momenteel vijf keer zo hoog als dat van haar, dat wil zeggen voor de gelukkigen die vanaf 1986 staatspensioen kregen. Velen hebben daarenboven een eigen pensioen of levensverzekering of eigen spaargeld. Voor Obaasan is wonen in een tehuis voor ouden van dagen onbetaalbaar. Bovendien zijn die er nauwelijks. Zij heeft geluk dat ze in groot huis woont, zegt ze zelf.

Voor veel ouderen is het daarbij een probleem hoe aan geld te komen na hun 60ste. In bedrijven die een pensioenleeftijd kennen mag maar bij 20 procent worden doorgewerkt tot het 65ste jaar. En het staatspensioen gaat dan pas in. Veel ouderen die het financieel niet ruim hebben, houden het hoofd boven water door in de duizenden kleine winkeltjes te werken. Straatcriminaliteit bestaat vrijwel niet in Japan, de werkloosheid is laag, dus voor berovingen door jongeren met uitkeringen zoals in het 'gezellige' Nederland hoeft in Japan geen opa of oma te vrezen.

Het werk in de winkeltjes behoedt ouden van dagen voor vereenzaming. Want bij de 40 procent die niet bij de kinderen inwoont (meestal bij de oudste zoon of schoonzoon), is het contact met de familie veel schaarser dan in het Westen. In Japan is het familieleven als het ware gesocialiseerd, dat wil zeggen 'overgenomen' door het bedrijf of de school. Ondernemingen noemen zichzelf een familie. Echtparen leiden gescheiden levens. Hoewel Japanse ouderen aan het zien van de kinderen en kleinkinderen niet minder waarde hechten, bestaat in Japan nog de hardnekkige opvatting dat het oudste kind maar moet zorgen voor het contact met opa en oma.

Vijftien jaar geleden lanceerden de Japanse bureaucraten de welvaart-Japanse-stijl: zorg voor ouden van dagen door de familie. Dat zou de staat geld besparen. Een idee dat hen te meer aansprak wegens de snelle 'vergrijzing'. Maar het pakte anders uit. De affectie tussen ouder en kind verdween, de verzorging verslechterde en de medische uitgaven rezen de pan uit. Een hoogleraar vatte kortgeleden op een congres over 'vergrijzing' de afloop samen: de ouderen kunnen kiezen tussen thuis opgesloten worden tussen doodvermoeide familieleden of geplaatst in ziekenhuizen vastgeklonken aan hun bed.

Hij verwees naar een Japanse film uit 1953, waarin een oud echtpaar uit de provincie zijn kinderen in Tokio opzoekt. Het wordt hartelijk welkom geheten, maar na een paar dagen wordt het behandeld in de kleine woning als overlast. Na een week keert het echtpaar huiswaarts. Misschien door de vermoeidheid van de reis overlijdt de vrouw een paar dagen later aan een hartstilstand. Tien jaar later had de geschiedenis van de film als volgt kunnen zijn, vertelde de hoogleraar de congresgangers. Opa krijgt ook een hartaanval. Hij overleeft en moet het bed houden. Tussen de kinderen wordt getwist wie voor vader moet zorgen. Uiteindelijk wordt opa in een ziekenhuis geplaatst in een uithoek van Japan.

Verzorging van ouderen door familie onder één dak leidt tot psychische spanningen voor allen, zeggen de bureaucraten nu. In een onlangs verschenen rapport over de 'vergrijzing' verwijzen ze instemmend naar Zweden en Denemarken waar de emoties aanmerkelijk lager oplaaien door de inschakeling van externe, gespecialiseerde diensten van professionele verzorgers. Dat moest in Japan ook gebeuren. Dat het een Japanse traditie is dat jongeren voor ouderen zorgen, wordt opeens tegengesproken. Obaasan lijkt nog een uitzondering. Een bureaucraat op het congres: “Ik was opgelucht dat mijn vader stierf, omdat ik het niet kon aanzien hoe mijn moeder dun van vermoeidheid werd door voor hem te zorgen. Ik was bang voor mijn eigen kilheid.”