Crisis in midden van Afrika zal nog groter worden

Precies een jaar geleden, op 6 april 1994, werd een vliegtuig met daarin president Habyarimana van Rwanda en zijn Burundische ambtgenoot, Ntayamira, boven Kigali neergeschoten. Beide leiders vonden de dood. Militante Hutu's stelden de Tutsi's verantwoordelijk en richtten een massaslachting aan.

NAIROBI, 6 APRIL. Het Gebied van de Grote Meren staat in brand en het zal nog erger worden. Dit nieuwe crisisgebied in Afrika kenmerkt zich sinds twee jaar door slachtpartijen van nooit eerder vertoonde omvang, massale volksverhuizingen en gewapende anarchie van irrationele tribale milities, guerrillatroepen en regeringssoldaten. Rivaliserende bevolkingsgroepen zijn apart gaan leven en maken zich op voor nieuwe rondes van geweld.

De heuvelachtige regio - Rwanda, Burundi, Noordwest-Tanzania, Oost-Zaïre en Zuid-Oeganda - werd door de eerste blanke ontdekkingsreizigers medio vorige eeuw het Gebied van de Grote Meren genoemd. Ze troffen er twee etnische groepen aan: de Hutu's en de Tutsi's. Sinds de onafhankelijkheid begin jaren zestig van de Afrikaanse staten vechten deze beide groepen om de macht en voeren daarbij, ongestraft door het moderne gezag, periodiek bloedbaden onder elkaar uit.

Mede als gevolg van de introductie van het meerpartijenstelsel, enige jaren geleden, zjn de etnische tegenstellingen nu tot een grote en regionale uitbarsting gekomen. Het begon in 1993, in Oost-Zaïre, waar de plaatselijke bewoners van het Hunde-volk slaags raakten met de Banyarwanda. Dit volk bestaat uit Hutu's en Tutsi's, die daar in de jaren dertig naartoe trokken en in het buitenland opmerkelijk genoeg wel in staat zijn vreedzaam samen te leven. Meer dan tienduizend mensen verloren in Oost-Zaïre bij de eerste slachting het leven, een kwart miljoen raakte ontheemd.

Rwanda en Burundi volgden het bloedspoor. In Burundi kwamen sinds de militaire staatsgreep van 1993 door Tutsi-soldaten tegen het nieuwe Hutu-regime tussen de 100.000 en 200.000 burgers om. Een jaar geleden probeerden Hutu's systematisch de Tutsi's in Rwanda uit te roeien. Een half tot één miljoen Tutsi's en 50.000 gematigde Hutu's kwamen om.

In Oost-Zaïre, Noordwest-Tanzania en Zuid-Oeganda houden zich sinds deze ongeregeldheden ruim twee miljoen Hutu- en enkele duizenden Tutsi-vluchtelingen op.

Tribale milities onder hen oefenen voor nieuwe massale slachtpartijen. Ooggetuigen maakten onlangs melding van vliegtuigen die voor Hutu-milities wapens afleverden in het Zaïrese Goma. Behalve in Zaïrese vluchtelingenkampen heeft er ook militaire training plaats onder gevluchte Hutu's in Tanzania. Er bestaan bewijzen over samenwerking tussen extremistische Hutu's in Rwanda en Burundi.

Pag.4: Rwanda en Burundi elkaars spiegelbeeld

De Rwandese Hutu-militie Interahamwe ('Zij die een gemeenschappelijk doel hebben') zou samenwerken met de Hutu-guerrillabeweging Intagaheka ('Zij die nooit slapen') van Burundi. Beide groepen beschikken over hetzelfde soort wapens. “Ze ontvangen Zuidafrikaans en Egyptisch wapentuig. Dit soort wapens namen we nooit eerder in deze regio waar,” zei vorige week luitenant-kolonel Jean Bosco Daradangwe van het Burundische leger.

Tutsi's uit Rwanda en Burundi verlenen elkaar eveneens diensten. Het in Rwanda heersende, door Tutsi's gedomineerde, Rwandese Patriottische Front (RPF) recruteerde vorig jaar onder Tutsi's in Burundi. Na de genocide onder de Tutsi's in Rwanda en de daarop volgende RPF-zege, verhuisden honderdduizenden Burundische Tutsi's naar Rwanda om daar de plaats in te nemen van hun uitgeroeide stamgenoten. Vijfhonderd tot duizend extremistische Tutsi-militieleden in Burundi van ex-president Bagaza ten slotte werden naar verluidt onlangs opgeleid in Zuid-Oeganda, van waaruit ook het RPF opereerde.

Gebeurtenissen in Rwanda en Burundi vallen niet meer van elkaar te scheiden. Vrede in het ene land is niet meer mogelijk zolang in het andere de extremisten invloed uitoefenen. Rwanda en Burundi zijn elkaars spiegelbeeld. In beide landen vormen de Hutu's de meerderheid (85 procent). Het enige verschil tussen beide landen is de machtsstructuur van de afgelopen jaren. In Rwanda waren de Hutu's aan de macht en zijn het nu de Tutsi's; in Burundi heersen de Tutsi's en dreigen de Hutu's nu over te nemen.

In Burundi slaagden de Tutsi's na de onafhankelijkheid van 1962 door repressie en bloedbaden de macht te behouden. De eerste méérpartijenverkiezingen in 1993 gaven de Hutu's de politieke macht terwijl de feitelijke macht in handen bleef van de Tutsi's die het veiligheidsapparaat, de ambtenarij en het onderwijs controleren.

