Broers strijden voor aanleg natuurcamping

Daar snappen de van gezondheid en daadkracht blozende boerenzonen Roderik en Frans-Joseph Peters in de Gelderse Poort nu eens helemaal niks van. Terwijl het ministerie van landbouw roept dat de agrarische stand zich moet heroriënteren en er allerwege wordt aangestuurd op natuurontwikkeling, wordt hun plan om daaraan met een natuurcamping hun steentje bij te dragen goeddeels getorpedeerd.

Het boerenbedrijf de Lindenhof in de buurtschap Herwen ligt in het weidse landschap van de Gelderse Poort dichtbij de Duitse grens. Dat is een prachtig gebied met onder meer de waardevolle Rijnstrangen.

Twee jaar geleden maakten de gebroeders een mooi plannetje voor de 20 hectare landbouwgrond die ze uiteindelijk nog overhielden van de 80 hectare waarop hun vader en grootvader hadden geboerd. Met de akkerbouw, zoveel was hun intussen duidelijk geworden, was op den duur geen droge boterham te verdienen. En aangezien het bedrijf ook nog eens ligt in de 10.000 hectare grote Gelderse Poort, wordt de toekomst al helemaal ongewis. De Gelderse Poort is aangewezen als nationaal natuurontwikkelingsgebied. Op de 10.000 hectare op Duits gebied gebeurt hetzelfde. Dat betekent dat er nogal wat boeren moeten verdwijnen of dat ze zich in hun bedrijfsuitoefening moeten gaan plooien naar de natuur. Omdat de gebroeders Peters er niet over denken het gebied te verlaten (“Hier zijn we geboren, hebben we onze contacten en ons werk”), opperden ze het plan een natuurcamping aan te leggen met weinig vertier en veel vrije ruimte. Ze zouden beginnen met 2 hectare en later zou de zaak geleidelijk worden uitgebreid tot 20 hectare met 600 staanplaatsen, die ruim in het groen zouden komen te liggen. Een bureau maakte een ontwerp, de kosten werden berekend op bijna 3 miljoen gulden.

Het gemeentebestuur van Rijnwaarden, waar Herwen met plaatsen als Lobith, Babberich en Tolkamer onder valt, was enthousiast en roemde het ontwerp. In de plannen met de Gelderse Poort is ook voorzien in extensieve recreatie, wat ook geldt voor het streekplan. Onderzoekers noemden het een goed plan. De bank wilde er wel geld voor uittrekken. Het recreatieschap Midden-Gelderland was eveneens positief.

Totdat plotseling de politieke partij Lobith-Tolkamer andere gedachten kreeg. Per amendement, dat deze maand met 9 stemmen voor en 7 tegen in de raad van Rijnwaarden werd aangenomen, is bepaald dat de camping slechts 10 hectare mag beslaan met niet meer dan 250 staanplaatsen. De partij had zich gevoelig getoond voor protest van collega-boeren en van omwonenden die zo'n camping niet zien zitten. “Bovendien ligt op 10 van de 20 hectare nog de bestemming van ontkleiing voor de baksteenindustrie. Die ontkleiing is pas in 1999 afgelopen”, aldus wethouder J. Stronkman van Rijnwaarden.

De bank vindt een camping van 10 hectare met 250 staanplaatsen te klein voor een rendabel recreatiebedrijf. Een advocaat van de gebroeders Peters vecht de gemeentelijke beslissing aan. Die eist een garantie voor uitbreiding op langere termijn tot 20 hectare.

De tijd dringt. Uit het boerenbedrijf wordt steeds minder inkomen verworven. “Onder de huidige slechte omstandigheden teer je per jaar een ton in”, aldus Frans-Joseph. Wethouder Stronkman: “Als de gebroeders snel een plan indienen, kunnen ze zo beginnen. Dan kunnen we later altijd nog zien of de camping kan worden uitgebreid.” Stronkman doelt op een camping van 10 hectare. Dat zo'n camping, zoals de gebroeders zeggen, economisch niet haalbaar is, vindt Stronkman “hun probleem; politiek gezien zijn die 10 hectare op dit moment het maximaal haalbare”.