De tandarts had maar vijf kogels

“Met of zonder verdoving”, vraagt mijn tandarts, dr. Stein. “Ik hoef maar 30 seconden te boren.” Hij is een wat slome dertiger, eeuwig gekleed in een gestreept overhemd.

Zijn praktijk is in een winkelruimte naast de slager in Court Street in Cobble Hill, een vriendelijke buurt in Brooklyn, waar wij wonen. Het is kwart voor zeven in de avond, ik ben de laatste patiënt. “Geen verdoving”, zeg ik, flink. Een voorbeeld voor mijn zesjarige dochter, die op de grond van het behandelkamertje werkt aan een tekening van de vier seizoenen. Na twee tellen ben ik al van gedachte veranderd. Dr. Stein geeft me een shot. “Vijf minuten tot het gaat werken.” Hij verlaat het kamertje, dat raamloos is, en de deur blijft als altijd open. Saartje loopt naar voren naar de wachtkamer om een klokhuis weg te gooien. Ze is net terug als we in het gangetje naast ons een luide scherpe knal horen. Precies het geluid van een vallend wc-deksel. Nog een en nog een. Kalksplinters vliegen door de ruimte. Er valt iets van het plafond. Alle lampen ontploffen, denk ik, maar het blijft licht. Sarah staat in de hoek gedrukt. Dan horen we de stem van de tandarts: “Drop it! Drop it!” Meer knallen. Dit is de scène die iedere moeder in New York duizendmaal in haar fantasie gerepeteerd heeft, zij het met de Subway als decor. Ik grijp mijn dochter, druk haar neer in de nauwe ruimte tussen de tandartsstoel en de muur en ga bovenop haar liggen. Als een kogel dwars door mij heengaat, overweeg ik, wordt Sarah dan ook geraakt? We horen voetstappen, en dr. Stein, dringend: “If you go back out of the door, I won't shoot”, “If you get out I won't shoot.” Een stilte volgt. Ik sta op en steek mijn hoofd buiten de deur. Er is bloed op de muur van de gang, een grijsgeruite pet ligt op de grond. Dan: sirenes en krijsende remmen, de tandarts staat buiten met zijn armen omhoog, een revolver in de hand, onder schot door zeker vijf politiemannen.

“Ik ben het slachtoffer!” roept hij. Als hij zwart was, schoten ze, weet ik zeker. “Niets aanraken”, maan ik mijn dochter overbodig. “Ik had niet meer dan vijf kogels, ik was aan het bluffen”, stamelt de tandarts. Hij is ongedeerd, evenals de receptioniste. “U had een pistool”, vraag ik ongelovig, waarop hij zijn broekspijp optrekt en me zijn enkelholster toont. Dit is een van die zeldzame gelegenheden dat mijn favoriete Amerikaanse uitdrukking van toepassing is: I am flabbergasted. Zwermen politiemannen met krakende radiozenders verdringen zich in de wachtkamer. Een ondermaats mannetje in een donkerbruine regenjas ontpopt zich als hoofdinspecteur. De 'perp' - zoals een dader in politielingo heet - is gewond gevlucht. Een gemaskerde, blánke man.

Als Sarah en ik onder politiebegeleiding het pand, dat nu is afgeschermd met gele tape, verlaten, is de slager net bezig de rolluiken neer te laten. (Als we de volgende dag komen om een onsje ham worden we begroet als 'survivors'.) De rest van de avond brengen we door op het politiebureau van het 76e Precinct. Het langste wachten is op de openbare aanklager, die de taak heeft te onderzoeken of mijn tandarts schuldig is aan 'justifiable homicide' als de indringer niet overleeft. Hij is een paar straten verder opgepakt na vergeefs geprobeerd te hebben een auto te kapen. Vijf keer is hij geraakt: twee keer in de borst, een keer in het gezicht, een keer in de maag, een keer in de linkerhand. Hij zwaaide nog met zijn pistool, waaruit drie schoten gelost waren. Sarah wordt gemaand zich in haar getuigeverslag strikt aan de feiten te houden (“The other guy had probably more bullets than the doctor.”)

Ze verheugt zich op de blitz die ze de volgende dag op school zal kunnen maken. Dr. Stein is nu vergezeld van zijn vrouw, zijn zuster en een advocaat. “Hoe komt een nette, joodse, tandarts uit de middenklasse er toch bij een pistool te dragen”, vraagt mijn echtgenoot, ijlings toegesneld. “Mijn ouders hebben de Holocaust overleefd, mijn moeder was in een concentratiekamp, mijn vader zat in het verzet. Van jongsafaan heeft hij mij ingeprent: take care of yourself. Ik ging me niet in mijn kop laten schieten in een achterkamer.” Het is de eerste keer dat hij geëmotioneerd is. Ik denk: hij schoot voor zijn vader. Dit was zijn Bar Mitzwah. De volgende ochtend, op Valentijnsdag, meldt de New York Post, een dagblad met een voorliefde voor alliteratie: DENTIST DRILLS GUNMAN. Ik loop helaas nog steeds met een gat in mijn kies.