EVOLUTIE WEGGEMOFFELD

Begin maart las ik in de krant dat de biologische evolutie geen deel meer uitmaakt van het Nederlandse schriftelijke eindexamen Biologie. Niet van het HAVO/VWO eindexamen en sinds kort ook niet meer van het MAVO/VBO onderwijs. Ik geloofde dat aanvankelijk niet en daarom heb ik staatssecretaris Aad Nuis van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om een toelichting gevraagd.

Nuis schreef opmerkelijk snel terug en bevestigde het bericht. Al in 1989 is de evolutieleer uit het schriftelijk eindexamen van de HAVO/VWO klantjes verdwenen; de MAVO/VBO leerlingen, die levensbeschouwelijk kennelijk steviger in hun schoenen stonden, worden pas vanaf 1995 voor de evolutieleer behoed. Hoe is dat zo gekomen? Nuis schrijft: “Mijn voorlichtingsdienst geeft de volgende informatie. Het nieuwe eindexamenprogramma biologie VBO/MAVOis door staatssecretaris Netelenbos in december 1994 vastgesteld en gepubliceerd in Uitleg OC&W-regelingen nr 31b. Daarin is inderdaad opgenomen dat de eindterm die betrekking heeft op de evolutieleer en de eindtermen die betrekking hebben op sociaal (waaronder sexueel) gedrag niet in het centraal examen, maar wel in de schoolonderzoeken worden getoetst. Daarmee week de staatssecretaris af van het concept-examenprogramma van de Revisiecommissie Examenprogramma's Algemene Eindexamenvakken in MAVO en VBO (1993). Die commissie adviseerde geen onderwerpen uit te sluiten van het centraal examen. Een zelfde discussie over 'wel of niet in centraal examen' speelde eerder in 1989 toen de Werkgroep Herziening Eindexamen Biologie (WEB) een nieuw examenprogramma presenteerde voor VWO/HAVO. De WEB adviseerde alle leerstof op te nemen in het centraal examen. Echter, de Onderwijsraad adviseerde om de bovengenoemde onderwerpen alleen te toetsen in schoolonderzoeken.

De toetsing blijft bestaan, maar door dit in schoolonderzoeken te doen, heeft de school meer mogelijkheden aan te sluiten bij de wijze waarop in de les dezelevensbeschouwelijke onderwerpen zijn behandeld. De toenmalige staatssecretaris Ginjaar-Maas heeft dit standpunt van de Onderwijsraad overgenomen. Dus ook in het nieuwe examenprogramma HAVO/VWO (1992) zijn onderdelen uitsluitend geplaatst binnen de schoolonderzoeken. Overigens zijn de schoolonderzoeken even belangrijk als het centraal examen. Bij de vaststelling van het nieuwe examenprogramma biologie VBO/MAVO is de lijn gevolgd van HAVO/VWO.” Ik citeer dit volledig om te laten zien dat de biologen zelf vonden dat de evolutieleer in het schriftelijk examen hoorde. Het was echter de Onderwijsraad die anders adviseerde en die bewindsvrouwen uit VVD-hoek (Ginjaar-Maas) en PvdA (Netelenbos) met instemming van Nuis (D66) en Ritzen (PvdA) de evolutieleer deden wegmoffelen. Dit maakte mij wel benieuwd naar de Onderwijsraad, die deze ingreep te weeg had gebracht. Het is de Afdeling Secundair Onderwijs van deze Onderwijsraad die op 24.1.89 het advies uitbrengt aan mevrouw Ginjaar-Maas, dat noodlottig zou worden voor de evolutieleer in het schriftelijk eindexamen. Dit advies beslaat twee pagina's en behandelt een aantal onderwerpen. De enige alinea, die over evolutie gaat, citeer ik hier integraal: “Het valt de Afdeling vervolgens op dat een aantal onderwerpen vanuit bepaalde ethische visies is geformuleerd. Zij doelt hierbij onder meer op zaken als de evolutie en de daarbij behorende evolutietheorie, abortus en meer in het algemeen vragen rondom dood en kwaliteit van het leven. Gelet op het 'identiteitsgevoelige' karakter van deze onderwerpen dient naar haar oordeel ertegen gewaakt te worden dat de daarmee samenhangende problematiek te zeer vanuit één invalshoek wordt benaderd. Ten aanzien van met name de evolutieleer neigt het programma haars inziens tot een benadering vanuit een bepaalde theorie, terwijl zoals bekend hierover een verscheidenheid aan denkbeelden bestaat. De Afdeling geeft dan ook de voorkeur aan een behandeling hiervan in het kader van het schoolonderzoek, opdat voldoende recht kan worden gedaan aan verschillen in levensbeschouwelijke opvattingen in dit soort identiteitsgevoelige onderdelen.” Dat is het dus. Vijf (5) zinnen. In die vijf zinnen worden 'evolutietheorie, abortus en meer in het algemeen vragen rondom dood en kwaliteit van het leven' op één levensbeschouwelijke hoop geveegd, alsof het hier om vergelijkbare grootheden gaat binnen het biologie-onderwijs. Dat lijkt mij aanvechtbaar. Abortus is voornamelijk een ethische kwestie en bovendien een omstreden kwestie. Waar, hoe (en waarom) abortus wordt uitgevoerd kan onderdeel zijn van biologie-onderwijs, maar het is geen centraal begrip binnen de biologie. Met evolutie ligt dat anders. Evolutie is een biologisch feit, niet iets waar je voor of tegen kunt zijn. Het is ook onjuist dat over de evolutieleer 'een verscheidenheid van denkbeelden bestaat' en dat het daarom onwenselijk is dat 'het programma neigt tot een benadering vanuit een bepaalde theorie' zoals de Onderwijsraad schrijft. Onder serieuze biologen is er over de hoofdlijnen van de evolutieleer geen discussie meer. De tijd dat de mutatie-selectie theorie van Darwin een geniale hypothese was, waar je voor of tegen was, ligt lang achter ons. Binnen het natuurwetenschappelijke wereldbeeld, dat ons inzicht in de natuur bepaalt, is er geen concurrentie voor de evolutietheorie. Dat inzicht hoort dan ook in het pakket van iedere scholier. Uiteraard zijn er naast het natuurwetenschappelijke wereldbeeld ook goddelijke openbaringen over de schepping. Die vormen nuttige culturele bagage voor opgroeiende kinderen, zeker als aan de diversiteit van die openbaringen ook recht wordt gedaan, maar in het biologie onderwijs horen ze niet thuis. Hoe komt het dan dat één summiere alinea van de Onderwijsraad genoeg is om de evolutieleer uit het eindexamenpakket te wippen? Wat is de taak van die Raad, wie zit er in en wie benoemt deze leden? Mr. H.J.M. Hoefnagel, de algemeen secretaris van de Onderwijsraad heeft mij daar over voorgelicht. De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviesorgaan dat in 1919 is ingesteld. Een belangrijke taak van de Raad is de pacificatie, het voorkomen dan wel beslechten van de schoolstrijd. De Raad ziet er op toe dat openbaar en bijzonder onderwijs gelijkwaardig blijven en dat de bijzondere scholen evenveel geld krijgen van de overheid als de openbare. De Raad ziet er ook op toe dat de overheid niet oplegt wat waar is in levensbeschouwelijke kwesties.

