Den Haag, EMU en Keynes

NOEM HET MAAR optimisme. Of opportunisme. Of de gesel van de lastenverlichting. Politiek Den Haag is in een sfeer van zorgeloosheid beland waarbij alles draait om lastenverlichting. In de aanloop naar de onderhandelingen over de begroting voor 1996 worden her en der plannetjes gelanceerd om de lasten extra te verlagen. Temeer omdat met de lastenverlichting ook inkomenspolitiek kan worden bedreven.

Nu is lastenverlichting voor burgers en bedrijven prachtig, als zij gepaard gaat met lagere uitgaven. Minder sociale uitgaven komen terug in lagere sociale premies. Maar bij de PvdA en op sommige ministeries in Den Haag heerst de waan van de beleidscreativiteit. Waarbij wordt vergeten dat dit kabinet al voor negen miljard aan lastenverlichting heeft ingeboekt en dat de situatie van de schatkist nog steeds niet rooskleurig is. Het gat van de staatsschuld van ruim vierhonderd miljard gulden gaapt minister van financiën Zalm iedere dag aan.

DE PRESIDENT van het Europese Monetaire Instituut, de voorloper van de Europese centrale bank, heeft deze week stevig gewaarschuwd voor politieke gemakzucht bij de staatsfinanciën. Alexandre Lamfalussy, de gerespecteerde Belgische centrale bankier, onderstreepte in het eerste jaarverslag van de EMI dat de Europese landen bij lange na niet voldoen aan de criteria die zijn neergelegd in het verdrag van Maastricht voor de omvang van het begrotingstekort en de staatsschuld.

Die criteria zijn niet voor de grap bedacht: het reusachtige beroep van overheden in Europa op de nationale besparingen gaat ten koste van welvaart, investeringen en dynamiek. De risico's van valutacrises in landen met grote tekorten en een hoge staatsschuld zijn de afgelopen weken opnieuw gebleken. Zie de problemen met de munten van Zweden, Italië en Spanje.

In Nederland gaat het goed met de daling van het financieringstekort, dankzij de uitgavendiscipline en de meevallende inkomsten als gevolg van het herstel van de economie. Maar vrijwel niemand let op dat andere criterium van Maastricht, de omvang van de staatsschuld. En die neemt niet af.

Volgens de jongste berekeningen van het Centraal Planburau stabiliseert de staatsschuld ver boven de maximale norm van de Economische en Monetaire Unie en bestaat zelfs de mogelijkheid van een lichte stijging.

Dit is geen academisch probleem van definities. De staatsschuld bepaalt de omvang van de renteverplichtingen. Die zijn in Nederland groter dan het financieringstekort. Met andere woorden: de overheid bezuinigt al jaren op de rijksuitgaven om de rente over de staatsschuld te kunnen betalen. Nog anders gezegd: de Nederlandse staat buigt om ten behoeve van de binnenlandse en buitenlandse beleggers in staatsleningen.

DE STEMMING IN de Nederlandse politiek is evenwel een heel andere. Onder de herontdekte vlag van de coryfee Keynes is de PvdA, bij monde van fractieleider Wallage, tot het inzicht gekomen dat de consumptie, in het bijzonder van de lage inkomensgroepen, moet worden gestimuleerd. Alle discussies in Den Haag draaien op het ogenblik weer om de inkomensplaatjes en lastenverlichting voor specifieke groepen. De PvdA heeft een verkiezingstrauma, maar dat is nog geen reden om Keynes op zijn kop te zetten.

De Britse econoom ontwikkelde in de jaren dertig zijn anticyclische conjunctuurtheorie die inhoudt dat de overheid ten tijde van recessie de economie met extra uitgaven moet stimuleren en ten tijde van hoogconjunctuur de groei moet afvlakken door de uitgaven te beperken en de schulden te verminderen. Waar bevindt Nederland zich nu in de conjunctuurcyclus? Precies. Als de huidige opgaande economie niet gebruikt wordt om de staatsschuld drastisch te verminderen, wanneer dan wel?