Ermione is één grote, gierende waanzinscène

Concert: Ermione van G. Rossini door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Steven Mercurio m.m.v. o.a. Nelly Miricioiu, Chris Merritt, Bruce Ford, Patricia Spence en Stanford Olsen. Gehoord: 5/4 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 8, 11, 13/4 Paleis voor Schone Kunsten, Brussel.

In Rossini's opera Ermione - gisteravond met Nelly Miricioiu in de titelrol uiterst succesvol in het Amsterdamse Concertgebouw concertant uitgevoerd door de Brusselse Nationale Opera - is de Trojaanse oorlog wel net afgelopen, maar wordt die met andere middelen nog veel venijniger voortgezet. De hele opera is één ononderbroken grote gierende collectieve waanzinscène, waarin de tierende protagonisten elkaar met hun zingen geestelijk kapot maken en fysiek vermorzelen.

De gevolgen daarvan zijn even verwoestend als de legendarische strijd van de Grieken tegen de Trojanen, de schakers van Helena. Hermione, de dochter van Helena, en Andromache, de weduwe van Hector, zijn rivales in de liefde die zij voelen voor koning Pyrrhus van Epiros. En dan is daar nog Orestes, die liefde opvat voor Hermione, de officiële verloofde van Pyrrhus. Aan het slot sterft Pyrrhus aan een dolkstoot van Orestes, Hermione bezwijkt, Orestes moet vluchten en we weten wat hij daarna zal doen: hij zal zijn moeder Klytemnestra vermoorden omdat zij haar echtgenoot Agamemnon vermoordde.

De vocale oorlog in Ermione werkt vanaf het eerste moment als een serie bominslagen, die vorm en esthetiek van de bel canto-opera doen exploderen en de opera maken tot een uitzonderlijk en avantgardistisch aandoend incident in het oeuvre van Rossini - het bleef tijdens zijn leven bij één serie voorstellingen in Napels (1819).

Niets van de normale operavormen blijft heel, de scherven van koren en aria's vliegen in het rond, terwijl hier en daar nog flintertjes Barbier klinken. Al in de ouverture weeklaagt het koor over het lot van Troje. De opera telt geen enkele aria meer. De brokstukken daarvan vormen tezamen een verwarrende puinhoop van duetten en ensembles, waarin de solisten elkaar als met mitrailleurs bestoken.

Zelfs Hermione heeft in de titelrol geen enkele complete aria - maar dat wordt meer dan gecompenseerd door de zeer langdurige scène in het tweede bedrijf: een vocale collage, waarin haar jaloezie tot woedend getier wordt opgehitst door flarden verre feestmuziek, koren en Orestes, die de opdracht krijgt Pyrrhus te doden.

Het is een scène waarin Nelly Miricioiu de maximale variëteit van haar expressieve mogelijkheden kon etalaren en die bleek tussen ijle machteloze wanhoop en woest ziedende wraakzucht nog ruimer en met grotere furieuze kracht dan we de afgelopen tien jaar al in Amsterdam van haar hebben gehoord. Hoewel een aantal frases van grote en pure schoonheid waren, leken haar optreden en haar verbazingwekkende volumineuze kracht als geheel Callas-achtiger dan ooit. Na afloop kreeg zijn weer vele boeketten vanuit de zaal aangereikt.

Miricioiu nam het dan ook op tegen een paar fenomenale andere zangers. De tenor Chris Merritt maakte van Pyrrhus met zijn hoge, onwaarschijnlijk krachtige stemgeluid en met veel theatrale gebaren en poses een weerzinwekkende, bijna Hitler-achtige plurk, op een hoogst opmerkelijke pianissimo triller na, vrijwel constant ver over zijn toeren krijsend. De opzienbarende roluitbeelding was overigens niet naar de zin van een even krachtige boeroeper.

Ook andere solisten presteerden maximaal: de tenor Bruce Ford - anders altijd wat benepen klinkend - moest als Orestes nu wel tot het uiterste gaan en de spectaculair zingende mezzo Patricia Spence maakte van Andromaca een onvervalst loeder. Decor was onnodig om hier pure opera te beleven onder aanvoering van Steven Mercurio, een ontketende dirigent met een bijna karikaturaal lange gestalte en een zeer uitbundige gebarentaal. Hij leek wel een reïncarnatie van de demonische violist Paganini. Die was destijds trouwens ook in Napels, ten tijde van de wereldpremière van Ermione.