'Verzoeningstournee' van Marjan Berk en Eva-Maria Hagen

Marjan Berk, de laatste jaren meer schrijfster dan cabaretière, gaat vanaf zaterdag samen met de Duitse actrice en zangeres Eva-Maria Hagen op tournee met een 'verzoeningsprogramma' onder de titel Rotmoffen en kaaskoppen. Ze spelen twintig voorstellingen in het hele land.

'Rotmoffen en kaaskoppen', begeleid door Ruud-Jan Bos, François van Bemmel en Siegfried Gerlich, gaat op 8/4 in première in het Zuidplein-theater in Rotterdam. Tournee t/m 29/4.

Toen ze op het gymnasium zat, kort na de oorlog, had Marjan Berk er geen zin in Duits te leren. Niet als late uiting van verzet, maar uit aversie tegen de taal die het bezette land werd opgedrongen in de tijd “dat zij de baas waren en jij machteloos was”. Maar door het succes van haar romans in Duitsland - zojuist verscheen HexDame, de zesde - heeft ze er, met haar eigen opvatting van het Duits, al heel wat promotietoernees moeten maken. En nu stelt ze een gelegenheidsprogramma samen met de indrukwekkende Eva-Maria Hagen, de moeder van Nina en de ex van Wolf Biermann. “Het noodlot grijpt je altijd in je achilleshiel,” zegt ze, met het gruizige zelfspotlachje dat haar handelsmerk is geworden.

De samenwerking is een idee van de Houtense impresario Tassy Schmid, die al geruime tijd de Nederlandse belangen van Eva-Maria Hagen behartigt. Marjan Berk zei pas ja, nadat haar een titel te binnen was geschoten: Rotmoffen en kaaskoppen. Ze wilde dat het programma zou gaan over het begrip bevrijding, dat immers voor haar een heel andere lading heeft dan voor een Oostduitse als Eva-Maria Hagen. Over haar gemengde gevoelens in de eerste bevrijdingsweken schreef ze een liedje, waarin het eerste echte voedsel even misselijk makend wordt genoemd als de openbare arrestatie van een NSB'er: “Zo begon voor mij de vrijheid / m'n maag draaide zich om / ik moest plotseling kotsen / wat recht was, werd weer krom.” Met een verontschuldigend glimlachje voegt ze eraan toe dat ze de neiging heeft “opeens humorloos” te worden als het over zulke grote zaken gaat.

“Corruptie, manipulatie en opportunisme” moeten, vindt Marjan Berk, de kernbegrippen van de voorstelling worden. Ze verwijst naar Flaubert, die in Leerschool der liefde beschrijft hoe een rechterlijke hoogwaardigheidsbekleder en een politicus een plein oversteken - en hoe de massa tijdens die oversteek verandert. “Dat is de essentie van manipulatie. In mijn werk gaat het daar vaak over. Ze zeggen wel eens dat het in mijn boeken altijd over neuken gaat, maar in werkelijkheid gaat het over opportunisme en corruptie.” In haar eigenlaatste roman, Een mooi leesboek, loopt de erotische burleske uit op de vraag of de hoofdpersoon, een vrouw van zestig, er verstandig aan heeft gedaan haar jonge gigolo aan het lezen te zetten.

“Achteraf gezien is het schrijven iets geweest dat altijd op me heeft liggen wachten,” zegt ze. “Alles wat ik nu doe, is een afgeleide van het schrijven. Ik zou niet meer zomaar ergens een rol willen spelen. Ik heb jarenlang met heel veel plezier gespeeld, veel waterdragerswerk verricht ook, maar het schrijven is nu mijn absolute prioriteit. Er zijn ook nog een heleboel dingen die ik wil schrijven - en ik heb haast, ik ben bijna 63. Ik herken mezelf in Patricia Highsmith, die eens in een interview met mij heeft gezegd: als ik de hele week met een roman bezig ben, heb ik in het weekend echt even zin om een kort verhaal te gaan schrijven. Voor mij zijn dat dan de liedjes. Mijn eerste liedje heb ik geschreven in de nacht dat mijn vader werd gecremeerd, wat zou je daar van denken? Het heette óók nog In het geniep.”

“Door het schrijven kan ik dingen rechtzetten, zonder met iemand iets te maken te hebben. Maar het is eenzaam, daar heb ik erg aan moeten wennen, en ik blijf toch ook een ordinaire komediante. Ik heb nu genoeg aplomb en genoeg moed verzameld om met mijn beperkte middelen te kunnen zeggen wat ik meen, en het is bovendien verrukkelijk om in het theater dingen te veroorzaken - zoals nu, daar zitten straks die muzikanten te spelen en dat heb ik dan bewerkstelligd. Optreden vréét aan je; het is behoorlijk eng en het is tegelijk behoorlijk lekker. Ik ben er mijn hele leven dol op geweest. Maar het moet vooral niet meer te vaak, anders betekent het mijn dood.”