Waar het onderwijs zulke gebieden raakt, dient het bijzonder onderwijs de kans te krijgen om alternatieven te bieden die kwalitatief hetzelfde niveau hebben, maar die inhoudelijk anders zijn. Bijvoorbeeld, het scheppingsverhaal volgens de Bijbel of de Koran, in plaats van de evolutieleer. De leden van de Raad worden benoemd door de Kroon en zij functioneren zonder last of ruggespraak. Volgens het jaarverslag van de Raad bestaat Afdeling 2A, die de evolutieleer uit het schriftelijke eindexamen heeft verwijderd, uit 13 leden, die adviseren over het hele algemeen voortgezet onderwijs. Hoeveel biologen er in die afdeling zitten weet ik niet, maar veel meer dan 3 zullen het niet zijn, als Afdeling 2A evenwichtig is samengesteld. Ik wil best geloven dat dit capabele mensen zijn, maar dan begrijp ik niet waarom ze niet de moeite hebben genomen om hun ingrijpende voorstel te beargumenteren. Ik vind dat Netelenbos, Nuis en Ritzen zo'n argumentatie hadden moeten vragen en die voor advies aan de Academie voor hadden moeten leggen, alvorens het eindexamen ingrijpend te wijzigen. Is die wijziging dan zo ingrijpend? Ik vind van wel. Naar mijn mening hoort anno 1995 een Nederlandse middelbaar scholier te leren hoe de natuur in elkaar steekt en binnen het biologie onderwijs hoort de evolutieleer centraal te staan. Er is een beroemde uitspraak van Dobzhansky: 'Nothing in biology makes sense except in the light of evolution'. Zo is het. Inzicht in evolutie is essentieel voor een goed begrip van biologische kennis. Is het dan niet voldoende om de kennis van evolutie in het schoolonderzoek te toetsen? Uiteraard niet. Als de evolutieleer deugdelijk getoetst werd in het schoolonderzoek, zou er geen reden zijn om dit onderdeel uit het schriftelijk eindexamen te weren. Het ontbreken van landelijke toetsing heeft alleen zin, als het scholen de gelegenheid biedt om biologie zonder evolutieleer te doceren. Dat is geamputeerde biologie en de kinderen die dit gerecht krijgen voorgeschoteld komen mijns inziens tekort. Ik ben ook bang dat zelfs docenten in openbare scholen in de verleiding zullen komen om op evolutie-onderwijs te bezuinigen. Wie onderwijs geeft weet dat de niet-geëxamineerde onderdelen het eerste in de klem komen. Dan komen alle kinderen tekort. Een pleidooi voor schoolstrijd? Uiteraard niet. De pacificatie is een groot goed, maar er is veel veranderd in onze kennis van de biologie en in onze maatschappij sinds 1919. Was de afstamming van de mens in 1919 nog een delicate en omstreden kwestie, anno 1995 weet bijna iedereen hoe nauw verwant wij zijn aan de chimpansee en hoe dat is gekomen.

Als de Katholieke Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit geen enkele moeite hebben om hun studenten tentamen over evolutieleer af te nemen, waarom zou dat dan op de middelbare scholen niet mogelijk zijn? Waarom kunnen natuurwetenschappelijke kennis en goddelijke openbaring anno 1995 niet in pais en vree naast elkaar bestaan? Ik denk dat de paar mensen in de Onderwijsraad, die voor ons gehele algemeen voortgezet onderwijs hebben beslist dat evolutie te identiteitsgevoelig is voor het schriftelijk eindexamen, wat overbezorgd zijn geweest. Ik vind daarom dat de evolutieleer ten onrechte is weggemoffeld en dat juist een paars kabinet zich daar niet voor zou moeten lenen. Aad Nuis schreef mij in zijn brief dat hij benieuwd was naar mijn reactie. Die ligt er nu. Kom op staatssecretaris, doe er iets aan.