Graag kaviaar in de kleedkamer

Wanneer de kokosnoot met een rietje niet in de kleedkamer van de Claw Boys Claw staat, kan de regie van Paradiso er gif op innemen dat de zanger van de Amsterdamse rockgroep verongelijkt naar boven komt stampen. “Het staat in de hospitality rider, dus zie nu zelf maar waar je een kokosnoot vandaan haalt.” De kokosnoot ontbreekt nooit op de 'hospitality-rider' (een fax met eisen die vooraf tot in de details regelt wat er aanwezig moet zijn bij een optreden) van Claw Boys Claw.

De hospitality rider van Iron Maiden, een Amerikaanse (hardrock-)band, is helemaal op het scherpst van de snede. Wanneer er geen bokaal met enkel rode en gele M&M's in de kleedkamer staat kan de organisator verder naar het optreden fluiten. De medewerkers van de zaal worden geacht eigenhandig alle groene en bruine snoepjes uit de zakjes te pulken.

Uit de fax van Jan Willem Sligting, programmeur popmuziek van Paradiso, rollen wel vaker van dit soort eisen. Hoe bizar de eisen soms ook zijn, het is volgens Sligting zaak juist aan dit soort details aandacht te besteden. “Vroeger was de kleedkamer een sluitpost. Je pleurde een krat bier neer en twintig stopverfbroodjes, en dan moest het maar goed zijn. Waarschijnlijk staan de kokosnoot en de M&M's daarom louter op de rider om te testen of we wel genoeg aandacht besteden aan aankleding en consumptie.”

Zeker bands die nog ver van de top zijn verwijderd trachten vaak hun sterstatus te ontlenen aan buitenissige verzoeken of overbodige luxe. Sligting: “Een tijdje geleden trad hier een band uit Manchester op, die echt niets te makken heeft. Toch schreef die doodleuk drie dagen Krasnapolski op de rider. Toen wij daar niet aan wilden voldoen, hebben ze het hotelverblijf betaald uit hun gage. Als arme ratten kwamen ze weer in Engeland aan. Anderen wensen kaviaar of dure Bordeaux van 180 gulden. Meestal strepen we dat door. Dat zouden we alleen kunnen doen als we stinkend rijk werden van die artiesten. Een werkgever geeft ook alleen dure kerstpakketten als hij veel aan een werknemer verdient.”

De echt grote namen als Prince, de Franse superster Johnnie Halliday of David Bowie hebben volgens Sligting zelden extravagante wensen. “Luxe is een vervanging voor een gemis. Een mens wordt gek wanneer stervelingen dingen naar de gunst je schoenveters vast te mogen sjorren. Bowie kiest er juist voor om hier te spelen omdat Paradiso nog de puurheid van rock ademt. Hij verwacht echt niet dat we alle deurknoppen vervangen door gouden.”

De overdaad aan drank, drugs en groupies is volgens Paradiso een afgesloten hoofdstuk in de popmuziek. Dat het vooroordeel over popartiesten, als zouden zij elke nacht een hotelkamer verbouwen, hardnekkig blijft voortleven komt vooral door toedoen van de popbladen. Die hebben er alle belang bij het goed-verkopende extravagante image van de popmuziek in stand te houden. Die tijden zijn volgens Sligting voorgoed voorbij: “De Amerikaanse Pearl Jam heeft de US-tour afgezegd omdat ze de toegangsprijs te hoog vonden. Dat is de nieuwe sterstatus. Een trendsetter als R.E.M. (afkorting voor 'rapid eye movement') tourt per trein. Bij optredens overdag worden de geluidsboxen aangedreven door zonne-energie. De sterallure van Prince, op dit moment waarschijnlijk de grootste naam in de popmuziek, blijkt slechts uit een overdosis aan verse jus d'orange voor het optreden. “Die man drinkt geen druppel alcohol in de kleedkamer, en wil geen enkele luxe,” aldus Sligting.

Struinde Paradiso vroeger heel Amsterdam af op zoek naar de juiste champagne of whisky, tegenwoordig kost vooral de inkoop van water, macrobiotisch voedsel of energiedrankjes de organisatie veel hoofdbrekens. “Het is een soort ziekte dat men het water niet meer vertrouwt. Iedere band wil zijn eigen merk water. De meeste zijn in Nederland niet eens te krijgen. Zelfs niet in de Waterwinkel. Dat probleem hebben we met champagne of wijn veel minder.”