Een Hutu-revolte in 1959 in Rwanda maakte een einde aan de Tutsi-dominantie. Met de overwinning van het RPF vorig jaar sloeg de balans weer in het voordeel van de Tutsi's door. Het RPF vormde een coalitieregering met gematigde Hutu-politici. Deze geste is slechts symbolisch zolang een groot deel van de Hutu-bevolking dit verzoeningsproces afwijst door in het buitenland te blijven. “Ik zal nooit naar mijn vaderland terugkeren zolang dit wordt bezet door mijn vijand,” zei een Rwandese Hutu-vluchteling in Burundi toen hij vorige week opnieuw op de vlucht ging, dit keer voor acties van Burundische Tutsi's.

Hutu's en Tutsi's zijn in feite twee sterk met aan elkaar geïntegreerde bevolkingsgroepen. Een Tutsi-aristocratie heerste eeuwenlang in de twee koninkrijken; later bevoordeelden kerk en kolonialen de Tutsi's. De verschillen die de staatsstructuren creëerden bleken kunstmatig voor de meeste burgers. Hutu en Tutsi spreken in Rwanda en Burundi dezelfde taal en hebben dezelfde cultuur. Hutu's zijn Bantu's, Tutsi's Hamieten, maar door gemengde huwelijken zijn de oorspronkelijke fysieke verschillen in veel gevallen moeilijk meer te onderscheiden. Tijdens de volkerenmoord in Rwanda van vorig jaar moesten de moordenaars vaak eerst de identiteitskaart (onder Belgisch bestuur geïntroduceerd) waarop stamafkomst staat vermeld vragen, om zeker te zijn dat ze de juiste persoon gingen doden.

In tegenstelling tot andere Afrikaanse staten waar stammen veelal gescheiden leven, deelden Hutu's en Tutsi's tot voor kort dezelfde heuvels en valleien. Er waren geen duidelijk gemarkeerde territoria - daar zijn de heuvelstaatjes aan de grote meren ook veel te klein en dichtbevolkt voor.

De volkerenmoord in Rwanda had als doel de Tutsi's te elimeren, zodat vreedzaam samenleven tussen Hutu en Tutsi nooit meer mogelijk zou zijn. In Burundi gingen Hutu's en Tutsi's apart leven na de etnische zuiveringen geïnstigeerd door Tutsi-milities. De Tutsi's nemen er de urbane gebieden over en Hutu's bewonen het platteland. Hutu's krijgen steeds minder toegang tot onderwijs en gezondheidszorg.

Een spoedige herhaling van de officieel gesanctioneerde volkerenmoord in Rwanda lijkt onwaarschijlijk in Burundi. De angstige Burundische Tutsi's namen hun voorzorgen en vestigden hun nieuwe onderkomens dichtbij kazernes.

Het toekomstperspectief voor het Gebied van de Grote Meren kan alleen maar uiterst somber zijn. Alleen in Oost-Zaïre blijft nog levensruimte over en het is dan ook naar dit gebied waar de vluchtelingen van de traditionele Hutu-Tutsi-strijd voor het beperkte grondgebied steeds weer uitwijken. Tienduizenden gevluchte Hutu's uit Burundi kregen twintig jaar geleden het staatsburgerschap in Tanzania. Toenemende spanningen met plaatselijke bevolkingsgroepen maken het echter onwaarschijnlijk dat Rwanda en Burundi hun problemen kunnen oplossen door export van mensen.

Gescheiden leven zoals sinds kort de praktijk in beide landen kan eveneens geen permanente oplossing bieden. Verzoening, en dus uitschakeling van de extremistische krachten, vormt de enige uitweg.

In Burundi gaan de ontwikkelingen precies in tegenovergestelde richting. Periodiek hebben er nu slachtpartijen plaats, onder zowel Hutu's als Tutsi's. Hutu-radicalen streven naar een opstand van de Hutu-meerderheid die, als deze na enkele jaren zou slagen, kan uitlopen op een genocide als in Rwanda. De Tutsi's houden daarom krampachtig vast aan hun macht. Tutsi-premier Antoine Nduwayo en de Tutsi-extremist Bagaza praten sinds kort over de oprichting van exclusieve Tutsi-enclaves, waarmee de etnische zuiveringen worden gelegaliseerd en Burundi een apartheidsstaat zal zijn geworden.

De officieel geproclameerde verzoening in Rwanda werkt niet. Hoewel Rwanda vermoedelijk het meest fatsoenlijke regime heeft dat beide landen ooit kenden, blijft de verdenking bestaan dat de Rwandese regering Tutsi-georiënteerd is. Tutsi-burgers maar ook RPF-soldaten confisqueren bezittingen van gevluchte Hutu's terwijl in volgepropte gevangenissen onder onmenselijke omstandigheden vele onschuldige Hutu's creperen.

Nieuwe rondes van geweld liggen in het verschiet in beide landen. Extremisten hebben door nauwe samenwerking bij hun terreuracties het lot van beide staten aan elkaar verbonden. Deze etnische militanten zullen blijven proberen een realistische oplossing te forceren. Zij blijven hun respectieve bevolkingsgroepen aanzetten de andere uit te moorden om zo een vreedzame coëxistentie van Hutu's en Tutsi's voor altijd onmogelijk te maken.