Aanhoudend lage dollar schaadt groei economie

AMSTERDAM, 6 APRIL. De daling van de dollar is dramatisch, zegt E. Werkheim, hoofd administratie van het Aalsmeerse bedrijf Sunburst, dat jaarlijks voor zo'n 4 miljoen gulden bloemen naar de Verenigde Staten exporteert. Vorig jaar rekende Sunburst voor 1995 nog op een gemiddelde dollarkoers van 1,85 gulden. Maar nu de dollar net boven de 1,50 gulden schommelt, is de marge op de geëxporteerde bloemen gedaald van circa 6 naar 4 procent en de omzet met ruim 10 procent verminderd. Werkheim: “We verdienen er nog net wat op”.

Sunburst is niet de enige onderneming die lijdt onder het gedaalde vertrouwen in de dollar en de aanhoudende daling van de waarde van die munt. De invloed van de koersval van de dollar op Nederlandse bedrijven en op 's lands economie laat zich echter niet makkelijk kwantificeren. Volgens het onderzoeksinstituut Iris (een samenwerking van Robeco en Rabobank) is het zonneklaar dat een blijvend lagere dollar voor de Nederlands economie per saldo ongunstig uitwerkt. Maar bedrijven kunnen zelf diverse maatregelen nemen om het valutarisico te beperken.

Directeur R. Zurel van het gelijknamige Aalsmeerse familiebedrijf dat circa 10 procent van de Nederlandse bloemenexport in handen heeft, verwacht op korte termijn weinig nadelen van de lage dollar. Wat hij verliest op de export van bloemen en planten, wordt goeddeels gecompenseerd door de goedkopere import van onder meer exotische gewassen uit Israel, Columbia en het Afrikaanse continent, die in hoofdzaak in dollars worden betaald.

Zurel zet jaarlijks voor 500 miljoen gulden om. Wat de directeur wel zorgen baart is dat behalve de dollar ook de lire, de peseta en het pond almaar minder waard worden ten opzichte van de gulden. “De sterke gulden is een grote handicap voor sierteeltprodukten”, constateert hij. “We zijn relatief een stuk duurder geworden. Op langere termijn zal daardoor een deel van de vraag wegzakken. Onze positie als internationaal handelscentrum in bloemen en planten kalft onherroepelijk af.”

Voor machinebouwer Stork is de dollargevoeligheid beperkt. Slechts 10 procent van de omzet wordt vanuit Nederland geëxporteerd naar dollargebieden. Circa 12 procent van de omzet wordt in de dollargebieden zelf geproduceerd en verkocht. Twee derde van Storks omzet wordt in Nederland geproduceerd, de inkoop geschiedt voor circa 85 procent in eigen land.

Volgens een zegsman van Stork rekent het concern dit jaar op een gemiddelde prijs van de dollar van 1,70 gulden. Elke 10 cent daaronder kost Stork 1,75 miljoen gulden winst. Storks schatting lijkt daardoor aan de optimistische kant. Over de laatste drie maanden stond de dollar op gemiddeld 1,65 gulden.

In een poging te profiteren van de zwakte van de dollar zal Stork de produktie opvoeren in gebieden met zwakke valuta en van daaruit meer exporteren. Verder zullen meer onderdelen en grondstoffen voor de Nederlandse vestigingen worden ingekocht in landen met een zachte munt.

Het onderzoeksinstituut Iris zette de maatregelen die bedrijven kunnen treffen om de dollareffecten te beheersen onlangs op een rijtje. Zo kunnen ondernemingen een gedeelte van hun financieringsbehoefte in dollars dekken, door bijvoorbeeld in die munt geld te lenen. Tegenover dollarinkomsten staan dan dollaruitgaven, wat de zogeheten dollarexposure reduceert. Ook kunnen bedrijven het valutarisico op hun export afdekken met termijn- en/of optiecontracten. Een punt van zorg is het zogeheten translatierisico, wat optreedt als Amerikaanse dochters hun winst naar de Nederlandse moeder overboeken. Deze dollarexposure afdekken is volgens Iris niet gebruikelijk.

De Aalsmeerse bloemenexporteur Sunburst dekt valuta's niet af. Zurel daarentegen doet dat sinds kort wel. En Stork dekt posten in dollars alleen af boven een bepaalde grootte.

Het effect van de lage dollar op de resultaten kan beperkt blijven als de munt niet te lang op zijn lage niveau blijft. Enkele maanden zal volgens Iris geen substantieel gevolg hebben voor de bedrijfswinsten, mits ondernemingen zich hebben ingedekt. Duurt het langer, dan komt de echte klap: wanneer bijvoorbeeld nieuwe termijncontracten moeten worden afgesloten.

De stafgroep economisch onderzoek van de Rabobank heeft recentelijk berekend wat een blijvend zwakke dollar - een gemiddeld koersniveau voor 1995 en 1996 van 1,50 gulden - voor de Nederlandse economie betekent. In een dergelijk doemscenario krijgen exporterende bedrijven de eerste klap, omdat hun produkten relatief duurder worden. Als gevolg daarvan zou de groei van het uitvoervolume dit jaar 1 procentpunt afnemen tot 4 procent. Ook de investeringen worden geremd.

Keerzijde is dat de invoer van 'dollarprodukten' goedkoper worden. De gedaalde invoerprijzen doen de inflatie in Nederland afnemen met een halve procentpunt tot 2,25 procent. Dat heeft positieve gevolgen voor particuliere consumptie, die met circa 0,25 procentpunt groeit tot ruim 2 procent.

Per saldo daalt de reële groei van het bruto binnenlands produkt met 0,2 procentpunt tot 2,8 procent. Is daarmee de schade voor de economische groei gering, op het vlak van de werkgelegenheid zou het naar de schatting van de Rabo-economen 4.000 nieuwe banen schelen. Bovendien krijgt de schatkist nog meer tegenvallers te verwerken. Want de aardgasbaten, gekoppeld aan de dollar, nemen af. Daardoor valt het financieringstekort 0,1 procentpunt hoger uit op 3,1 procent.

Blijft de dollar ook volgend jaar gemiddeld een daalder waard, dan wordt het beeld echt mistroostig. Zo krimpt de economische groei dan met 0,3 procentpunt tot circa 2 procent en daalt de werkloosheid niet met 25.000 mensen, maar slechts met 13.000.