De managers van de bands lopen, volgens het hoofd regie bij Paradiso, Milan Jelicic, nog achter op deze mentaliteitsverandering. Jelicic begeleidt de crew bij het opstellen van de apparatuur in de zaal. “We hebben zelden problemen met muzikanten, wel met managers. Die willen laten zien dat ze hun werk goed doen, en proberen dus het onderste uit de kan te halen. Dan dreigen ze het optreden af te gelasten voor een of ander wissewasje. Voor dat exclusieve merk malt-whisky of een of andere energiedrank, die alleen in de Verenigde Staten verkrijgbaar is. Laatst was er een Duitse band die een broodmaaltijd wilde. Wij hadden prachtig gedekt. Peterselie bij de tomaat, vier verschillende kazen, enzovoort. Toen kwam opeens die manager schuimbekkend boven. 'Wij zijn geen zwijnen. Je denkt toch niet dat we zelf een beetje gaan smeren. Die band stond ondertussen achter zijn rug breeduit naar me te grijnzen.' ”

De rider-eisen geven soms in een notedop het cultuurverschil weer tussen Nederland en Engelstalige landen. Jelicic: “,Een grote crew uit Amerika of Engeland begrijpt vaak de Europese verhoudingen niet. Die spelen daar voornamelijk in stadions. Dan krijgen we een fax binnen met het verzoek voor een podium zo groot dat het Paradiso in zijn geheel omvat. Met de geluidsstraat erbij zit je dan tot diep in het Barlaeus-gymnasium. Hoewel we vooraf keurig de maten geven van het podium, gebeurt het nogal eens dat de floormanager hier begint te roepen: 'I cancell the show.' Meestal doet een kopje koffie en een kalmerend praatje ('everthing is smaller in Europe, you know') dan wonderen.”

Eén keer in de geschiedenis van Paradiso heeft een band het concert metterdaad afgeblazen omdat de zaal niet kon voldoen aan de eisen. Dat was Motörhead, een Britse heavy-metal band die vooral bij Hell's Angels populair is. Jelicic: “Het was het laatste van een lange reeks optredens in Europa, en wij hadden sterk het idee dat de crew geen zin meer had. Zij zetten alle monitoren pontificaal op het podium zodat er nog maar vier meter voor de band overbleef. Om half tien, toen de zaal al vol Hell's Angels stond, gaf de band ineens te kennen dat ze niet wilde spelen. De toenmalige directeur, Hans Dulfer, bracht de mededeling voorzichtig door de microfoon. Maar meteen brak de pleuris uit. Fans begonnen de T-shirtjes van Motörhead, die ze zojuist hadden gekocht, te verbranden. Anderen gooiden stoelen van het balkon. Het is een wonder dat we alle mensen toch naar buiten kregen. Dat is waarschijnlijk onze professionele ervaring.”

In de meeste verhalen van Sligting en Jelicic tekent de pruillip zich af bij de artiest, soms voelt Paradiso zich echter nogal bekocht door een rider. Zo gebeurde het onlangs bij een PKK-bijeenkomst dat Koerdische acteurs echte karabijnen op het publiek richten. Dat element kwam zeker niet in de hospitality-rider voor.

Op eenzelfde manier keek Paradiso op haar neus bij een Thais lichtfeest. Het leek allemaal zo onschuldig. Jelicic: “De essentie van het Thaise lichtfeest is dat op middernacht een kaarsje te water wordt gelaten in een Lotusblad-bootje. Maar ervoor en erna moet natuurlijk ook nog iets gebeuren. De initiatiefnemers hadden absoluut geen kaas gegeten van organiseren. Dat was in dit geval ook moeilijk want je moest zowel kinderen, de delegatie van de seksclub Yab Yum, als van die hele foute mannen die een vrouw in Thailand hadden gekocht tevreden stellen. Zij kwamen toen aan met een circusact. Op papier zag dat er zeer vriendelijk uit. Toen we de kunstenmaker die middag hielpen met het uitladen van zijn bestelbusje bleek al snel wat we in huis hadden gehaald. Iemand zei voor de gein: 'In die doos die we nu dragen zit zeker een leeuw.' 'Neen', was het antwoord, 'dit is de mand met boa's.' In de volgende doos zat een krokodil, en zo had die vent nog wat exotische dieren bij zich. Het ergste was dat hij op dresseergebied een totale onbenul was. De eerste en tweede boa van vijftig kilo die zijn assistente rond zijn nek legde bleven nog keurig zitten. De derde en de vierde gleden echter als boter van zijn nek, en kropen richting een onthutste monitor-technicus. We konden de nep-artiest niet meer weerhouden om een krokodil van anderhalf à twee meter midden in de zaal te zetten. Alle kinderen stoven er op af, zo van 'ach wat leuk!' Tot die krokodil met zijn tanden begon te klapperen. Tja, wat moet je als Paradiso daar nu aan doen. Je kan moeilijk in een contract vastleggen, dat artiesten die een hongerige krokodil of boa gebruiken in hun act, dat even vermelden in de hospitality-rider.”